Nieuw

De eerste F1-race in Boedapest vond al in 1936 plaats

Formule 1-baas Bernie Ecclestone was in het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw vastbesloten om een F1-race achter het IJzeren Gordijn te organiseren. Zijn doel was om de Formule 1 uit te laten groeien van een op Europa gerichte sport naar een wereldwijde variant. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De Koude Oorlog was op dat moment nog lang niet ten einde en mede daardoor leken zijn ambitieuze plannen iets teveel van het goede.

Door Joris Kaper

Het is geen verrassing dat Ecclestone in de eerste instantie de Sovjet-Unie op het oog had. In 1983 liet hij, zelfverzekerd als hij was, de Grote Prijs van de Sovjet-Unie alvast opnemen op de voorlopige racekalender van de Formule 1. Daarbij stelde hij de Sovjets ook een paar miljoen dollar in het vooruitzicht. Maar ondanks het zelfvertrouwen van Ecclestone ketste de deal uiteindelijk af op een hoop bureaucratische rompslomp. De handel met de Sovjet-Unie lag midden in de Koude Oorlog nogal gevoelig en een Formule 1-race organiseren bleek een brug te ver. Hierbij ging het gerucht dat de deal uiteindelijk afketste op één punt: het wel of niet laten racen over het Rode Plein in Moskou.

Geen Sovjet-Unie, wel Hongarije

Maar Ecclestone liet zich niet zomaar uit het veld slaan. De Formule 1-tycoon ging op zoek naar een ander land in het Oostblok, waarbij hij al snel bij Hongarije uitkwam. Dat land was weliswaar een communistische satellietstaat van de Sovjet-Unie, maar van alle landen uit het Oostblok wel het land dat zich het meest openstelde voor handel met West-Europa. Bovendien zag de Hongaarse regering in de Formule 1 een mooie mogelijkheid om het land te promoten en meer toeristen te lokken voor een vakantie in het land.

In 1984 en in 1985 werden er diverse voorstellen gedaan voor de locatie van de race. De Grote Prijs van Hongarije zou in eerste instantie moeten plaatsvinden op een stratencircuit in Boedapest, in de buurt van het Varosliget park. Omdat dit niet haalbaar bleek, was een volgende optie voor Ecclestone Népliget Park, ‘Het Park van het Volk’, midden in het centrum van Boedapest. Op het eerste gezicht was dit geen locatie waar je de F1 zou verwachten. De reden hiervoor werd pas duidelijk toen men over de vergeten Grand Prix van 1936 begon, die al eens op deze locatie verreden was.

Népliget Park

Een voorstel voor een race in Népliget Park in 1984 haalde het echter niet, evenals twee voorstellen in 1985. Later dat jaar verbood het stadsbestuur van Boedapest uiteindelijk om Népliget Park te gebruiken voor de Formule 1. Dat de plannen om weer een Grand Prix te organiseren in het park sneuvelden, had mede te maken met het feit dat een flink aantal bomen gekapt zou moeten worden. De bomen in het park stonden echter te boek als nationaal monument en kap hiervan was daardoor geen optie.

Na het afhaken van Népliget Park als locatie, werd er gekeken naar de bouw van een permanent circuit bij het Velencei-meer ten zuidwesten van Boedapest, een idee dat in Hongarije al in 1974 was geopperd. Dit vond Ecclestone echter te ver van Boedapest verwijderd en al snel werd daarom besloten tot de bouw van een geheel nieuw circuit: De Hungaroring, dat vervolgens in acht maanden uit de grond werd gestampt en haar eerste Formule 1-race in 1986 zag. Daarmee was het circuit het eerste Formule 1-circuit achter het IJzeren Gordijn. Het circuit was wel een trap tegen het zere been van de Hongaarse minister van Defensie Lajos Czinege, die het gebied gebruikte om te jagen.

De Hongaarse GP van 1936

Tot de Grote Prijs van Hongarije in 1986 was de GP in 1936 dus de enige in Hongarije. Die race werd gewonnen door de Italiaan Tazio Nuvolari, die zo de coureurs van het in die tijd oppermachtige Mercedes en Auto Union (gesteund door de overheid van Nazi-Duitsland) het nakijken gaf in 50 rondes van 5 kilometer. De Duitser Bernd Rosemeyer werd tweede, de Italiaan Achille Varzi derde.

De Hongaarse coureur László Hartmann, die door de Hongaarse autosportbond was ingezet om een GP in Hongarije te promoten, kwam niet verder dan een zevende plaats. Twee jaar later liet Hartmann het leven, na een ongeluk tijdens de GP van Tripoli.

De GP van Hongarije werd na die eerste editie nooit meer verreden, tot aan 1986. Hoewel er ongeveer 100.000 toeschouwers op het spektakel afkwamen, zorgde de communistische overheersing en de Tweede Wereldoorlog lang voor een autosportluwe periode. Pas aan het begin van de jaren ’60 werd er weer geracet in Népliget Park.

Gijs van Lennep en Toine Hezemans

Vanaf dat moment werd er eerst nog alleen met motoren geracet in Népliget Park, maar vanaf 1966 ook weer met auto’s. Zo werd het ETCC (European Touring Car Championship) hier in 1966, 1967, 1969 en 1970 verreden, waaraan ook de Nederlanders Ed Swart, Toine Hezemans, Rein Zwolsman, Rob Dijkstra en Gijs van Lennep meededen. Van Lennep won hier zelfs in 1969; Toine Hezemans deed hem dat een jaar later na. Deze races werden deels op het originele circuit van 1936 verreden. Tot en met 1972 werd er nog geracet in het park in Boedapest; daarna was de pret definitief over.

De nog bestaande lay-out

Het grote park werd na de laatste races in de jaren ’70 gesloten voor autoverkeer, het circuit was verleden tijd en werd omgetoverd tot wandelpaden en een paar wegen. Anno 2022 is het uitgestrekte ‘Volkspark’ veelal groezelig en slecht onderhouden. Het komt de gezelligheid niet ten goede.

Toch is het park populair bij alle lagen van de bevolking. Niet alleen kom je er hardlopers, fietsers, wandelaars en mensen met honden tegen; ook telt het park onder andere drie tennisparken, een elektriciteitsstation, een in onbruik geraakt voetbalstadion, een nachtclub en een planetarium. In een rustiger gedeelte van het park hebben zelfs enkele dames van lichte zeden hun plek gevonden. Kortom: een vreemde combinatie, maar voor liefhebbers van een potpourri aan verschillende mensen en onlogische plekken is dit een pareltje.

Népliget Park anno 2022

De Grote Prijs van 1936 spreekt echter nog steeds tot de verbeelding. Dat komt ook doordat de volledige lay-out (op een enkel stukje na) van het circuit uit 1936 er nog steeds ligt. Autosportfanaten kunnen dus nog het volledige parcours uit 1936 lopen. De paden in het grote park die deel uitmaakten van het circuit, hebben zelfs vaak nog dezelfde afmetingen en dat is opvallend voor een park waar verder geen auto’s meer rijden (op o.a. het oude rechte stuk van de start/finish na, dat het park met een drukke weg in tweeën splitst). Met een beetje inlevingsvermogen kan je de Ferrari’s, de Zilverpijlen en de Auto Unions nog zien racen.

Behalve de lay-out is er heden ten dage niks tastbaars meer aanwezig van iets dat doet denken aan het circuit van vroeger. Alleen als je heel goed zoekt vind je nog een kleine aanwijzing uit vroegere racetijden. Op een paar plekken zie je dat delen van sommige stoepranden nog sporen van witte verf bevatten als afbakening van het oude circuit. Voor de liefhebbers van een beetje nostalgie een tastbare herinnering aan de allereerste Grote Prijs van Hongarije.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -