AtletiekNieuwOlympische Spelen

Het nepnieuws van 1928 tegen de vrouwensport

In 1928 mochten vrouwen voor de eerste keer meedoen aan zowel atletiek als turnen op de Olympische Spelen – een doorbraak voor de internationale vrouwensport. In de officiële film van dit evenement is er daarna met beelden gemanipuleerd om de vrouwensport belachelijk te maken.

Getekende weergave van de finale op de 800 meter

De Duitse atlete Lina Radke – Batschauer won in 1928 de olympische 800 meter. Pas 32 jaar later kreeg ze een opvolgster, waarmee meteen de moeilijke beginjaren van de vrouwenatletiek zijn geschetst. Het heeft namelijk lang geduurd voordat vrouwen een volwaardige rol kregen in de internationale sport. Zowel conservatieve sportbestuurders als leidsters uit de feministische beweging streden hardnekkig tegen deze sportieve emancipatie.

Feministen tegen vrouwensport

Die tegenwerking van de feministische beweging wordt pas sinds kort beschreven in sporthistorisch onderzoek in ons land. Vooral de negatieve rol van de mannelijke sportbestuurders werd altijd belicht, maar was er geen aandacht voor het verzet van de feministische beweging tegen de moderne sport. In 1921 bijvoorbeeld vroeg De Groene Amsterdammer aan 23 bekende voorvechtsters voor vrouwenrechten of zij het voetbalspel geschikt voor de vrouw vonden. Slechts twee ondervraagden antwoordden positief. Zelfs de feministische leiders van ons land waren toen dus in de overtuiging dat voetbal exclusief voor mannen was bedoeld. Het was in ieder geval niet de moeite waard om daar een actiepunt van te maken.

Sporthistoricus Marjet Derks, inmiddels hoogleraar in Nijmegen, probeerde hiervoor in 2014 een verklaring te vinden: ‘De feministische beweging was in de eerste plaats een politiek-geëngageerde beweging, die ijverde voor het recht op arbeid en politieke participatie.’ De sociale ongelijkheid op sportveld was simpelweg een blinde vlek voor de vrouwenbeweging.

Verder merkte Derks op dat de toenmalige Nederlandse feministische voorhoede ver weg stond van de dagelijkse realiteit van de gemiddelde vrouw: ‘De eeuwig debatterende en vergaderende middelbare vrouwen uit de eerste feministische golf sloten niet echt aan bij de leefwereld van een jongere generatie, die al bezig was de vruchten te plukken van hun inspanningen. Sportbeoefening door vrouwen en meisjes werd vanaf de jaren twintig steeds meer onderdeel van de sociale orde, zowel dankzij als ondanks het feminisme.’

Ook de feministische beweging van de jaren zestig en zeventig toonde geen enkele interesse voor de structurele discriminatie van hun seksegenoten op het sportveld, met name bij het voetbal. Begin jaren tachtig was er nog steeds weinig verbeterd, merkten Mieke Beuse en Marja van Gestel op in hun onderzoek naar de positie van vrouwen in de Nederlandse sport. Die was weinig bemoedigend, want vanuit de sportjournalistiek was er amper belangstelling voor vrouwensport. Verder werden vrouwen structureel tegengewerkt om in een sportbestuur te stappen, wat volgens Beuse werd veroorzaakt door zowel een weerbarstige mannenwereld als een ongeïnteresseerde vrouwenbeweging: “Toen we enkele jaren geleden begonnen om dit systematisch uit te zoeken, bleek dat er in de vrouwenbeweging helemaal geen aandacht aan werd besteed.”

Grienend zwikje

Terug naar 1928. De Internationale Atletiek Federatie IAAF besloot in 1926 op een congres in Den Haag dat vrouwen mee mochten doen aan de Olympische Spelen, te beginnen in Amsterdam. Er kwamen vijf verschillende onderdelen: 100 meter, 800 meter, de 4 x 100 meter, het hoogspringen en het discuswerpen. Ter vergelijking: de mannen hadden dat jaar 22 verschillende onderdelen.

Veruit de meeste media-aandacht ging naar de 800 meter, die volgens de toonaangevende verslaggevers veel te lang was voor vrouwen. De deelneemsters lagen na afloop inderdaad volkomen uitgeput op het veld, maar dat gold ook voor de mannen. Zoals de Amerikaanse atlete Anne Vrana O’Brien zei over de wedstrijd die ze als toeschouwer had gezien: “OK, ze waren moe na afloop. Ze hadden 800 meter gestreden en dat was zeker een lang stuk geweest. Maar ze waren er niet door gesloopt.”

Toch kregen de vrouwen scherpe kritiek, waar niemand moeite had met uitgeputte mannen na een inspannende wedstrijd. De dagbladen toonden geen enkele genade. ‘Thee zetten is beter vrouwenwerk dan 800 M. hardloopen,’ vond De Tijd. En ook De Telegraaf haalde uit: ‘Het heele stel had tien minuten nodig om weer op adem te komen, waarop het grienend zwikje, met uitzondering van de winster, elkander melodramatisch de schouders omvattend uit het gezichtsveld verdween. Laat dit de laatste maal zijn, Heeren voorbereiders der Olympiades.’

Deze sportjournalisten toonden zich zo behoorlijk inconsequent, want tijdens de series voor de 800 meter waren ze nog vol lof over deze afstand. ‘De stijl waarin de dames loopen, is werkelijk te roemen,’ oordeelde Het Algemeen Handelsblad. Ook het tijdschrift Revue der Sporten vond het prachtig: ‘De dames gaven blijk goed getraind te zijn.’ De enige teleurstelling voor de Nederlandse pers was dat geen enkele landgenote de finale had gehaald, maar over de finale zelf had niemand een klacht.

Waarom de sportpers in die korte tijd haar mening zo radicaal had gewijzigd, is onbekend. Dat er daarna smerige trucjes zijn gebruikt tegen de vrouwensport, weten we dan weer wél. Zo ontdekte Rommy Albers van Filminstituut EYE in 2016 dat de makers van de officiële film over Amsterdam 1928 de beelden hebben gemanipuleerd van de vrouwenfinale op de 800 meter. Hierin zien we een deelneemster struikelend en strompelend de finishlijn passeren, suggererend dat deze afstand te lang is voor vrouwen. Het ging om de loopster met rugnummer 119: de Franse Sebastienne Guyot. Volgens de statistieken van deze wedstrijd heeft Guyot deze finale alleen nooit gelopen, want ze was al uitgeschakeld in de seriewedstrijden!

Ook zonder die statistieken is te zien dat er is gemanipuleerd. Tijdens de seriewedstrijden was er amper publiek, maar tijdens de finale waren de tribunes goed gevuld. In het deel met Guyot is er inderdaad amper publiek op de achtergrond, maar bij de rest van de finale wél. Daarnaast zien we in de finale geen vrouwelijke atleten met donkere shirts, maar in het fragment met Guyot opeens wél.

Mede door deze negatieve berichten in de pers besloot het IOC om de 800 meter voor vrouwen meteen weer van het olympisch programma te halen. Dit besluit stond los van de feiten, want twee van de finalisten op de 800 meter hebben daarna nog meegedaan aan de 4 x 100 meter. Bobby Rosenfeld uit Canada won op die afstand zelfs een gouden medaille, wat volkomen onmogelijk zou zijn geweest voor iemand die bij de 800 meter de sportieve dood in de ogen had gezien.

Zo werd in 1928 effectief nepnieuws gemaakt met grote gevolgen. Pas in 1960 keerde de 800 meter atletiek voor vrouwen terug op de Olympische Spelen – 32 jaar na de wedstrijden in Amsterdam.

Dit is een hoofdstuk uit ‘Amsterdam 1928’, mijn boek over die Olympische Spelen – hier kopen. 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.