Nieuw

De eerste zwemwedstrijden in Nederland werden al in 1844 georganiseerd

Nederland is een waterland. Nu zijn we eraan gewend dat de meeste inwoners kunnen zwemmen, maar dat is niet altijd zo geweest. Dat hebben we onder meer te danken aan Johannes Cornelis Jacobus Smits.

De zwemschool in Scheveningen, afbeelding via het Haags Gemeentearchief

Op 11 mei is het de 210e geboortedag van Johannes Cornelis Jacobus Smits, geboren in Utrecht. Hij groeide op met een vader als beroepsmilitair, wat hij zelf ook werd tijdens de Tiendaagse Veldtocht van 1831 tegen België. In die beginjaren verwierf Smits bekendheid vanwege zijn belangstelling voor de volksgezondheid en de bevordering van de lichaamsbeweging. In 1845 schreef hij hierover zelfs het boek De Gymnastiek als volksonderwijs: voor allen bevattelijk gemaakt, waarvoor opmerkelijk veel belangstelling bestond vanuit de allerhoogste sociale kringen. Koning Willem II had bij voorintekening twee exemplaren besteld, net als de kroonprins en prins Alexander. Prins Frederik wilde er zelfs drie. Ook de rest van namen van intekenaars is fascinerend met drie ministers, vier generaals en nog heel veel andere hoge militairen. Alleen al dat overzicht is de moeite waard van een historische analyse, want het laat goed zien welke mensen uit de Nederlandse elite een kleine twee eeuwen geleden geïnteresseerd waren in de ontwikkeling van de lichamelijke opvoeding.

Op het moment van verschijnen was Smits 1e Luitenant bij het Regiment Grenadiers en Jagers. In zijn openingswoord formuleerde hij meteen al een klacht over het tekort aan politieke belangstelling voor lichaamsbeweging. Dat klinkt ons opmerkelijk actueel in de oren, los van de gebruikte woordkeuze uit 1845 natuurlijk. ‘Hoe vele boekdeelen toch, zoo in ons vaderland als elders, zijn er in de laatste tien jaren niet reeds over dit onderwerp geschreven! Doch hoe weinig uitwerking heeft tot hiertoe al dat geschrijf voor ons Vaderland gehad! En hoe kan men ook wenschelijke gevolgen verwachten, wanneer de Regeringen er zich zoo weinig aan laten gelegen liggen? Want wat hebben de Lands- en Stadsregeringen tot hiertoe ter bevordering der Gymnastiek gedaan? Wij durven het antwoord hier niet nederzetten; doch iedereen weet het.’

Zwemmen

Het boek vol praktische oefeningen bestond uit elf hoofddelen, waarvan alleen het laatste zich niet afspeelde op het land, maar in het water. Dat was in die tijd nog geheel niet vanzelfsprekend, want veruit de meeste Nederlanders konden niet zwemmen, ondanks de enorme wateroppervlaktes in ons land met zeer regelmatig dodelijke overstromingen. Daarom had Smit ook nog een paragraaf over het zwemmend redden. ‘Een goed zwemmer vindt dikwijls gelegenheid om zijn evenmensch uit doodsgevaar te redden. Om daartoe in staat te zijn, zonder zelf in levensgevaar te geraken, moet hij zich oefenen, om eenen zinkenden landwaarts te brengen.’ Eén van de voorgestelde oefeningen was het opduiken van een met stro gevulde pop, waar steeds meer stenen in werden gestopt. De moderne variant wordt een kleine twee eeuwen later nog steeds gebruikt.

Het was relatief nieuw dat er acties werden ondernomen om het zwemmen te stimuleren. Rond 1820 werd er een zwemschool gesticht in de Amstel in Amsterdam, aan de Doelenstraat voor jongeren uit het Burgerweeshuis. Tien jaar later opende Breda de eerste militaire zwemschool. En ook Smits kwam in actie, enkele jaren vóór het verschijnen van zijn boek. ‘Naar men verneemt, zal er, door medewerking van militaire en civiele autoriteiten, eene burger zwemschool alhier, aan het Kanaal naar Scheveningen, worden opgerigt,’ zo schreef de Opregte Haarlemsche Courant op 4 mei 1843. ‘Aan dusdanige inrigting bestaat sedert lang hier te lande eene groote behoefte.’

In de winter van 1843-4 werden hiervoor de wegen aangelegd, waarvoor 400 arbeiders ter werk werden gesteld. Het waren vooral ambachtslieden, aldus Dagblad van ’s Gravenhage op 22 januari 1844, ‘thans zonder werk en tevens vaders van behoeftige en talrijke huisgezinnen, of zoons, die voor hunne ouders en verdere betrekkingen werkzaam zijn.’ Het leverde een zeer levendig en bedrijvig schouwspel op, zo vond de verslaggever tenminste.

Nieuw in zijne soort

In het boek van Smits was geen aandacht voor het organiseren van wedstrijden, niet ter land en niet ter water, omdat dit fenomeen in die tijd nog grotendeels onbekend was – uitzonderingen daargelaten als hardrijderijen op de schaats, harddraverijen en het roeien en zeilen. En toch had Smits zelf op 23 september 1844 de eerste zwemwedstrijd in Nederland georganiseerd, ‘nieuw in zijne soort’, zoals de Rotterdamsche Courant schreef. ‘Een heel goed idee,’ dat daarom ‘zeker aangemoedigd verdient te worden’.

Speciaal voor deze gelegenheid was de zwemschool geheel feestelijk ingericht. Er stonden verschillende onderdelen op het programma, waaronder het zwemmen op de buik, op de rug, zonder handen of voeten te gebruiken, in figuren, over een afstand van 300 Nederlandse ellen, onder water en het zwemmen met wapens en bepakking. Dan was er ook nog een wedstrijd in het duiken, de hoepelsprong en drijven – geen idee overigens wat bij dat laatste onderdeel nou precies de bedoeling was. Namen van deelnemers en winnaars zijn helaas onbekend.

Een aantal van die intekenaars van het boek uit 1845 waren er die dag zelf bij, zoals generaal Everts, ‘die nooit eene gelegenheid schijnt te laten voorbijgaan, waar hij tot iets nuttigs kan behulpzaam zijn’ Hij stelde in dit geval een aantal prijzen beschikbaar. Ook prins Frederik kwam hoogstpersoonlijk langs en kreeg toen wellicht het idee om drie boeken van Smits te bestellen. Na afloop van deze eerste wedstrijd in Nederlands zwemwater kreeg de organisator een dankwoord voor de moeite en ‘eene fraaijen gouden snuifdoos, ten bewijze van erkentelijkheid voor zijne onvermoeide en bereids met zulke goede vruchten bekroonde pogingen’.

Na een lange militaire loopbaan werd Smits in 1862 de eerste commandant van het Koloniaal Militair Invalidenhuis in het Arnhemse Bronbeek – inmiddels bekend als Koninklijk Militair tehuis Bronbeek. In 1887 overleed hij aan de gevolgen van een longontsteking. Op de plek waar hij in 1844 de eerste zwemwedstrijd van Nederland organiseerde, zit nu Theesalon de Waterkant.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.