NieuwOpmerkelijkSteunfonds Freelance JournalistenVoetbal

Bengels in kelders: de geboorte van het Amsterdamse amateurvoetbal

De eerste hoofdstedelijke amateurclubs werden rond 1900 in kelders in het centrum van de stad opgericht door jongens van zo´n veertien jaar oud. Dit gold voor bijna alle soorten clubs, of het nu om het chique AFC ging of het volkse TOS Actief.

In december 1894 kreeg een groep welgestelde Amsterdamse jonge mannen het idee om een voetbalclub op te richten. Na enkele weken van overleg, vond op 18 januari 1895 de oprichtingsvergadering van de club plaats, in de kelder van de heer Bernhard op de Koninginneweg. Als vergadertafel diende een omgekeerde wasmand. Op een feestavond ter ere van het zilveren jubileum in Bellevue werd tijdens een conference de wasmand nog ten tonele gevoerd. Wat er sindsdien mee gebeurd is, is niet bekend.

Geen twijfel

Dat er over de oprichtingsdatum geen twijfel bestaat danken we aan mevrouw Scheepens, de moeder van een van de oprichters. Zij zette vanaf 18 januari 1896 ieder jaar een vaasje bloemen op de ontbijttafel vanwege de verjaardag van de club van haar zoon Schaf.

Daarnaast bestaat er een foto van de viering van het eerste lustrum. Daarop zien we een groepje heren, keurig pak met een glas bier binnen handbereik. Eén van de heren toont een bordje, waarop keurig in krijt de datum van het eerste lustrum is te zien. Vanaf dan wordt ieder jaar op 18 januari de verjaardag van AFC gevierd met het traditionele Heren Jaardiner.

In de kelder rond de wasmand werd gekozen voor de klinkende naam Amsterdamsche Football Club. Het speelveld van AFC lag tussen de vijver van het Vondelpark en de Oranje Nassaulaan.

Hoewel, speelveld?

Jacques van Ooy, die in 1897 lid werd van AFC, zal daar later over zeggen: ‘Er is heel wat geschreven en verteld over dat eerste terrein. Dat was dan die rare driehoek tussen wat nu de Oranje Nassaulaan heet en de vijver van het Vondelpark – die driehoek met de cornervlag op straat.

En hoe hoog was de veldhuur in die tijd?

‘Zoiets huurde je niet – je nam er bezit van. In het Willemspark krioelde het van de clubjes en daarom stonden wij vroeg op om het eerste aan bod te komen. Het was daar een gold rush op voetbalgebied – er heerste gewoon het recht van de sterkste.’

Oprichting bonden

AFC was er ´op voetbalgebied´ landelijk gezien erg vroeg bij. Nog maar enkele jaren eerder in 1889 had sportpionier Pim Mulier de Nederlandschen Voetbal- en Athletischen Bond (NVAB) opgericht. Hij was tien jaar eerder ook al initiatiefnemer van een van de eerste voetbalverenigingen in Nederland, de Haarlemsche Football Club (HFC). Vanuit Haarlem verspreidde het voetbal zich naar het westen vooral naar Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

In diezelfde periode werd ook de Amsterdamsche Voetbalbond (AVB) opgericht, Dat was niet de enige lokale voetbalbond, want daarnaast werden in de hoofdstad nog Amstels Voetbalbelangen, de Amsterdamse Volksvoetbalbond en de Amsterdamse Kantoorvolksvoetbalbond opgericht. Ze bevochten elkaar op leven en dood, maar uiteindelijk zou de AVB als grote winnaar uit de strijd komen en als enige overblijven.

AFC voor de uitwedstrijd tegen ‘Victoria’ (Hilversum) – alle Scheepensen op de gevoelige plaat (in 1902). Voorste rij in het midden G.N. (Schaf) Scheepens: tweede rij geheel links N.A. (Nico) Scheepens; geheel rechts J.F. (Peet) Scheepens.

Het is opmerkelijk hoe snel voetbal populair werd, als we AFC-er van het eerste uur Jacques van Ooy mogen geloven. Volgens hem werd de voetballende jeugd in de beginjaren, de Sturm und Drang periode,  op allerlei manieren tegengewerkt.

Vroege Provo´s: iedereen is tegen voetbal

Eind jaren zestig zei hij: ‘Wij werden door de ouderen zo’n beetje beschouwd als wat men nu Provo’s noemt. Ouders waren tegen voetbal – elkaar de benen kapottrappen en kouvatten met dat halfnaakte gehol – dat was de opinie. De scholen waren tegen voetbal – het leidde de aandacht af van de studie en daarbij kwam, dat gymmastiekleraren in voetbal een geduchte concurrent zagen. De kerken waren tegen voetbal – zij vreesde ontheiliging van de zondag en verminderd kerkbezoek. ´

De enige die juist wel blij waren met opkomst van het voetbal waren de cafés en restaurants. In horecagelegenheden konden voetballers zich omkleden en vooraf en na afloop van een wedstrijd een biertje drinken. Ze deden ook dienst als clubhuis: er kom vergaderd worden en contributie worden betaald. Voor AFC was café-restaurant ´t Rechthuis aan de Middenweg in Watergraafsmeer zo’n clubhuis avant la lettre.

Stamvader aller clubhuizen

Jan van Gessel, aan het begin van de twintigste eeuw speler en bestuurslid van AFC, kende de toenmalige baas van t Rechthuis goed. In een jubileumboek van de club zegt hij; ‘Dat Rechthuis in de Meer is als het ware de stamvader gewest van alle clubhuizen. Die baas was een verstandig man. Hij stelde de kamer ter beschikking die vroeger gebruikt werd voor raadszittingen van Watergraafsmeer, dat toen nog niet door Amsterdam was geannexeerd.

AFC is zo de eerste club in Amsterdam met een eigen home. Het was volgens Van Gessel niet zo dat AFC haar opkomst te danken had aan de kroeg. Maar het deed de groei van de club ook geen kwaad. ‘Amsterdammers houden nu eenmaal van gezelligheid.’

Het belangrijkste wapenfeit van AFC in de beginjaren was volgens Van Gessel dat de club erin slaagde om Amsterdam football-minded te maken. ‘Amsterdam was aanvankelijk lang niet zo verzot op voetbal als Haarlem, Den Haag of Rotterdam. Maar met AFC sloeg de vonk over. Onze opmars was begonnen en al snel zou AFC een positie in Amsterdam gaan innemen zoals Ajax en Feyenoord in de moderne voetbalwereld. ´

Eerste club die reclame maakt

Dat steeds meer mensen van het bestaan van de club wisten, kwam ook door de reclame die AFC voor zichzelf maakte. Dankzij Toon van Deventer werd AFC de eerste voetbalclub die met een gerichte campagne meer toeschouwers wist te trekken.

Zo rond 1910 huurde hij een week voor de wedstrijd AFC-DVS een grote kar. Die kar werd getrokken door twee paarden. De twee jockeys op de bok waren ‘gestoken in de kleuren van beide verenigingen’ en de kar ‘volgeplakt met keurig uitgevoerde reclamebiljetten’ reed zo door het centrum van de stad.

In 1906 betrok de club een nieuw terrein in de Watergraafsmeer. Op 4 december 1920 verhuisde AFC naar Amsterdam-Zuid en ging drie velden aan de Zuidelijke Wandelweg bespelen. In 1962 verhuisde de club naar haar huidige sportpark Goed Genoeg.

TOS

Zeventien jaar na de geboorte van AFC werd, voetbalclub Tot Overwinning Streven (TOS) opgericht. Het was toen een turbulente tijd in de voetbalwereld. Voetbal werd bij het ontstaan van de sport midden negentiende eeuw vooral beoefend door de elite, die vrije tijd en geld had om zich er mee bezig te houden.

Arbeiders hadden dat in het geheel niet. Die hadden het al druk genoeg met werken en in leven blijven. Daar kwam in de loop van de twintigste eeuw langzaam verandering in. Er kwam meer vrije tijd en arbeiders gingen langzaamaan meer verdienen. Gestaag werd voetbal populair onder de rest van de bevolking, ook in Amsterdam.

Kelder

Zo kwamen er op 18 oktober 1912 in de kelder van mandenmaker Sligting in de Lange Leidsedwarsstraat een paar jonge mannen ‘uit het volk’ bij elkaar om voetbalclub TOS op te richten. De clubleden begonnen zonder een vast speelterrein. De ene keer moesten ze naar Sloterdijk om te spelen, dan weer naar de Schagerlaan, op de plek van het huidige Amstelstation, of over het IJ naar Amsterdam-Noord.

Het was altijd behelpen. Spelers moesten zich wassen met slootwater, een stal diende als kleedkamer en de velden waren vaak modderig en vol met kuilen. Een wedstrijd kon pas op een weiland gespeeld worden, nadat de koeien van de wei waren gehaald. Bomen in het veld vroegen om creatieve oplossingen.

Vroeg op om lijnen te trekken

Bij thuiswedstrijden moest materiaalman Van Gelder iedere zondagmorgen vroeg opstaan om met enkele anderen krijtlijnen op het veld te trekken, de ballen op te pompen en doelpalen te plaatsen. Het plaatsen van lijnen nam al uren in beslag. Van Gelder liet het krijt tussen zijn handen door in een keurig straaltje langs een touw lopen. Vlak achter hem liep dan iemand anders met een ketel water, die het krijt nat moest sprenkelen om wegwaaien te voorkomen.

Zoals het hoort bij een Amsterdamse voetbalclub, zat TOS het verhuizen in het bloed. Van Sloterdijk verhuisde de club naar de Kruislaan, vlakbij de huidige locatie. Op de Kruislaan werd samen met APGS een terrein gehuurd. Daar bleef de club twee jaar om vervolgens te verhuizen naar Middenweg 86, bij het huidige Park Frankendael. Vandaar liep een lemen weggetje langs het erf van een boerderij naar de voetbalvelden van een aantal clubs.

Dat speelden verder onder meer Watergraafsmeer en TOG. De zijlijnen op de velden van deze clubs lagen op een halve meter afstand van elkaar zodat voor publieke belangstelling eigenlijk geen plaats was. Spelers die een hoekschop namen, moesten op het andere veld hun aanloop nemen.

Clubavond

Elke zaterdagavond werd een clubavond georganiseerd in ‘Het Wapen van Amsterdam’ in de Oude Brugsteeg. Er werd muziek gemaakt, gezongen en gedanst. De penningmeester was er om contributie en donaties op te halen.

Twee jaar na de oprichting van de club brak de Eerste Wereldoorlog uit en daarom werd in augustus 1914 het leger in staat van paraatheid gebracht. Veel leden moesten in dienst en er kwam een noodcompetitie.

Fuseren

Na enkele sportief succesvolle jaren werd het er in de periode tussen de twee wereldoorlogen niet beter op voor TOS. Veel spelers verlieten de club. Eind jaren dertig was de keuze simpel: de club opheffen of fuseren. Het werd het laatste, en wel met voetbalclub Actief.

Actief werd in 1920 opgericht. Op 6 september van dat jaar kwamen enkele jonge lefgozertjes bij elkaar om een voetbalclub op te richten. Dat gebeurde in de Von Zesenstraat in de Dapperbuurt, een brede, lange straat waar je lekker kon voetballen.

De jongens waren betere voetballers dan cluboprichters, dus gingen ze op zoek naar een ouder iemand die wist hoe een vereniging op te zetten. Die werd gevonden in de kinderloze heer Doggers. Die had wel tijd voor een nieuwe hobby. Hij werd direct voorzitter, secretaris én penningmeester. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, op 1 augustus 1939, fuseerden TOS en Actief. De club is nu gehuisvest op Sportpark Middenmeer in Amsterdam-Oost.

Actief en TOS-Actief hebben dus meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. En dat geldt voor nog talloze andere Amsterdamse amateurclubs, die rond 1900 door jonge knullen in het stadshart werden opgericht, en in de decennia daarna verhuisden naar de randen van de stad.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.