Nieuw

2 juni 1934: Concertgebouworkest in Olympisch Stadion

Op 2 juni 1934 maakte Willem Mengelberg veel indruk met een optreden van het Concertgebouworkest en het Residentieorkest in het Olympisch Stadion. Alleen de socialisten bleven thuis.

Willem Mengelberg in het Olympisch Stadion

Aan het begin van de jaren dertig hadden het Concertgebouworkest en het Residentieorkest grote financiële problemen en daarom werden de salarissen verlaagd van de muzikanten en het ondersteunend personeel. Om de aandacht hierop te vestigen werd een speciaal optreden in het Olympisch Stadion georganiseerd. Met de opbrengst kon het personeel ook weer eens worden uitbetaald.

Op 18 april 1934 meldden de kranten dat dit op zaterdag 2 juni zou gebeuren. ‘Dr. Willem Mengelberg heeft zich bereid verklaard dit concert te dirigeren’, aldus dagblad Het Vaderland. ‘De ontvangst zal geheel ter beschikking worden gesteld van de besturen der beide orkesten.’

Om het nog mooier te maken stond het hele concert in het teken van een oproep voor de vrede. Het werd zelfs rechtstreeks uitgezonden op de radio tot in de Verenigde Staten en de koloniën toe als een Nederlandse waarschuwing tegen de gevaren van oorlog.

Het liep meteen storm, want dit wilden de liefhebbers niet missen. Een klassiek concert in een sporttempel – unieker kon het toch niet. De Leeuwarder Courant schreef op 26 mei 1934: ‘Wij hebben één van de organisatoren gesproken over den plaatsverkoop voor het monsterconcert in het stadion en deze functionaris was enthousiast. De voorverkoop heeft een boven verwachting gunstig verloop. Reeds voor een bedrag van ƒ20.000,- aan plaatsen is verkocht.’

Tot in de verste uithoeken van het land organiseerden mensen zich in comités om ondersteuning te geven aan dit muzikale initiatief. Het Vaderland op 5 mei 1934: ‘Uit informatie is gebleken dat alleen uit de Zaanstreek en uit Twente gezamenlijk op een duizendtal bezoekers mag worden gerekend.’

Alleen de gemeente Amsterdam gooide roet in het eten, want ondanks alle mooie bedoelingen eiste dit belasting over de opbrengsten. De Leeuwarder Courant was cynisch: ‘Van die ƒ20.000,- is natuurlijk twintig procent voor de gemeente, die moet haar stedelijke belasting hebben. Wat heeft tenslotte een gemeente met de kunst te maken en dan nog wel met noodlijdende kunstinstellingen? De gemeente zou hier nu eens een mooi gebaar kunnen maken en het bedrag van deze stedelijke belasting als geschenk aan de beide orkesten aanbieden.’

Het mocht de pret niet drukken, seinde een verslaggever: ‘Men zegt dat alle plaatsen reeds verkocht zijn. Het zal een echt pretje worden want de Amsterdamsche studenten zullen den dirigent Mengelberg in een open rijtuig, met vier paarden bespannen, van zijn huis afhalen en daarna een tocht door de stad naar het Stadion gaan maken. Een soortement entree van een circus dus.’

Wilhelmus

Mengelberg kondigde vooraf aan dat hij met het Wilhelmus zou openen, waarna meteen een scherpe discussie begon. Die werden aangezwengeld door socialistische zangvereniging De Stem des Volks, die ook op de lijst stond voor een optreden in het Olympisch Stadion. Het schrok echter terug door het voornemen van Mengelberg: ‘Ons koor heeft onoverkomelijke bezwaren tegen het medezingen van het Wilhelmus.’

Dit lied werd volgens de zangers niet gebruikt om de nationale eenheid te bevorderen, maar door hun politieke tegenstanders juist tégen de socialisten gebruikt. ‘Wij geven uw comité derhalve in overweging het programma vrij te houden van elke tendens en zoodoende de gevoelens te ontzien van medewerkenden zoowel als publiek. Dit zou o. i. ook niet onbelangrijk het bezoek ten goede komen in onze stad met haar zoo sterke socialistische bevolking.’

Iedereen die Mengelberg een beetje kende, wist echter dat hij dit gewoon zou spelen – niet alleen omdat prinses Juliana het concert zou bijwonen. De persoonlijke band van Mengelberg met het Wilhelmus gaat namelijk terug tot de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Speciaal voor deze gelegenheid had de jonge Mengelberg, pas 27 jaar oud, een versie vervaardigd, die onder zijn leiding werd gespeeld in De Nieuwe Kerk.

De Stem des Volks

Louis Grijp van het Meertens Instituut schreef hierover in 2001: ‘Per koninklijke trein hadden ze Amsterdam bereikt, waar de inhuldigingsplechtigheid zou plaatshebben, en in een glazen koets waren ze naar de Dam gereden. Daar werden de achttienjarige Wilhelmina en koningin-moeder Emma – het was 11 uur in de ochtend – door de militaire muziek begroet met een ‘vrolijk schallend’ Wilhelmus. In de Nieuwe Kerk namen dochter en moeder plaats op de troon, wederom onder de klanken van het Wilhelmus. Willem Mengelberg leidde een elitekoor waarin beroemde vocalisten zongen als de sopraan Aaltje Noordewier-Reddingius, de alt Pauline de Haan-Manifarges, de tenoren Johan Rogmans en Jacques Urlus en de bassen Johan Messchaert en Jos. Orelio. Zij werden begeleid door blazers en pauken van het Concertgebouworkest.’

Het verwijt van De Stem des Volks was daarmee een kansloze affaire. Mengelberg handhaafde zijn speellijst, waarna het socialistische koor definitief bedankte. Het concert telde uiteindelijk ongeveer 27.000 bezoekers, die pech hadden met het weer: een harde wind, die na zonsondergang zorgde voor de nodige kou. Door die wind was het ook moeilijk om de muziek goed te volgen.

Ondanks deze tegenvaller was het concert volgens De Maasbode een groot succes: ‘Tegen half negen betreedt prof. dr. Willem Mengelberg het podium, dat op de Marathontribune is aangebracht en dat met de nationale kleuren de wapens van den Haag en Amsterdam en palmen is versierd. Hij krijgt een ovatie, terwijl kransen worden aangedragen en overhandigd. Dan is het groote moment daar, dat het Stadion zal moeten bewijzen dat het behalve voor allerlei andere demonstraties ook geschikt is voor een openluchtconcert.

Prof. dr. Willem Mengelberg betreedt den katheder, het stokje geeft enkele venijnige tikjes, dan gaan de handen van den dirigent omhoog en worden de eerste maten van diens praeludium op het Wilhelmus ingezet. Het Stadion rijst overeind en iedereen hoort aandachtig het zingen van het nationale volkslied aan. De klanken zwellen aan en komen over de groene grasmat tot ons. Iedereen luistert eerbiedig totdat het Wilhelmus ten einde is en een donderend applaus op de tribune losbreekt.

Dan beklimt Peter van Anrooy het dirigeergestoelte, opnieuw breekt het applaus los en ook de Haagsche dirigent wordt met een krans vereerd. De Piet Hein-rhapsodie weerklinkt tusschen de muren waar anders het gejuich van duizenden supporters loeit. Het is doodstil overal, alleen het geruisch van den wind is hoorbaar en nu en dan weerklinkt een autohoorn boven de muziek uit of het geratel van een treintje, dat snel verdwijnt.

Tenslotte dirigeert prof Mengelberg zelf de Meistersinger van Wagner en de Negende van Beethoven. Het is langzamerhand donker geworden en de lichten boven het podium zijn ontstoken. Daaromheen, op de overige tribunes is het volmaakt duister, een eigenaardige gewaarwording als men aan de vijf en twintig duizend menschen denkt die daar stil en roerloos zitten. Ook buiten op het Stadionplein is het concert te hooren en ook hier staan honderden te luisteren. Omstreeks kwart over tien is het concert ten einde en verlaat het publiek na een gul en dankbaar applaus het Stadion.’ Aldus De Maasbode.

Mengelberg ontving na afloop veel lof tijdens een speciaal banket. Zelf sprak hij de aanwezigen toe: ‘Blijft ons helpen en zorgt vooral, dat de jongere generatie belangstelling zal hebben voor ons muziekleven. Dat de jeugd aan sport doet, valt te prijzen, doch daarnevens moet haar gesuggereerd worden, dat niet alleen een voetbalmatch, maar ook een mooi concert de moeite waard is!”

Vrienden van het Concertgebouworkest

Behalve geld en lof voor Mengelberg hield het Concertgebouw zijn vriendenvereniging over aan dit concert. Op hun website schrijven de Concertvrienden hierover: ‘Op 2 juni 1934 werd in het Olympisch Stadion een ‘monsterconcert’ georganiseerd van het Concertgebouworkest en het Residentie Orkest onder leiding van Willem Mengelberg en Peter van Anrooy. Om een vervolg te geven aan deze eenmalige gebeurtenis werd direct erna op 27 juli 1934 de Nederlandse Vereeniging Concertgebouw-Vrienden opgericht met als voorzitter de drijvende kracht achter het Stadionconcert, Ir. J.A. Josephus Jitta.’

In de zomer van 1939 ontvingen prinses Juliana en prins Bernhard het eerste exemplaar van een grammofoonplaat met een opname van het Wilhelmus, gespeeld door het Concertgebouworkest onder leiding van Mengelberg.

‘Een der overwegingen, welke hiertoe hebben geleid,’ schreef Het Vaderland, ‘vond haar oorsprong in het feit, dat bij internationale manifestaties, zoowel hier te lande als in het buitenland, de uitvoering van ons volkslied dikwijls te wenschen overliet. Met de moderne hulpmiddelen van grammofoon en radio zal het thans mogelijk zijn tot in de meest afgelegen streken, waar Nederlanders tezamen zijn, het Nederlandsche volkslied in al zijn schoonheid te doen weerklinken.’

De kans dat de zangers van De Stem des Volks deze plaat hebben gekocht is verwaarloosbaar.

Advertentie


Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.