Home > Olympische Spelen > Het IOC en de FIFA hengelen al negentig jaar naar de Nobelprijs voor de Vrede
Olympische SpelenSport en politiekVoetbalVraag het de redactie

Het IOC en de FIFA hengelen al negentig jaar naar de Nobelprijs voor de Vrede

Zijn het IOC en de FIFA wel eens voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede?

De sport brengt de naties vaak gemakkelijker tot elkaar dan de diplomatie.

Sport verbroedert, sport is goed voor de vrede – kom dus maar door met die Nobelprijs voor de Vrede. Zowel de FIFA als het IOC heeft dat inderdaad al enkele keren geprobeerd, soms tot hilariteit van het Nobelcomité.

De eerste poging werd al in 1928 gewaagd. Het Noorse sportblad Idrättslief had toen als eerste het idee om het IOC met deze ereprijs te onderscheiden, na afloop van de Olympische Spelen in Amsterdam. ‘Het blad is van meening,’ aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant, ‘dat juist de Amsterdamsche Olympische Spelen bewezen hebben, dat de sport de volken tot elkaar brengt. De sport brengt de naties vaak gemakkelijker tot elkaar dan de diplomatie.’

In 1936 kwam het IOC zelf met het voorstel om Pierre de Coubertin voor te dragen, als oprichter van deze organisatie. De Coubertin was er op dat moment erg slecht aan toe, aldus een uitvoerig verhaal in Het Vaderland. ‘Te Garmisch-Partenkirchen heeft het Internationale Olympische Comité de zaak besproken en o.a. besloten een bedrag te zijner beschikking te stellen, waardoor de ergste zorgen verlicht konden worden.’

HEB JE ZELF EEN VRAAG OVER SPORTGESCHIEDENIS?
HIER OPSTUREN

Verschillende landen ondersteunden de kandidatuur, ook het Nederlands Olympisch Comité. ‘Zou het niet een waardige en verdiende bekroning zijn van het werk van de Coubertin, indien aan hem die prijs werd toegekend?’ aldus voorzitter Schimmelpenninck van der Oye. Zelfs een algemeen pleidooi tijdens de opening van Berlijn 1936 mocht niet baten, mede omdat het IOC niet werd erkend als organisatie die met dergelijke voorstellen mocht komen. In september 1937 stierf hij.

In 1952 waren de Zomerspelen in Helsinki en de Winterspelen in Oslo, om de hoek van de vergaderzaal van de feestcommissie van de Nobelprijs. Daarom werd in 1953 opnieuw een poging gewaagd om het IOC te onderscheiden, op verzoek van Zweedse en Finse parlementariërs, ‘zulks op grond van de zending welke het I.O.C. vervult in het belang van de toenadering tussen de volken.’ Ook dit keer kreeg het verzoek geen gehoor, net als in 1956 toen het IOC wederom werd genoemd. Dat jaar werd helemaal geen prijs uitgereikt, omdat niemand ‘zich zodanig verdienstelijk heeft gemaakt voor de bevordering van de vrede, dat hem de hoge eer waardig gekeurd kon worden’. Liever niemand dan het IOC.

Samaranch verdient geen gouden medaille, maar niets minder dan de Nobelprijs voor de Vrede.

In de jaren 80 herleefde de interesse voor de Nobelprijs – in het tijdperk van de onaangenaam ijdele voorzitter Juan Antonio Samaranch. In 1982 was er een voordracht, net als in 1984 van de internationale gewichtheffederatie en de internationale federatie van het amateurboksen. ‘Volgens beide federaties levert het lOC onder president Samaranch een grote bijdrage aan de wereldvrede door het stimuleren en organiseren van internationale sportuitwissellngen, en het stimuleren van de sportbeoefening in 157 landen.’

In 1986 stond het IOC in dezelfde rij als Nelson Mandela, maar beide haalden het niet. Anton Geesink deed in 1988 een oproep, als IOC-lid in De Telegraaf: ‘Samaranch verdient geen gouden medaille, maar niets minder dan de Nobelprijs voor de Vrede.’ Het Joegoslavische ministerie voor Sport deed enkele maanden na Geesink een vergeefse poging.

In 1993 werd het zelfs erg pijnlijk toen het IOC zichzelf opdrong vanwege het naderende eeuwfeest. Een reclamebureau werd ingehuurd om die Nobelprijs even te regelen. Het liep uit op een regelrechte afgang, want geheel tegen de protocollen in werd de aanvraag vooraf publiekelijk afgeschoten. Hanna Kvanmo van het Nobelcomité kwam niet meer bij van het lachen toen zij van de actie hoorde en ook collega Odvar Nordli wist niet wat hij meemaakte: “Natuurlijk worden er voor andere kandidaten eveneens campagnes gevoerd, maar om daarvoor een reclamebureau in te schakelen, is volledig nieuw. Nogal heftig naar mijn smaak.”

Wél is er ooit een olympisch medaillewinnaar hiermee onderscheiden. Philip Noel-Baker kreeg in 1959 de Nobelprijs voor de Vrede. In 1920 won hij zilver op de Olympische Spelen in Antwerpen.

FIFA

De werelvoetbalbond is ook erg tevreden over zichzelf. In februari 1989 droeg de FIFA daarom zijn voorzitter Joao Havelange voor. De Noorse voetbalbond bracht deze kandidatuur over na een initiatief van Heinrich Rothlisberger, voorzitter van de Zwitserse voetbalbond. Tevergeefs, net als een volgende poging in 1994.

Vladimir Poetin zei in 2015 dat Sepp Blatter als toenmalig voorzitter de onderscheiding verdiende, nota bene een dag voordat de ethische commissie van de FIFA zijn verhoren begon die zouden leiden tot de schorsing van de Zwitser. Poetin liet zo ongetwijfeld zijn waardering blijken voor het toekennen van het WK voetbal van 2018 aan zijn land.

De kans dat de FIFA binnenkort alsnog de Nobelprijs krijgt is verwaarloosbaar. Sterker nog, het centrum van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo heeft in 2015 zijn partnership met de FIFA stopgezet vanwege de schandalen.

Samengevat: volgens de sport heeft de sport recht op de Nobelprijs voor de Vrede. De rest van de wereld weet het nog niet zo.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.