Beeld en geluidNieuw

Lajos Vermes en het allereerste ‘sportfilmpje’

De Hongaarse sportpionier Lajos Vermes wilde zowel topsport als massasport promoten. In 1879 maakte hij daarom, wat we met terugwerkende kracht, en een beetje fantasie, het allereerste sportfilmpje ooit kunnen noemen.

Zonder enige twijfel mag Vermes de eerste sportfotograaf ter wereld genoemd worden. Hij zag er niet alleen de propagandistische waarde van in -zijn foto’s verschenen in de eerste geïllustreerde bladen van zijn tijd en maakten daarmee een beeldende reclame voor zijn wedstrijden- maar ook gaf het hem de mogelijkheid om zijn fascinatie voor het menselijk lichaam in al zijn fysieke aspecten vast te leggen.

In een tijd waarin beeld een dominante plaats in de sport heeft ingenomen, valt het nauwelijks nog voor te stellen dat er tot aan het laatste kwart van de 19e eeuw nauwelijks letterlijk een voorstelling te maken was van de bewegingen die de “sportende mens” precies maakte. Vermes wilde die bewegingen niet ontleden, analyseren én gebruiken om de prestaties te verbeteren.

Schermen

Eén van de favoriete sporten van Vermes was schermen. De al eeuwenlang populaire sport onder de adel beoefende hij met grote passie. Maar de bewegingen bij het schermen gaan zo snel, dat het menselijk oog niet of nauwelijks in staat is om die bewegingen te volgen. In navolging van de klassieke beelden had ook de fysiologie van het lichaam Vermes’ bijzondere interesse. Tussen alle bedrijven door was hij ook nog als arts afgestudeerd.

Zo fotografeerde hij -of liet fotograferen, vermoedelijk huurde hij hiervoor beroepsfotografen in maar publiceerde de foto’s onder eigen naam- een serie worstelaars die hij geheel volgens klassieke traditie naakt tegen elkaar liet vechten. Met erotiek had dat niets te maken. Vermes wilde voorkomen dat ook maar een enkel stukje stof het beeld van de spierbundels en lichaamshoudingen aan het zicht kon onttrekken.

Eadweard Muybridge

Behalve in de anatomie en de fysiologie was Vermes ook gefascineerd door de bewegingen van de sportende mens. Algemeen wordt erkend dat de Britse fotograaf Eadweard Muybridge in 1879 de eerste was die door middel van wat toen in het Nederlands “moment-fotografie” werd genoemd, in staat was om met behulp van meerdere in serie geplaatste toestellen (Muybridge noemde dat een “zoöpraxiscoop”) fotoseries kon maken met intervallen van slechts enkele fracties van een seconde.

De grote vraag die hij wilde beantwoorden en waarop niemand toen het antwoord wist: komt een paard in galop helemaal los van de grond of niet? Het antwoord bleek “ja” te zijn. In feite construeerde Muybridge met zijn fotoseries korte films, al bestond dat woord nog niet.

Atletische sprong

Of Vermes op de hoogte was van de experimenten van Muybridge weten we niet, maar in zijn nagelaten archieven bevindt zich een ontwerp dat op een vergelijkbare manier óók in staat was tot het maken van foto’s met vaste, korte intervallen. En als we zijn aantekeningen moeten geloven, ontwikkelde Vermes zijn toestel ook in 1879!

De ingenieuze foto-machine van Vermes. Credits: Hongaars Olympisch en sportmuseum.

Dat het praktisch werkte bewijst een serie van acht foto’s waarmee Vermes (of één van zijn medewerkers) een sprong van een verspringer heeft vastgelegd, zie filmpje bovenaan het artikel (Credits: Hongaars Olympisch en sportmuseum).

Helaas is er geen datum bekend waarop deze serie tot stand kwam, dus blijft het gissen of Vermes zijn serie eerder dan Muybridge maakte. In elk geval was het wél de eerste serie waarmee een atletische sprong tot in detail werd vastgelegd en zou je het dus het eerste sportfilmpje uit de geschiedenis kunnen noemen.

Dit artikel staat ook in Magazine De Sportwereld #99/100 (2021).

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.