NieuwWielrennen

De laatste Nederlandse dubbelslag bij het WK wielrennen was in Valkenburg

Annemiek van Vleuten is wereldkampioen bij het wielrennen op de weg. Voor de eerste keer sinds 1979 is er zo de mogelijkheid voor een Nederlandse dubbelslag. Maar dan moet wel eerst een Nederlandse man de eerste wereldtitel sinds 1985 winnen… 

Foto’s Jan Raas en Petra de Bruin via het Nationaal Archief.

Het is een mooie Triviantvraag over wielrennen: hoe vaak wonnen Nederlandse wielrenners in hetzelfde jaar de wereldtitel bij de mannen én de vrouwen? Met bonuspunten voor de goede namen.

De laatste Nederlandse mannelijke wereldkampioen bij het wielrennen op de weg was in ieder geval 1985. De laatste vrouwelijke winnaar was in 2020. Het moet dus vóór 1985 zijn geweest.

De primeur was in 1975 in het Belgische Namen, met Tineke Fopma op zaterdag en Hennie Kuiper op zondag. Het was een droomweekend voor de Nederlandse wielersport met zelfs een drieslag, omdat André Gevers ook nog eens de sterkste was bij de amateurs.

Nederlandse feestweek

‘Het ongelofelijke was gebeurd’, jubelde NRC Handelsblad daarom in het sportkatern. ‘Hennie Kuiper had de kroon gezet op een Nederlandse feestweek in de Belgische Ardennen. Na de toevalstreffer van Tineke Fopma en de machtsgreep van André Gevers bij de amateurs volgde goud voor Kuiper bij de grofs. Alle drie te vergeven individuele wegtitels bij dit wereldtoernooi naar één land. Een unicum in de geschiedenis van de jubilerende (75-jarige) internationale wielrenunie.’

In de rest van de krant werden Kuiper en Gevers uitgebreid beschreven, maar voor Fopma was er verder geen aandacht meer. Het was tenslotte maar vrouwensport, in de ogen van de mannelijke sportjournalisten uit die tijd tenminste, die het daarom keihard negeerden.

Valkenburg op zijn kop

De tweede dubbelslag, en nog steeds de laatste, was in 1979, nota bene in eigen land. In Valkenburg eindigden Jan Raas en Petra de Bruin als eersten.

Het evenement zorgde voor grote drukte, zodat het Limburgse stadje uit zijn voegen barstte tijdens het derde WK wielrennen in die plaats. De lokale horeca draaide op volle toeren. De drank vloeide rijkelijk en de Limburgse vlaaien vlogen over de toonbank. Nog voordat het eerste startschot had geklonken, was het evenement voor de lokale middenstand al geslaagd.

Petra de Bruin, pas zeventien jaar oud, had het wel bijna verpest door al vóór de eindstreep de zege te claimen. ‘Met een laatste uit wanhoop geboren sprint drong de Belgische Jenny de Smet zich naast de Nieuwkoopse die al met geheven armen haar jubel demonstreerde’, aldus De Volkskrant. ‘Een finishfoto was het gevolg die evenwel toch in het voordeel van Petra de Bruin besliste.’ Meteen na de streep crashte De Smet ook nog.

Bondscoach Cor Blijster had met wanhoop toegekeken: ‘Ik waarschuw de meisjes altijd: juich nooit voor je over de meet bent.’ De Bruin: ‘Ik was ook zó blij. Ik heb er tenminste weer van geleerd.’ Het werd nog mooier met een gelukstelegram van koningin Juliana en prins Bernhard, één voor De Bruin en één voor Raas.

Met twee gouden medailles was het feest helemaal geslaagd. De wielersupporters vierden de overwinningen van hun helden tot in de late uurtjes. Ook de renners zelf zetten na de glorieuze ritten de bloemetjes buiten. ‘In het hotel werden volgens mij 73 flessen champagne burgemeester gemaakt’, zo herinnerde Hennie Kuiper zich in maart 2019 in een gesprek met sporthistoricus Sven Portz. ‘Het was groot feest. We waren kampioen.’ Kuiper had weliswaar zelf geen medaille aan de rit overgehouden, maar genoot met volle teugen van de teamprestatie.

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.