Olympische SpelenVraag het de redactie

Nederland heeft niets te zeggen over de opvolger van Camiel Eurlings

Heeft de Nederlandse sport enige invloed op de benoeming van een nieuw IOC-lid uit gelederen?

Het aftreden van Camiel Eurlings als IOC-lid was het startschot van een discussie over zijn opvolger. Mark Tuitert, Marjan Olfers, Sylvia Barlag, Pieter van den Hoogenband en zelfs Edith Schippers worden inmiddels genoemd als kandidaten. Uit eerdere ervaringen weten we dat het IOC dat zelf wel uitmaakt.

Na de dood van het Nederlandse IOC-lid Cees Kerdel in 1986 bijvoorbeeld kwam het NOC in maart 1987 met twee potentiële opvolgers: Henk Vonhoff en Ruud Frese. Beide kandidaten waren even ongeschikt, schreef Hans van Wissen in de Volkskrant, omdat ze bij het IOC volkomen onbekend waren. “Vandaar dat ook al de naam van Anton Geesink is gevallen, die tenminste olympisch kampioen is geweest.”

Op dat moment wist nog niemand dat Geesink een maand eerder die zetel allang was toegezegd, tijdens een geheim onderhoud met IOC-voorzitter Samaranch. “Het liefst was ik toen onmiddellijk terug naar Nederland gereden en van de hoogste vlaggenmast geroepen over mijn nieuwe baan,” zei Geesink nadat het IOC in mei 1987 zijn benoeming officieel had gemaakt. “Maar Samaranch vroeg me om het stil te houden, want het moest natuurlijk nog in de vergadering van het IOC worden besproken.”

HEB JE ZELF EEN VRAAG OVER SPORTGESCHIEDENIS?
HIER OPSTUREN

Kroonprins

Zo passeerde het IOC het officiële Nederlandse voorstel voor de opvolging van Kerdel, wat de organisatie ruim tien jaar later herhaalde met de benoeming van prins Willem-Alexander. NOC*NSF zelf kwam in 1998 met de voordracht van Wouter Huibregtsen, maar na persoonlijk ingrijpen van Geesink werd de kroonprins benoemd – opnieuw tot grote verrassing van het eigen land.

Willem-Alexander stuurde daarop een brief aan Geesink: “Bedankt voor de goede samenwerking in het IOC en voor uw steun gedurende de ‘moeilijke’ dagen rond mijn lidmaatschap.” Opnieuw was een Nederlandse bestuurder gestruikeld over zijn olympische ambities.


Eurlings

En ook de opvolging van Willem-Alexander leidde tot een onverwachte voordracht, met de voorzitter van NOC*NSF als grootste slachtoffer. André Bolhuis hoopte IOC-lid te worden, maar in zijn plaats kwam Eurlings – wéér tot grote verrassing van het eigen land.

De benoemingen van Geesink, Willem-Alexander en Eurlings vormen daarmee meer dan dertig jaar aan bewijsmateriaal dat een nationaal debat over Nederlandse IOC-leden een zinloos tijdverdrijf is. Het IOC beslist dat zelf wel, al sinds de oprichting 1894. Zo zit die club nu eenmaal in elkaar en dat gaan wij in Nederland de komende weken niet veranderen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.