Vraag het de redactie

Karel Lotsy bedacht de term “breedtesport”

Tachtig jaar geleden werd er voor de eerste keer over breedtesport gesproken.

Topsport en breedtesport hebben verschillende belangen en vragen daarom om een verschillende aanpak. Sportbestuurder Karel Lotsy (foto) was tachtig jaar geleden de eerste, die dit doorhad. Als voornaam sportbestuurder en groot redenaar reisde hij het hele land door voor lezingen over de waarde van sport. Hij introduceerde een nieuwe term, die we nu nog gebruiken.

Zo stond er op 7 april 1937 een verslag in De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant over een bezoek van Lotsy aan Kampen. ‘Spreker zette in het kort het nut van de sport uiteen. Hij begon bij het ontstaan van de Olympische Spelen en kwam vervolgens tot de vraag waartoe het opzwepen tot topprestaties dient, sprekende over breedte- en diepte-sport.’ Met dieptesport bedoelde Lotsy de elitesport, wat we nu topsport noemen. Tachtig jaar geleden benadrukte hij zo als eerste het verschil tussen die twee.

Het thema bleef zijn aandacht trekken, want vijf jaar later kwam hij erop terug tijdens een lezing op het kampioensfeest van de voetballers van Heerenveen. Hij had een enthousiast gehoor, onder wie Abe Lenstra en de verslaggever van Het Nieuwsblad van Friesland. ‘Wie deze rede met aandacht heeft beluisterd,’ schreef deze krant, ‘moet wel worden doordrongen van het feit, dat aan de sport een geheel andere en veel hoogere beteekenis moet worden toegekend, dan het loopen achter een bal als ontspanning alleen.’

Lotsy sprak opnieuw over de twee verschillende vormen van sport: ‘De hoogere waarden in de sport liggen niet in de overwinning, maar in de deelname van de massa, de breedtesport, welke voor ons volksleven van zoo groote beteekenis is. Breedtesport gaat ver uit boven elitesport, maar deze laatste is onontbeerlijk voor de propaganda. Sport, met haar geestelijke waarden en sociale betekenis, dient echter altijd sport te blijven, voor overdrijving is geen plaats.’

Zo bracht Lotsy een scheiding aan tussen breedtesporters en topsporters, die ieder een eigen aanpak verdienden. Zijn aanvankelijke begrip “dieptesport” werd na de oorlog vervangen door “topsport”, met als oudste melding in het dagblad De Nieuwe Nederlander van 27 november 1945: ‘Waar de lichamelijke volksopvoeding ophoudt en de exclusieve topsport begint, zal wel nooit met onweerlegbare stelligheid te zeggen zijn.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.