EncyclopedieWielrengeschiedenis

Algemene wielrengeschiedenis

Uitvinding van het rijwiel

De uitvinding van het rijwiel wordt door de meeste historici aan de Duitser Carl von Drais toegekend. Con Drais ontwikkelde een fiets, de Draisine, die bestond uit een houten frame en twee houten wielen. Pedalen ontbraken nog.

Nadat de Brit Denis Johnson meer ijzer in het model verwerkt en de stuurinrichting aanzienlijk verbeterde, richtte hij een rijschool op. Hij wilde zo de verkoop van zijn fiets stimuleren – een groot succes. Al snel werden er ook wedstrijden georganiseerd, die werden gehouden op speciaal ontworpen wielerbanen.

Baanwedstrijden op de vélocipède

In Frankrijk werd rond 1861 de eerste vélocipède ontwikkeld, een trapfiets met groot voorwiel en klein achterwiel. Op 31 mei 1868 werd de eerste officiële wedstrijd op de vélocipède georganiseerd, op een terrein in de buurt van Parijs waar normaal gesproken paardenkoersen plaatsvonden. De eerste wedstrijd werd gewonnen door Polocini, een man waar verder weinig over bekend is en die verder weinig wielerroem wist te vergaren.

Over de winnaar van de tweede vélocipèderace, de Brit James Moore, is veel meer bekend. Hij is de geschiedenis ingegaan als de grootste vélocipèdekampioen ooit en vergaarde met zijn prijzengeld een aanzienlijk kapitaal.

De wedstrijden werden steeds populairder en trokken grote toeschouwersaantallen. Het publiek was onder de indruk van de kracht en behendigheid van de deelnemers. In andere plaatsen in Frankrijk en de rest van Europa werden allengs meer officiële wedstrijden georganiseerd.

Wegwedstrijden op de vélocipède

In 1869 organiseerde het Parijse blad Le Vélocipède Illustré een wielerwedstrijd op de weg, van Parijs naar Rouen, ruim 123 kilometer lang. Tot dan toe waren de langste wedstrijden zo’n vijf kilometer lang geweest. Er verschenen 198 deelnemers aan de start, waaronder twee vrouwen en enkele circusartiesten en aristocraten. James Moore werd met een tijd van 10 uur en 40 minuten winnaar van de race. De laatste deelnemers kwam pas een week later over de meet.

De eerste wielerwedstrijden in Nederland

Ook in Nederland waren er al wedstrijden in 1869, net als in Frankrijk dus. Zo is er een melding uit april 1869: ‘Te Utrecht zijn bij een vélocipède-wedstrijd eene vrouw en een kind overreden, ‘t Volk trok voor de ongelukkigen partij en ‘t kwam tot feitelijkheden, die echter gestuit werden door de politie.’ Dat klinkt nog niet als een georganiseerde wedstrijd met enthousiaste toeschouwers, maar een maand later werd er in Winschoten wel één gereden met zelfs de naam van de winnaar erbij: de heer Rencke uit Groningen. ‘leder moest de vlugheid bewonderen, waarmede deze heeren het nieuwe vervoermiddel wisten te behandelen’, aldus De Provinciale Drentsche en Asser courant van 29 mei 1869.

Eind 1868 was er trouwens al in Amsterdam een Velocipède Club opgericht en die zal ook vast wel eens hebben gekeken wie er het snelste was. Zoals De Middelburgsche Courant op 19 januari 1869 schreef: ‘Donderdag hebben te Haarlem eenige leden van de Velocipède club te Amsterdam proeven hunner bekwaamheid afgelegd in het rijden met velocipèdes op twee en op drie wielen. De keisteenen en de hooge bruggen bleken geene beletselen te zijn om zich met die werktuigen vlug te bewegen. Naar men verneemt, hebben de bedoelde heeren een tocht van het spoorweg station over Overveen naar den Zandvoortschenweg en door den Hout terug tot aan het station in den tijd van 1,5 uur afgelegd.’

De wielersport kwam pas echt op gang toen de hoge bi werd uitgevonden. Deze fiets lijkt heel erg op de vélocipède, alleen is het voorwiel veel groter, waardoor er een veel hogere snelheid mee kan worden ontwikkeld.

De eerste officiële wedstrijd op de hoge bi vond op 6 april 1885 plaats in Den Haag. De eerste wielerbaan van Nederland werd gebouwd in Nijmegen. Daar organiseerde de ANWB in augustus van 1885 voor het eerst een bondswedstrijd. Grote internationale wielerrondes, zoals de Tour de France, worden sinds het begin van de twintigste eeuw georganiseerd.

Tour de France

De wortels van de Tour de France gaan terug op de Dreyfusaffaire. Deze affaire was het gevolg van de arrestatie van de Frans-joodse officier, Alfred Dreyfus, die werd beschuldigd van het verstrekken van militaire geheimen aan de Duitsers. Deze beschuldigen bleken achteraf onterecht, maar het schandaal verscheurde heel Frankrijk (Emile Zola publiceerde naar aanleiding hiervan zijn beroemd geworden pamflet J’accuse).

Pierre Griffard, hoofdredacteur van de grootste wielerkrant Le Vélo, steunde Dreyfus. Graaf De Dion (belangrijk financier van die krant) steunde de aanklager, graaf Esterhazy. Toen Griffard een stuk publiceerde in de pro-Dreyfus-krant Le Petit-Journal, waarin hij ervoor pleitte om Esterhazy te onthoofden, stopte De Dion onmiddellijk met zijn financiële steun aan Le Vélo en richtte hij zijn eigen krant op, L’Auto-Vélo. Hoofdredacteur van het nieuwe blad werd Henri Desgrange.

Om de verkoopcijfers op te krikken organiseerde Desgrange een grote wielerronde door Frankrijk. In zes enorme etappes, die voerden van Parijs, Lyon, Marseille, Toulouse, Bordeaux naar Nantes en weer terug naar Parijs, fietsten een kleine zestig renners door het hele land. Naast de verhoging van de eigen verkoopcijfers van L’Auto-Vélo, was het ook de bedoeling om de twee grote wielerkoersen (Bordeaux-Parijs en Parijs-Brest-Parijs) die concurrent Le Vélo organiseerde te overtreffen.

Op 1 juli 1903 gingen de renners van start. De besnorde Maurice Garin nam direct de leiding, om die vervolgens tot aan de finish op 19 juli (naast de zes etappen waren er dertien rustdagen) niet meer af te staan. De koers werd een groot succes. Garin leverde na afloop van de wedstrijd een zelfgeschreven verslag in van zijn lijdensweg, ter publicatie in L’Auto (na een proces, aangespannen door Le Vélo veranderde de L’Auto-Vélo zijn naam in L’Auto).

In de loop der jaren nam de te fietsafstand flink toe; van 2.400 kilometer in de beginjaren, tot 5.400 kilometer in de jaren vijftig. De etappes werden ingekort, maar het aantal etappes nam juist toe en het aantal rustdagen nam af. In 1910 werden voor het eerst de Pyreneeën in het parkoers opgenomen, in 1911 de eerste serieuze cols in de Alpen en in 1919 introduceerde Desgranges de gele trui (naar de kleur van het papier waarop L’Auto werd gedrukt).

Ook de fietstactiek veranderde na verloop van tijd. De eerste versies van La Grande Boucle waren zuiver individualistische aangelegenheden voor de renners. In de jaren twintig kwam hier verandering in toen zowel de wegen als het materiaal beter werden. Een ploegentactiek ontstond, evenals wat tegenwoordig het peloton wordt genoemd. Toen in 1933 de Grand prix de la Montagne (een aparte prijs voor de beste klimmer) werd ingevoerd had de Tour min of meer zijn huidige vorm bereikt.

De wielerbaan van Nijmegen in 1885

Giro d’Italia

Evenals de Tour de France werd de Giro opgericht door een sportkrant. In augustus 1908 had een medeweker van de fietsenfabriek Atala gehoord dat rivaal Bianchi i.s.m. met de krant Corriere dello Sport een ronde van Italië wilde opzetten. Onmiddellijk stuurde deze medewerker een telegram naar een wielerredacteur Armando Cougnet van de concurrent van de Corriere, de Gazzetta dello Sport, met het verzoek onmiddellijk een Giro d’Italia te organiseren. Cougnet had hier wel oren naar, en ging direct aan de slag.

Op 13 mei 1909 om 2.53 uur in de ochtend klonk het startschot van die eerste Giro. 127 renners vertrokken vanaf het Piazzo Loreto in Milaan. Zestien dagen later keerden de 49 overgebleven renners terug in Milaan, en arriveerden op de Gallerio Vittorio Emamanuele. 50.000 Milanezen stonden de kersverse helden daar op te wachten, en de Italiaanse cavalerie zorgde voor een gepast escorte.

Winnaar van deze eerste Giro was Luigi Ganna. De 2.500 kilometer lange tocht bestond uit acht etappes, die de renners langs Bologna, Chieti, Napels, Rome, Florence, Genua en Turijn voerden. De Italiaanse tegenhanger van de Gele Trui, de Maglia Rosa werd toen nog niet uitgereikt. Pas in 1931 zou dit voor het eerst gebeuren. Evenals in de Tour, had de trui dezelfde kleur als de krant die de ronde organiseerde.

Vuelta

‘Net als andere Europese landen hebben we nu een nationale ronde. De Vuelta is de belichaming van onze nationale trots’ zo meldde de grote Spaanse krant Informaciones op 28 april 1935, de dag voordat de eerste Ronde van Spanje van start ging. Qua opzet kopieerde de organisatie van de Vuelta simpelweg die van de Tour en de Giro. De eerste ronde was 3.500 kilometer lang, telde 14 etappes en drie rustdagen. 29 van de 59 gestarte renners wisten de eindstreep te halen. Winnaar dat jaar was de Belg Gustav Deloor. Het jaar daarop wist hij weer te winnen.

Door de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) kon de Vuelta vervolgens tot 1940 niet verreden worden. In 1941 waren alleen de neutrale Zwitsers bereid te starten. De reden voor de afwezigheid van de Fransen en Italianen was dat de autoriteiten bang waren dat de renners na afloop in Spanje zouden blijven hangen, om de oorlog te vermijden. Vanwege de oorlog en de slecht interne infrastructuur hadden de deelnemende Zwitsers grote moeite om het startpunt van de Vuelta, Madrid, te bereiken. Daarom werd besloten de start uit stellen totdat de Zwitsers in de Spaanse hoofdstad zouden arriveren. Uiteindelijk wisten maar drie Zwitserse renners de eindstreep te halen, en werd de complete ronde gedomineerd door Spanjaarden. De daaropvolgende jaren snakte de Vuelta naar internationale erkenning.

Ook na de Tweede Wereldoorlog bleek dit niet gemakkelijk. Spanje had een beroerde infrastructuur, en de organisatie van de Vuelta had nauwelijks geld om startgeld te betalen voor buitenlandse renners. Hierdoor bleef het meer dan een decennium lang een binnenlandse aangelegenheid, waarbij de Spanjaarden de ronde domineerden.

Ook de leiderstrui heeft een afwijkende geschiedenis ten opzichte van de Tour en de Giro. In 1935 en 1936 was deze lichtoranje, werd wit in 1941, weer oranje in 1942, donkerrood in 1945 en van 1946 tot 1950 wit met een rode streep. In 1955 werd gekozen voor kanariegeel, de kleur die was afgekeken van de leiderstrui van de Tour. Later werd de trui goudkleurig, en sinds 2010 is het Spaanse leiderstricot rood.

Wereldkampioenschap

In 1921 werd, op initiatief van de Italianen, Fransen en Engelsen, voor het eerst een WK voor amateurs op de weg gehouden. Het jaar daarop volgde het eerste WK voor professionals. Op een motorcircuit, de Nürburgring, werd een eendaagse wedstrijd gehouden. Twee Italianen, Alfredo Binda en Costante Girardengo, wisten uit het peloton te ontsnappen. Uiteindelijk loste Binda zijn landgenoot en won het allereerste WK op de weg met zeven minuten voorsprong.

Nooit werden de wereldkampioenschappen van plaats naar plaats gereden. Er worden altijd rondes van gemiddeld dertien tot negentien kilometer verreden. Vaak is er ook een heuvel in het parkoers opgenomen. Deze opzet is voor vooral de toeschouwers zeer prettig, want je hoeft enkel een mooi plekje langs het circuit uit te zoeken, en je kunt zo ronde na ronde zien hoe de wedstrijd verloopt.

De eerste keer dat dit wereldkampioenschap in Nederland werd gehouden was in 1925, in Apeldoorn op de weg en in Amsterdam op de baan.

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.