Home > Atletiek > Ad Moons was de Nederlandse marathonkampioen van 1950
AtletiekNieuw

Ad Moons was de Nederlandse marathonkampioen van 1950

In 1950 won Ad Moons de marathon van Rotterdam en was daarmee Nederlands kampioen. Naast een medaille kreeg hij een Winkler Prins Atlas. Via zijn dochter Hanneke Moons kreeg Sportgeschiedenis unieke foto’s van deze atleet.

Ad Moons in 1950 als Nederlands kampioen

Terugkijkend op zijn leven, dat in 2009 tot een einde kwam, trok Ad Moons de conclusie dat hij niet voor de marathon was geboren. Zijn eerste ervaring met deze discipline deed hij op in de oorlogsjaren, toen hij was ondergedoken in het Duitse Mönchengladbach. “De lange afstand leerde ik daar kennen,”  vertelde hij mij in 2005. “Met een anti-nazi liep ik de 25 kilometer. Daarna was ik wel heel erg stijf. ’s Avonds had ik een afspraakje met een meisje, waarna ik de laatste tram miste. Moest ik met mijn stijve spieren nog naar huis lopen ook.”

Voordat de oorlog was begonnen, deed Moons overigens al aan veldlopen, maar dan wel anoniem. Hij groeide namelijk op in een streng-katholieke boerenfamilie in het Utrechtse Harmelen, waar sport een ander vijfletterwoord voor zonde was. Als ze erachter kwamen dat kleine Ad aan veldlopen deed, zou hij zeker een pak slaag hebben gekregen van zijn vader.

Schaatsen is geen sport

Na de dood van Moons verzamelde dochter Hanneke Moons foto’s van haar vader. Ze gaf die aan Sportgeschiedenis. In 1934 werd hij lid van een wandelvereniging, wat nog wel werd toegestaan. “Schaatsen mocht trouwens ook,” aldus Hanneke Moons. “In de ogen van zijn ouders was dat geen sport, maar een manier om naar school te komen in de winter. Toen mijn vader een jaar of achttien was deed hij stiekem mee aan een hardloopwedstrijd, in zijn gewone kleren en op gewone schoenen. Hij bleek een natuurtalent en is doorgegaan.”

Moons in 1934

Moons was niet de enige, die zijn sportleven verborg voor de ogen van zijn familie. In die tijd was het een bekend fenomeen om sportuitslagen in de krant te zien, waar de namen van de winnaars niet voluit werden geschreven. Sport was maatschappelijk nog niet zo geaccepteerd dat iedereen hier openlijk aan mee kon doen. Deelnemers aan wedstrijden namen zichzelf in bescherming door niet onder hun eigen naam mee te doen.

Met al die afkortingen en pseudoniemen leek een verslag van een sportevenement daarom soms meer op een beschrijving van een zitting van de rechtbank dan op een spannende wedstrijd. En dat gold dus ook A.M. te H., die zo graag aan veldlopen deed.

In 1944 deed hij mee aan de Stadsloop Tilburg. In het midden loopt Moons.

De bevrijding was voor hem blijkbaar ook een persoonlijke bevrijding, want hij besloot om zich te specialiseren in de marathon. Hij streek neer in Eindhoven en werd lid van atletiekvereniging PSV. Onderstaande foto is van ergens rond 1949. Hanneke Moons weet niet precies wie er allemaal op staan. “Uit mijn herinneringen van heel vroeger lijken mij dit PSV-mensen. Die man links lijkt wel wat op J.C. Ketel, de oprichter van PSV-Atletiek. De derde van rechts is mijn vader. Maar elke oudere PSV-er zal ze wel herkennen.”

Moons had succes, want in 1950 won hij in Rotterdam de nationale titel. Met naam en toenaam stond hij in de krant, en zelfs Polygoon had er opnames van gemaakt voor het bioscoopjournaal.

Het Dagblad voor Amersfoort schreef: ‘Fris als een hoentje kwam Moons de sintelbaan op en het klaterende applaus van de naar schatting vijfduizend toeschouwers droeg hem als het ware naar de eindstreep.’ Hij had zo’n grote voorsprong opgebouwd, dat hij onderweg nog even rustig wat kon drinken.

Behalve een gouden medaille kreeg Moons een dubbele Winkler Prins Atlas. In 2005 zei hij in een uitzending van Langs de Lijn: “Die heb ik nog steeds staan. Ik kijk er wel nooit meer in, maar dat was natuurlijk een vorstelijke prijs.” Pas na het winnen van dit kampioenschap kwam hij erachter dat de marathon niets voor hem was, omdat die te veel lichamelijke problemen opleverde. Het maakt daarmee zijn nationale kampioenschap van 1950 extra bijzonder.

Het ging Moons toch vooral om gezelligheid, blijkt uit onderstaande foto uit 1957. “Die is echt leuk,” aldus zijn dochter, “die hadden we nog nooit gezien. Zo ging PSV in die tijd op pad naar wedstrijden, met de bus, en de vrouwen mee. Het sas een heel jolige boel. Op de grond ligt volgens mij Eef Kamerbeek. Mijn vader is nauwelijks zichtbaar, achterste rij, derde van rechts.

Mijn moeder zit twee rijen lager op haar knieën, met zonnebril (naast een man met zonnebril). Daaronder zitten mijn broertje en ik. Wij waren de enige kinderen, die er altijd bij waren. Wij hingen op het atletiekveld rond, zo vrij als een vogeltje en aandacht van iedereen. We verzamelden lege flesjes en kochten van de opbrengst wat lekkers.“

Eigenlijk vond Moons schaatsen en wielrennen leuker dan atletiek. Onderstaande foto is van zo’n vijftig jaar geleden en genomen op de ijsbaan van Eindhoven. “Mijn vader rijdt voorop. Toen de ijsbaan werd geopend, kon hij behoorlijk schaatsen, maar alleen op doorlopers en schoonrijdschaatsen. Hij heeft toen noren gekocht en jaren geoefend om fatsoenlijk over te kunnen stappen in de bochten. Hij reed eindeloos achter goede rijders aan om de techniek goed onder de knie te krijgen. Natuurlijk lukte dat en hij werd daar nog vrij goed in.”

Moons werd 91 jaar.