Zoeken
Nieuwsbrief
Rubrieken
Andere Tijden Sport (36)
Anno en Sportgeschiedenis WK special (5)
Atletiek (353)
Auto- en motorsport (85)
Ballen (28)
Basketbal (56)
Boksen (146)
Bowls (2)
Cricket (20)
Darts (16)
De Klassieker (149)
De verjaardag van Bep van Klaveren (19)
Diversen (17)
EK dagboek (28)
EK voetbal 2008 (67)
Gewichtheffen (12)
Golf (11)
Het ontstaan van de Spelen (38)
Het stadioncomplex (9)
Hockey (63)
Hoe verder met sportgeschiedenis? (16)
Honk- en softbal (25)
Judo (36)
Koningshuis en sport (16)
Lacrosse (5)
Nederlands goud (117)
Nico Scheepmaker Beker (74)
Olympisch Stadion Amsterdam (606)
Olympisch vuur (81)
Olympische Spelen Algemeen (248)
Olympische Winterspelen (234)
Olympische Zomerspelen (862)
Op weg naar Peking (558)
Opmerkelijke sporten (17)
Overig (216)
Paardensport (54)
Roeien (49)
Rugby (27)
Schaatsen (516)
Schermen (14)
Schietsport (11)
Snooker (22)
Sport (niet) in beeld (17)
Sport en politiek (499)
Sport in beeld (632)
Sportboeken (706)
Sportdocumentairefestival (36)
Sportdocumentaires IDFA 2010 (10)
Sportdvd's (38)
Sportjournalistiek (140)
Tennis (93)
Turnen (50)
Vergeten sporthelden (111)
Voetbal (2179)
Volleybal (18)
Wielrennen (738)
Zeilen (25)
Zwemmen (128)
Subside Sports
Casual schoenen
Voetbalkleding
Vakantie Griekenland
Voetbalshirts.com
Fotogeschenken
Teamkleding
Aart Kok Vouwwagens
Combi-Camp Vouwwagens
Sportfashion nieuws
Multimediaal
Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »
De top in de Champions League wordt steeds smaller
Door Jurriaan van Wessem 21-4-2009Met drie Engelse clubs in de halve finale van de Champions League voor het derde achtereenvolgende seizoen, lijkt de Engelse overheersing in het Europese clubvoetbal manifest. Maar wat vooral opvalt is dat er sprake is van een overheersing van een paar clubs. Zes om precies te zijn, waarvan er vier uit de Premier League komen.
.jpg)
De ontwikkelingen in het Europese clubvoetbal zijn heel duidelijk zichtbaar wanneer de halve finales van de Champions League vanaf het seizoen 1994-95 worden bekeken. In feite kun je die periode indelen in drie van vijf jaar. In de eerste fase was er nog sprake van de oude Champions League. Vanaf 1999 kent het toernooi 32 deelnemers, waarvan enkele landen er vier mogen aanleveren. Als vanaf dat moment de periode van tien jaar in 2004 wordt gesplitst, is het eerlijk om vergelijkingen te maken en daaruit ontwikkelingen te destilleren. Cijfers liegen niet en kunnen een nog duidelijker beeld scheppen.
Wat meteen opvalt bij het kijken naar de periode 2004-2009 is dat slechts acht verschillende clubs zich wisten te plaatsen voor de halve finale van de Champions League. Dat aantal is heel weinig, want tussen 1999-2004 waren er maar liefst veertien clubs die de halve finale haalden. En in de periode 1994-1999, toen natuurlijk voornamelijk landskampioenen deelnamen aan het toernooi, waren dat er toch twaalf. Kortom, waar aanvankelijk van een stijging sprake was door de nieuwe formule van het toernooi, oftewel de ontwikkeling van een bredere top, is er nu toch duidelijk sprake van een smaller wordende top.
Dit is best wel vreemd omdat aangenomen kan worden dat er nu meer kanshebbers zijn om ver te komen. De eerste jaren van de nieuwe Champions League (met 32 clubs) leverde dus ook die gewenste spreiding op. Er waren veertien verschillende halve finalisten, waarvan slechts vier clubs meer dan een keer aanwezig waren. Van die vier clubs kwamen er drie uit Spanje plus Bayern München. Van die veertien behoren er maar vier tot de selecte groep van acht clubs die vanaf 2004 de halve finale haalden.
Dit is vooral te danken aan het feit dat de top van de Champions League zich vanaf 2004 duidelijk heeft verplaatst van Spanje naar Engeland. Het aantal clubs dat de halve finale daarna haalde is ten opzichte van de periode 1999-2004 bijna gehalveerd. Van de acht clubs haalden er vijf tenminste drie keer de halve finale. Chelsea zelfs vier keer. Van echte eendagsvliegen (zoals Panathinaikos of Bayer Leverkusen) is ook geen sprake meer, want de twee clubs die in de afgelopen vijf jaar een keer de halve finale haalden (PSV en Villarreal) bereikten in een ander seizoen tenminste de kwartfinale.
Als we deze drie periodes nog verder met elkaar vergelijken valt het op dat in elke periode wel een paar clubs zijn die vaker dan twee keer de halve finale haalden. In de eerste periode (94-99) geldt dit voor Juventus (4x) en Ajax (3x) en in de tweede periode (99-04) voor Real Madrid (4x). Maar in de laatste periode zijn dat dus vijf ploegen en dat is een duidelijk verschil. In een paar jaar tijd zijn de halve finales van de Champions League een zaak voor maar een select groepje van clubs geworden.
Natuurlijk konden we dit al weten, maar de feiten maken de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar echt duidelijk. Die vijf clubs zijn AC Milan, Barcelona, Chelsea, Manchester United en Liverpool. Daarbij is Arsenal met twee halve finales een goede zesde. De vier Engelse clubs nemen twaalf van de mogelijke twintig halve finaleplaatsen in, oftewel een percentage van zestig, een absolute meerderheid.
Voor wie nog wat meer cijfertjes wil: van 1995 tot nu haalden 24 verschillende clubs de halve finale. Daaronder zaten vijf Engelse en vijf Spaanse clubs. Italië, Duitsland en Frankrijk hadden ieder drie clubs en Nederland twee. Griekenland, Oekraïne en Portugal zijn de andere landen. Van deze 24 clubs kwam Manchester United het vaakst (6x) bij de laatste vier en zijn er vijf (Chelsea, AC Milan, Bayern, Real en Juventus) die tenminste vijf keer de halve finale haalden.
Wie deze cijfers weer vergelijkt met die van de periode vanaf 1999 ziet een groot verschil meteen. Er zijn dan slechts 18 clubs halve finalist, waarvan er 10 uit Spanje of Engeland (allebei vijf) komen. Italië (3), Duitsland (2), Frankrijk (1), Portugal (1) en Nederland (1) maken het deelnemersveld compleet. En dan de cijfers over de afgelopen vijf jaar. Acht verschillende clubs, waarvan de helft uit Engeland. De top wordt inderdaad schrikbarend smaller en dat kan nooit een gunstige ontwikkeling zijn. Het is voor het internationale clubvoetbal misschien net zo zorgwekkend als de opwarming van de aarde voor ons milieu.
De Engelse clubs waren door een ingenieus premiesysteem van de UEFA (en organisator TEAM) al grootverdieners, toen ze sportief nog weinig wonnen, maar ze hebben zich in de afgelopen vijf jaar zo kunnen verrijken dat ze eigenlijk nauwelijks meer te achterhalen zijn.
Ook al was aan de sprankelende Chelsea – Liverpool van vorige week nog geen 15 % echt Engels. Voor wie het Engelse voetbal toch het succes niet gunt is er hoop. Twee jaar geleden vocht AC Milan tegen drie Engelse clubs en won het de hoofdprijs, waarom zou Barcelona die stunt niet kunnen herhalen? Alleen maakt Barcelona net als AC Milan eigenlijk ook deel uit van de elite die het clubvoetbal bedreigt.



