Vraag het de redactie

Het eerste stadion van Nederland werd in 1914 geopend

Amsterdam kreeg in 1914 het eerste stenen stadion van Nederland. De sportwereld kreeg daarmee zijn eigen tempel – het begin van een tijdperk.

Terwijl de Nederlandse sportwereld hard aan het werk was, stond ik op 14 juni 2013 in mijn eentje stil bij een belangrijk moment in de sportgeschiedenis. Exact honderd jaar daarvoor waren tientallen notabelen bijeen gekomen op de Amstelveenseweg in Amsterdam, tegenover de huidige locatie van het Olympisch Stadion. Zij keken naar de vijftienjarige Dirk Johannes van Aalst, die de eerste steen legde van het Amsterdamse Sportpark. Die steen is in onze eeuw het enige wat rest van dit historische gebouw, omdat het na de sloop van 1929 werd overgebracht naar het Olympisch Stadion om te worden ingemetseld als laatste tastbare herinnering.

De architect Berlage heeft gemeend aan het stadion een blijvende plaats in het te wijzigen uitbreidingsplan te moeten toekennen.

Het belang van dat Amsterdamse Sportpark kan niet worden onderschat, zowel voor de ontwikkeling van de Nederlandse sport als voor de inrichting van de moderne stad. Om te beginnen was dit het eerste stenen stadion van Nederland, waarmee de relatief jonge sportwereld in ons land zijn eigen tempel kreeg. De groeiende populariteit van sport werd daarmee permanent zichtbaar in het straatbeeld.

Door dit stadion stapte Amsterdam, en daarmee heel Nederland, een compleet nieuw tijdperk binnen. Tijdens de opening op 5 april 1914 namen 20.000 toeschouwers plaats in het nieuwe stadion en daarbuiten krioelden nog eens duizenden mensen rond. Nooit eerder in de geschiedenis van Amsterdam waren zoveel mensen mensen bij elkaar geweest!

City-marketing in 1914

Het Algemeen Handelsblad was honderd jaar geleden de spreekbuis van de burgerij en de zakenwereld. Deze krant was een groot voorstaander van de komst van het stadion. ‘Wanneer eenmaal het Sportpark in de hoofdstad gevestigd is,’ schreef het blad op 29 februari 1912, ‘zullen ook de voordeelen voor de stad zelve zeer groot zijn. Tienduizenden vreemdelingen zullen door de buitengewone attractie naar hier komen, zoodat het Sportpark indirect in niet geringe mate zal bijdragen tot den bloei van Amsterdam.’ In 2015 noemen we dat city-marketing.

De krant hielp zelf mee met het verzamelen van het benodigde geld en haalde 300.000 gulden op – in onze tijd te vergelijken met drie miljoen euro! Opvallend is de bijdrage van de Amsterdamse elite, blijkt uit onderstaande lijst van mensen die zich hebben ingezet voor het stadion – en op 14 juni 1913 aanwezig waren bij het leggen van de eerste steen. Daarbij is C.J.K. van Aalst de belangrijkste naam uit deze lijst vanwege zijn gigantische netwerk – tot aan koningin Wilhelmina toe. Het was daarom ook zijn zoon, die de eerste steen mocht leggen.

  • C.J.K van Aalst: president Nederlandsche Handelsmaatschappij, lid Provinciale Staten, zakenman
  • J.T. Cremer: president Nederlandsche Handelsmaatschappij, Eerste en Tweede Kamer
  • H.C. Rehbock: zakenman
  • M.P. Voute: bankier, investeerder, kunstverzamelaar
  • A. Roelvinck: bankier, Twentsche Bank
  • H.C. van der Honert: Deli-Maatschappij
  • G. Baron Rosenthal: Lippman, Rosenthal & Co
  • G.C.B. Dunlop: Petroleumbronnen in Indië
  • A. May Lippman: Rosenthal & Co
  • J. Wertheim: bankier
  • R. vom Rath: zakenman, cultureel ondernemer
  • E. vom Rath: zakenman, kunstverzamelaar
  • C. Boissevain: Concertgebouw, Gedeputeerde Staten, zoon van eigenaar Algemeen Handelsblad

Wereldoorlog

Het Amsterdamse Sportpark steunde op 2.800 palen en kenmerkte zich door vier torens. Eromheen waren tennisbanen en velden voor hockey en cricket – in totaal een oppervlakte van drie hectare. In het stadion zelf werd het voetbalveld omringd door een atletiekbaan en een zandbaan, die voor paardensport gebruikt kon worden. Er konden 30.000 toeschouwers in.

Aanvankelijk zou het van tijdelijke aard zijn om te wijken voor de woningen van Plan-Zuid, de geplande uitbreiding van Amsterdam onder leiding van architect Berlage, maar vanwege het grote succes mocht het toch blijven staan. ‘De architect Berlage heeft gemeend aan het stadion een blijvende plaats in het te wijzigen uitbreidingsplan te moeten toekennen,’ aldus het College van B&W in oktober 1914 in een schrijven aan de gemeenteraad.

De internationale sportwedstrijden bleven echter uit, omdat enkele maanden na de opening de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Dankzij de contacten van Van Aalst met het koningshuis werd er echter een nieuwe functie gevonden, want het stadion bleek ook een uitstekende plek te zijn voor grote evenementen van het leger, onder toeziend oog van de koningin. Niet dat het alle financiële problemen van het moment oploste, maar zo groeide het Sportpark wel uit tot een lokatie met nationale allure – méér dan alleen sport.

Toch werd het stadion al na vijftien jaar gesloopt, na de komst van het Olympisch Stadion enkele honderden meters verderop. Tijdens de Spelen van 1928 zijn ze beide nog in gebruik geweest, maar in 1929 kwam de sloopbal. Nu staan er de huizen rond de Van Tuyll van Serooskerkenweg, vernoemd naar de oprichter van het Nederlands Olympisch Comité.

Er is niets meer over van dit gebouw, dat zo belangrijk is geweest voor de Nederlandse sport en de inrichting van de moderne stad. Alleen de eerste steen van 1913 is bewaard gebleven en hangt dus in het Olympisch Stadion. Het is een prima plek om zo nu en dan in mijn eentje stil te staan bij de stormachtige ontwikkeling van onze sportgeschiedenis – op momenten dat jullie, net als de rest van de Nederlandse sportwereld, hard aan het werk zijn.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.