BalsportenRecensiesWielrennen

De schoonheid van het wielrennen in twee boeken

Met de publicatie van de boeken Fausto Coppi en Mannen tegen Merckx laat Uitgeverij Kannibaal fraai zien hoe vorm en inhoud elkaar kunnen versterken. De Campionissimo en de Kannibaal krijgen van de uitgever een papieren eerbetoon waar menig sportheld jaloers op zou zijn.

De Vlaamse Uitgeverij Kannibaal geeft sinds 2009 naar eigen zeggen ‘kwalitatieve, geïllustreerde boeken uit over geschiedenis, fotografie, mode, kunst en cultuur.’ Het zijn over het algemeen stevige koffietafelboeken met inhoud. Dit geldt zeker voor de boeken over Coppi en Merckx.

 

Journalist Frederik Backelandt, fotograaf Stephan Vanfleteren en programmamaker Wilfried de Jong geven in Fausto Coppi hun persoonlijke kijk op het bijzondere levensverhaal van de Campionissimo. Het boek biedt een chronologisch overzicht van Coppi’s sportieve successen en tegenslagen, met daarbij natuurlijk veel aandacht voor de rivaliteit tussen Coppi en Gino Bartali, zijn controversiële relatie met de Witte Dame en zijn tragische dood. Dit alles wordt geïllustreerd met fraai beeldmateriaal.

Daarnaast vertellen dertien tijdgenoten die Coppi van dichtbij hebben meegemaakt, waaronder de Italianen Andrea Carrea en Fiorenzo Magni, de Flandrien Roger Decock en de Nederlander Jan Nolten hun eigen verhaal over de campionissimo.

De Hollandse Coppi

Nolten begon in 1947 met koersen. Twee jaar later won hij Luik-Bastenaken-Luik voor amateurs en bewees hij een goede klimmer te zijn. In 1952 maakte Nolten in de Route de France zoveel indruk op de organisator dat deze hem de bijnaam ‘de Hollandse Coppi’ gaf.

Volgens de organisator had Nolten ‘hetzelfde silhouet, dezelfde musculatuur en dezelfde rechte schouders’ als Coppi. In de Tour de France van 1952 zou de jonge Nederlandse renner Coppi daadwerkelijk ontmoeten. De twee gingen sportief de strijd aan in de etappe naar de Puy-de-Dôme. Nolten: ‘Ik zat in een ontsnapping met thuisrijders Geminiani en Bartali. In de beklimming probeerden ze allebei van me weg te rijden, maar dat lukte niet. Ik hield mijn eigen strakke tempo aan tot ze zelf moesten lossen.’ Nolten dacht de etappe te gaan winnen. Maar toen kwam Coppi.

Toen de Italiaan van zijn ploegleider Alfredo Binda te horen kreeg dat Bartali voorin had moeten lossen, sprong hij direct naar Nolten. Die had in eerste instantie niets door, zelfs niet toen de vermaarde radioverslaggever Jan Cottaar hem vanuit een auto toeschreeuwde dat Coppi er met een rotvaart aankwam. Door het gejuich van het publiek langs de weg hoorde Nolten namelijk niet wat Cottaar zei. Nolten: ‘Plots zag ik op nauwelijks tweehonderd meter van de top een voorwiel naast me opduiken. Coppi. Hij ging op en over mij. ’s Anderdaags heeft hij zich bij mij verontschuldigd. Ik vond dat een fantastisch gebaar.’

In het eveneens rijk geïllustreerde Mannen tegen Merckx van journalist Johny Vansevenant vertellen zesentwintig Belgische en vier Nederlandse toprenners, Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper en Rini Wagtmans, over hun ervaringen met de Kannibaal.

Professor Eddy

Wagtmans reed begin jaren zeventig één jaar in de ploeg van Merckx. Hij is daar nog altijd euforisch over: ‘Bij Merckx rijden was een leerschool voor mij. Het was de universiteit van het wielrennen met Eddy als professor. Ik heb er ongelooflijk veel geleerd.’ De entourage van de ploeg van Merckx was volgens Wagtmans perfect: ‘Ik voelde me in een vijsterrenploeg en eigenlijk was het ook een vijfsterrenhotel. Het klopte allemaal bij Merckx: de soigneur, de kleren, de fietsen…Alles was correct op basis van deskundigheid.’

Kuiper maakte de gloriedagen van Merckx mee, maar was er ook getuige van toen de aftakeling van de Kannibaal begon: ‘In ’77 kon je zien dat de gloriedagen voorbij waren voor Merckx, Je zag dat er haperingen kwamen. Hij zal misschien niet goed geluisterd hebben naar zijn lichaam. Dat was het gevolg van zijn drang om te fietsen.’

Ook Kuiper heeft veel aan Merckx te danken. Zo wist hij in zijn nadagen nog Milaan-Sanremo te winnen dankzij de Kannibaal. In 1985 reed Kuiper met enkele andere renners vooraan in de koers, maar hij moest tijdens de beklimming van de Poggio lossen. In de afdaling wist hij echter, dankzij de werkwijze die hij van Mercks had geleerd, terug te komen. ‘Ik had het parcours verkend en wist precies hoe ik de afdaling moest rijden. Ik kwam terug, ging erop en erover en won Milaan-Sanremo.’

Tot op de dag van vandaag heeft Kuiper veel respect voor Merckx. ‘Hij is bijzonder. Ik zeg dat niet om hem te verheerlijken, maar hij heeft mij nooit teleurgesteld.’ Kuiper heeft dan ook nooit een negatieve eigenschap bij de Belg kunnen ontdekken. ‘Hij is een fantastisch mens, maar hij heeft ons in het peloton altijd wel veel pijn gedaan!’

Zowel Fausto Coppi als Mannen tegen Merckx horen thuis in de boekenkast van iedere liefhebber van wielrennen en fotografie. Het enige nadeel van deze twee sportboeken is hun omvang en gewicht. Ze zijn te zwaar en te groot en liggen niet lekker in de hand. Je moet er dus wel iets voor over hebben om je in je helden te verdiepen. 

Fausto Coppi
Auteur: Fredrik Backelandt (met een bijdrage van Wilfried de Jong)
Uitgeverij: Kannibaal
Prijs: € 39.50
ISBN 978 94 9130 620 7

Mannen tegen Merckx
Auteur: Johnny Vansevenant.
Uitgeverij: Kannibaal
Prijs: € 45.00
ISBN 978 94 9137 621 4

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.