Nieuw

Bijna 80-jarige Rinus Paul denkt nog vaak aan de Spelen van 1960

Door Ton van Wieringen

Oud-wielrenner Rinus Paul uit Den Haag die op 17 augustus 80 jaar wordt, reed naar vele overwinningen op weg en baan, was twee keer Nederlands Kampioen op de baan, koerste als beroepsrenner en deed mee aan de Olympische Spelen van 1960.  Die deelname liep uit op een teleurstelling.

Talentvolle Rinus was net 19 jaar toen hij deelnam aan de tandemsprint  op de wielerbaan van Rome. Met Mees Gerritsen ging hij  de strijd aan met de tandems van andere landen. Dat ging het duo goed af want ze bereikten de halve finale met uitzicht op eremetaal. Toen ging het fout.

Tijdens de tweede heat smakte het koppel hard tegen de houten baan en brak Paul zijn linker sleutelbeen op drie plaatsen. Amsterdammer Gerritsen kwam eraf met een dijbeenwond. Dagblad De Waarheid beschreef op 29 augustus 1960 de toedracht van het ongeval : ‘Stuurman Gerritsen waagde te veel en raakte de macht over het stuur kwijt. Hij had er beter aan gedaan zich op de strijd om het brons tegen de Sovjet-Unie te concentreren want tegen de sterke Italianen was  geen eer te behalen’.

Hiermee is Rinus Paul het volstrekt oneens:  ,,Beghetto en Bianchetto reden ons doelbewust van de baan. Ze sneden ons de pas af. Foto’s bewijzen dat. Dus einde verhaal. Geen medaille. Het zit me nog steeds dwars.” Vier jaar later kreeg Rinus Paul de gelegenheid om revanche te nemen tijdens de Olympische Spelen van Tokio maar gaf er de voorkeur aan om thuis te blijven. ,,We hadden net  dochter Judith,” aldus de bewoner van Laakkwartier.

,,Ik voelde me verantwoordelijk voor mijn gezin en wilde niet zo lang van huis.” Rinus had een snelle sprint, maar was ook allrounder. Hij stond bekend om zijn ‘tweede adem’ en om zijn imposante turbodijen. In de jaren ’60 was Den Haag wielerstad. Met jaarlijks vele wedstrijden  in bijna alle stadswijken. Het bekendste en drukstbezochte criterium was de Ronde van Capitol op en nabij de Loosduinseweg. Den Haag herbergde toen  goede renners zoals Joop van der Putten, Wim de Jager, Jacques Mesters, Wim Schuling, Ab van Egmond.

Rinus had ook veel concurrentie van  landelijke kopstukken:  Jan Janssen (Tourwinnaar in 1968), Bart Zoet,  Mik Snijder, Arie den Hartog, Cor Schuuring.  Rinus Paul, die ook een broer (Wim) en een zus (Irene) had die aan wielerwedstrijden meededen, kreeg dus de ereplaatsen niet cadeau.

Wielerbaan Duinhorst

Tussen Den Haag en Wassenaar, op de 445 meter lange geasfalteerde wielerpiste, leerde Paul, onder leiding van oud-wereldkampioen sprint Arie van Vliet, de fijne kneepjes van het baanwielrennen. Die hij later in de praktijk bracht op allerlei Europese velodromes. Met Gerard Koel greep Rinus de nationale titel koppelkoers en ook behaalde hij het baankampioenschap op de 50 km. Eremetaal was er ook twee maal op het onderdeel sprint.

Zijn veelzijdigheid toonde Paul  toen hij zonder vrees achter de grote motor (2700 cc !) ging stayeren. Met brons tijdens het NK van 1969.

Prof van 1964 tot 1970

Amstel Bier en Aluminium Bazuin formeerden kleine profploegen die Rinus op de loonlijst hadden. Het was geen vetpot hoewel hij in Belgische kermiskoersen en Nederlandse criteriums (‘rondjes om de kerk’) niet onverdienstelijk scoorde. Een contract bij grotere ploegen als Caballero, Willem II – Gazelle of Televizier – Batavus kwam er niet. De beste uitslagen als beroepsrenner waren: Eerste in Nijmegen, tweede in Rotterdam – Varkenoord, vierde in de Acht van Chaam en vierde in Maarheeze.

In 1971 keerde Rinus terug naar de amateurs bij de ‘horlogeploeg’ van Delbana. Hij stopte in 1973.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -