AtletiekNieuwOlympische Spelen

Een olympische reis van twee maanden

Tollien Schuurman is één van de beste Nederlandse atletes van voor de oorlog. Begin jaren dertig was ze zelfs wereldrecordhoudster op de 100 meter sprint. Er werd daarom veel van haar verwacht op de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles. Tollien ging in totaal twee maanden op reis, om uiteindelijk amper twee minuten op de atletiekbaan te staan.

Op 1 juli van dat jaar vertrok de pas negentienjarige Tollien richting Los Angeles. Een enorme onderneming, die weken in beslag nam, want in die tijd ging dat nog met de boot en de trein. Op verzoek van De Leeuwarder Courant hield ze een dagboek bij van haar avonturen, die na afloop van de Spelen werden geplaatst. De verhalen geven een prachtig tijdsbeeld.

Bij vertrek schrijft Tollien: ‘Van acht tot tien uur moeten we inschepen op het nieuwste en grootste schip van de Holland Amerika-Lijn: de Statendam. Op de kade staan veel belangstellenden. Om tien uur moet alle meegereisde familie de boot verlaten Ik neem afscheid van vader en moeder. Ik heb nu twee maanden voor den boeg van reizen, trainen en hardlopen.’

Bootreis

Tijdens de bootreis vermaakt Tollien zich prima. Alles is even interessant. Het is één groot avontuur. Tollien: ‘s Morgens getraind op het dek van de eerste klasse. Daarna hebben we een kijkje genomen in de machinekamers. Daar zie je reusachtig grote brommende apparaten en het is er zo warm dat je niet begrijpt hoe de machinisten het uithouden.’ Daarna gaat ze op bezoek bij de kapitein: ‘Het was erg gezellig. Sterke verhalen over haaien en walvissen enzo. We hebben nog een kijkje op de brug genomen, de sterrenkaarten bestudeerd en daarna gingen we dineren.’

Na ruim een week op zee komen de olympiërs aan in New York. Van daar pakt het gezelschap de trein richting Los Angeles. Tollien ziet alles met verbazing aan: ‘We zien echte Indianenhuizen en cowboys te paard, bij grote kudden koeien. De koeien zien er hier heel anders uit dan in Friesland. Ze zijn bruin van kleur, magerder en hebben reusachtig grote horens.’

Indianenhuis

In het stadje Albuquerque maken ze een korte stop voor een bezoek aan een echt Indianenhuis. Tollien: ‘Daar kun je allerlei souvenirs kopen. Er wordt veel gebruik van gemaakt. Voor het huis zitten oude indianenvrouwtjes onder een parasol met hun koopwaar. Ze willen graag wat verkopen en kijken je haast smekend aan met hun donkere droevige ogen.’

Na een klein weekje treinen en sightseeing arriveren de atleten in Los Angeles. Daar kan Tollien na lange tijd eindelijk weer trainen. Tollien: ‘Onze trainingsbaan hoort bij de Fremont Highschool. De scholen zijn hier geweldig groot, met prachtige gymnastiekzalen en wel 200 douches waar de kinderen zich na afloop kunnen opfrissen. De baan ziet er heel ander uit dan onze sintelbaan. Ze bestaat uit een soort klei. Nu eerst weer een baantje lopen, wat oefeningen doen een paar startjes doen, want het moet langzamerhand weer los komen.’

In LA verblijven de vrouwen in een hotel, alleen de mannen mogen het Olympisch Dorp in. Tollien: ‘De jongens worden naar het Olympisch Dorp gebracht. Daar staan allemaal huisjes waar al de mannelijke atleten hun tehuis hebben. Het is een groot dorp. Vrouwen mogen het niet betreden. Dag en nacht wordt het kamp bewaakt door cowboys te paard.’

De opening van de Spelen zelf maakt Tollien mee vanaf de tribunes: ‘Wat een indrukwekkend gezicht! Het hele grootte stadion met geen enkel open plaatsje. Alle 105.000 stoeltjes zijn bezet.’ De sporters komen binnen en hierna volgen de vlaggengroet, gaan er kanonnen bulderen en wordt de olympische vlam ontstoken. Tollien: ‘Het is de eerste keer van mijn leven dat ik de opening van de Olympische Spelen gezien heb, en het heeft een geweldige indruk op me gemaakt!’

Hollywoord en Mariene Dietrich

Tussen de bedrijven door is er nog alle ruimte voor ontspanning en vertier. Zo brengen de Nederlandse atleten een bezoek aan Hollywoord. Tollien: ‘Nu zie je wat een bedrog zo’n film eigenlijk is. De huizen zijn van karton en toch zie je dat niet. Ook was er een perron nagemaakt en een boot die schipbreuk leed. We maken kennis met de filmsterren Carry Grant en Mariene Dietrich, die juist de studio’s zouden binnengaan voor de nieuwe film De blonde Venus. De dames zien er vreselijk opgemaakt uit, ze zijn zwaar geschminkt. Mariene Dietrich was een beetje verlegen, en dat voor zo’n bekende filmster.’

Na vele toeristische hoogtepunten volgt een klein sportief dieptepunt. Op de 100 meter gaat het mis in de halve finales. Tollien: ‘In één lijn vliegen we over de finish. Het is niet uit te maken wat exact de uitslag is. We krijgen ’s avonds bericht dat de filmopname heeft uitgewezen dat ik als nummer 4 over de streep kwam. Een grote teleurstelling!’ Tollien gaat dus helaas niet door naar de finale. Met de estafettedames komt ze hierna tot plek vier.

Weer thuis

Na afloop van de Spelen, en weer een lange trein- en bootreis, keert Tollien op 4 september 1932 terug in Nederland. Zo was Tollien twee maanden van huis geweest, om uiteindelijk amper twee minuten op de atletiekbaan te staan!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.