AtletiekNieuw

Speedway in het Fanny Blankers-Koen Stadion

Vlak na de Tweede Wereldoorlog kreeg Hengelo een nieuw stadion, dat nu bekend staat als het Fanny Blankers-Koen Stadion. Waar nu de atleten lopen, scheurden vroeger nog de motoren bij speedwaywedstrijden.

Foto van Fakwes, CC BY-SA 3.0 via Wikicommons

In de zomer van 1949 was Fanny Blankers-Koen uitgenodigd voor atletiekwedstrijden in het nieuwe stadion in Hengelo, net een week oud. Ze zou er optreden als kersverse wereldster na vier gouden medailles op de Olympische Spelen van Londen een jaar eerder, maar op het allerlaatste moment moest ze afzeggen vanwege een voedselvergiftiging. Niemand kon toen weten dat haar naam op diezelfde plek ooit nog eens uitbundig zou worden vereeuwigd.

Puinhopen

Op 6 en 7 oktober 1944 werd Hengelo zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De bedoeling was om de spoorverbinding naar Duitsland te verwoesten, maar door afgezwaaide bommen vielen er 112 dodelijke slachtoffers in de stad, nog los van de enorme materiële schade. Het puin van deze luchtaanvallen werd gebruikt als fundament voor een nieuw stadion in de wijk Veldwijk.

De eerste plannen voor een nieuw sportpark of stadion in Hengelo waren al van de jaren dertig toen er door heel Nederland tientallen nieuwe sportlocaties werden gebouwd, vooral als werkverschaffing. We hebben er onder meer de Kuip, de Goffert en de Meer aan overgehouden, alhoewel dat laatste stadion alweer 25 jaar geleden is afgebroken. Door het uitbreken van de oorlog werden de bouwplannen in Hengelo voor lange tijd uitgesteld om in 1949 alsnog tot uitvoering te worden gebracht met een nieuw stadion. ‘De snel groeiende industriestad Hengelo had grote behoefte aan sportvelden,’ aldus Het Parool. Het nieuwe onderkomen was geschikt voor voetbal, atletiek en speedway – ook op internationaal niveau.

Er was ruimte voor maar liefst 30.000 tot 35.000 toeschouwers, een gigantisch aantal in die tijd. ‘Hengelo heeft met dit stadion een sportarena gekregen, die men buiten het Goffert Stadion in Nijmegen in het Oosten niet vindt,’ schreef Het Twentsch Dagblad Tubantia daarom trots op 7 juni 1949, een dag na de opening. ‘Men is daarmee alle andere plaatsen, zelfs grotere steden, in het Oosten, voorbijgestreefd.’ Deze plek werd bekend als het Hengelose Stadion of het Veldwijk Stadion.

Binnen vijf jaar was Hengelo daarmee veranderd van een rokende puinhoop in een ambitieuze sportstad – eerlijk gezegd té ambitieus. De plaatselijke voetbalclub trok in ieder geval veel te weinig toeschouwers. Na de invoering van een wilde competitie in 1954 als concurrent voor de KNVB werd de Twentse Profs opgericht met het Veldwijk Stadion als thuisbasis. Die club speelde precies tien wedstrijden, waarna die wilde competitie alweer werd beëindigd. De Twentse Profs wonnen geen enkele thuiswedstrijd – niet echt opwindende sportgeschiedenis.

Als volgende bespeler betrad Tubantia het veld van het Hengelose Stadion, maar dat team eindigde nooit hoger dan de vijfde plaats in de Tweede Divisie. Frans Olde Riekerink was één van die spelers uit die tijd, die zich weinig sportieve hoogtepunten uit die tijd voor de geest kon halen: “Tubantia leek meer op een betaalde amateurclub.” Er waren nooit volle tribunes en nooit aansprekende resultaten en daarom besloot Tubantia in 1967 om terug te keren naar het amateurvoetbal.

Speedway

De speedwaywedstrijd in de jaren vijftig en zestig waren dan weer wél een succes met tienduizenden bezoekers per keer. Tonny Kroeze was één van de grote trekpleisters, en later ook zijn zoon Hennie. “Er was nog weinig vermaak,” zei Hennie in 2005 tegen RTV Oost. “Met speedwaywedstrijden reden er extra treinen naar Hengelo. Er waren wel 28.000 mensen in het stadion.”

De sfeer was fantastisch, zo zijn althans de herinneringen van de ooggetuigen. “Net buiten het stadion was het rennerskwartier,” aldus Kruize. “Dan moest je door zo’n tunnel en dan reed je naar beneden en daarna de baan op. Dat was zo ontzettend mooi, dat had je in het Olympisch Stadion ook. Dat maakte geweldig veel indruk.”

De geur van alcohol hing door het hele stadion en overal was opspattend zand. Het uitzicht in de bochten was het beste, maar dat betekende wel dat die toeschouwer aan het einde van de dag als een schoorsteenveger weer naar huis ging, bedolven onder het gruis. Toch kwamen de meeste mensen braaf in hun zondagse pak naar de wedstrijden, goed voor de omzet van de stomerijen in de stad. Eind jaren zeventig bloedde de sport echter dood en in 1977 organiseerde Hennie Kroeze daarom hoogstpersoonlijk de allerlaatste speedwaywedstrijd in het Veldwijk Stadion. “Er waren toen nog maar 6000 mensen.”

Fanny Blankers-Koen

Het Hengelose stadion kreeg in de jaren een compleet nieuwe bestemming als atletiekonderkomen. Er werden aanvankelijk zes atletiekbanen aangelegd, en geen acht, zodat er minder topatleten nodig waren om toch wedstrijd te organiseren. Een slim plan, want in die beginfase was het budget nog niet groot genoeg. Op 2 mei 1981 kreeg het officieel de naam Fanny Blankers-Koen Stadion, waar de naamgever bijzonder mee was vereerd. “Waarschijnlijk zult u begrijpen dat ik nogal geëmotioneerd ben,” zei ze bij de officiële plechtigheid. “Ik vind het namelijk enorm dat dit atletiekstadion mijn naam heeft gekregen. En ik vind het groots en ik dank allen die dit mogelijk gemaakt hebben.”

In 2004 volgde de sloop van het oude stadion, waarna er acht banen werden aangelegd, volgens de internationale standaard. In dit Fanny Blankers-Koen Stadion zijn nog steeds de Fanny Blankers-Koen Games. Vóór het stadion staat ook nog een standbeeld van de atlete. Het is een mooi eerbetoon voor de vrouw, die in 1949 niet naar Hengelo kwam vanwege een voedselvergiftiging.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.