Wielerwedstrijd op de weg
NieuwWielrennen

De beginjaren van de Vuelta

De Ronde van Spanje werd in 1935 voor het eerst georganiseerd. Vanaf de jaren twintig werd al regelmatig een Ronde van het Baskenland verreden, terwijl de Ronde van Catalonië zelfs al sinds 1911 op de kalender stond.

Mariano Cañardo startte op 29 april 1935 in Madrid als de grote favoriet. Deze renner uit Navarra had op dat moment al vier keer de Ronde van Catalonië gewonnen, een wedstrijd die de populaire Cañardo in totaal zelfs zeven keer zou winnen. In de Tour van 1936 werd hij zesde. Volgens Velo-Gotha zagen de Catalanen hem als één van hen. Later werd Cañardo zelfs voorzitter van de Catalaanse Wielerbond.

Wilfried Journée, een Belgische kenner van de wielerhistorie, schreef over de bekendste Spaanse renner van de jaren dertig het volgende: “Van de populariteit welke Cañardo genoot, kan men zich moeilijk een gedachte geven. Duizend opschriften CANARDO over de weg gespannen, nonnen en pastoors die voor Cañardo bidden, in elk dorp een dozijn mannetjes met geschriften ter ere van Cañardo op een stok , zelfs een oude ezel met ‘Cañardo’ op zijn achterste geschilderd.”

Toch zou de topfavoriet de eerste Ronde van Spanje over ruim 3400 kilometer en veertien ritten niet winnen. Een Vuelta die volgens Journée een ware heldentocht was, met soms nauwelijks begaanbare wegen en talloze bandbreuken. Behalve met de Spaanse hitte hadden de vijftig gestarte renners ook nog af te rekenen met een paar regendagen met koude en flinke wind. De Belg Gustaaf Deloor won in Madrid de rondrit, die onderweg ook Bilbao en Barcelona aandeed. Cañardo zou bij een val vijf minuten hebben verloren. Hij werd tweede op twaalf en een halve minuut. In 1936 won Deloor opnieuw, vóór zijn broer Alfons.

Hoewel het grootste deel van het deelnemersveld uit Spanjaarden bestond, was er naast een sterke Belgische equipe (die trouwens geen peseta aan startgeld ontving) ook nog wat buitenlandse inbreng. Onder de niet-Spaanse deelnemers Leo Amberg – in 1937 de eerste Zwitser op het Tourpodium – en de bekende Oostenrijker Max Bulla. En verder twee Nederlanders. Marinus Valentijn uit Sint-Willebrord werd tiende, Gerrit van de Ruit uit Capelle aan de IJssel zestiende.

Spaanse burgeroorlog

Werden in 1935 vanwege politieke spanningen Galicië en Asturië al gemeden, door de Spaanse burgeroorlog was er tussen 1937 en 1940 van een Vuelta al helemaal geen sprake. In 1941, 1942 en 1945 werd de ronde wel verreden. Vanwege de Tweede Wereldoorlog werd het een vrijwel exclusief Spaans onderonsje, met twee maal Julian Berrendero (‘de donkere met de blauwe ogen’) als winnaar. De bergkoning van de Tour van 1936 was eerder als gevolg van de burgeroorlog in verschillende gevangenenkampen terecht gekomen, waar hij leefde onder erbarmelijke omstandigheden.

In 1945 won Delio Rodriguez, de bekendste van drie fietsende broers. Met dank aan zijn vlijmscherpe eindsprint won hij in totaal niet minder dan veertig (!) etappes in vijf Vuelta’s. Maar net als de meeste van zijn landgenoten reed Rodriguez nauwelijks wedstrijden over de grens, wat het niveau van de Spaanse renners op internationaal gebied geen goed deed.

Geld voor het oprapen

Martin Duyzings, een bekende Nederlandse wielerjournalist in die dagen, was in zijn Sport op twee wielen vernietigend in zijn commentaar op het toenmalige Spaanse wielrennen:

“De beste Spaanse renners van het ogenblik zijn in 1948 in de Ronde van Nederland aan de start gegaan en zij zijn er verpletterd. De sterkste Spaanse ploeg welke men op de been kon brengen verdedigde, voor het eerst sedert jaren, in 1949 weer de Spaanse kleuren in de Ronde van Frankrijk, en wat een triomphtocht had moeten worden, werd een nederlaag zo frappant, dat zij de Spaanse wielersport practisch meteen weer van het internationale wielersporttoneel verjoeg.”

De oorzaak meende Duyzings wel te kennen. De bekendste Spaanse renners verdienden ‘meer geld dan de meest gevierde matador’.

“De Spaanse rennerswereld had in weelde gebaad. Zij had het geld slechts voor het oprapen gehad. En zij had daarbij, zoals dat in een hausse nu eenmaal pleegt toe te gaan, de weg van de minste weerstand gezocht en gevonden. Waarom zou men zich afbeulen? Het publiek kwam immers toch in grote getale naar de wedstrijden! De organisatoren verdienden grof geld en zij betaalden vorstelijke honoraria!”

Jan Lambrichs

Toch werd in 1946 de eerste na-oorlogse’ Vuelta – waarin naast een Zwitserse equipe ook een Nederlandse ploeg aan het vertrek stond – gewonnen door de Spanjaard Dalmacio Langarica. De Nederlandse Limburger Jan Lambrichs, toen bijna eenendertig jaar oud, werd knap derde.

Lambrichs was een talentvolle ronderenner die in 1939 als jonge debutant als achtste was geëindigd in de Tour. Hij werd in die dagen gezien als een toekomstige podiumkandidaat, en niet alleen in eigen land. Helaas voor hem gooide de Tweede Wereldoorlog roet in het eten. In 1946 had Lambrichs volgens Martin Duyzings de Spanjaarden in eigen huis kunnen kloppen.

“Want de Spaanse cracks, ondergebracht in elkaar fel en met alle middelen beconcurrerende fabrieksploegen waarin met geld gesmeten werd, aten elkaar haast op in een zeldzaam bittere rivaliteit, en voor het overige betaalde de Spaanse wielersport (en zij betaalt dat nu nog steeds!) de tol aan het isolement waarin zij, als gevolg van de Spaanse burgeroorlog en de daar uit voortvloeiende politieke conflicten, jaren achtereen gezeten had.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -