Nieuw

Dit is het Circuit van Zeist dat er nooit kwam

Het had maar weinig gescheeld dat het nationale autocircuit in Zeist had gelegen. Dan hadden we komend weekend allemaal in de bossen staan schreeuwen naar Max Verstappen.

Het Circuit van Zeist, afbeelding via het Noord-Hollands Archief

Al honderd jaar geleden werd er in Nederland voor de eerste keer gepraat over de aanleg van een autocircuit. In plaatsen als Den Haag, Noordwijk, Lisse, Arnhem en Heerlen werd in de jaren 20 en 30 serieus onderzoek gedaan en waren er soms zelfs al bouwtekeningen en financiële constructies. Zandvoort was in 1939 uiteindelijk de eerste met een autowedstrijd, toen nog op een stratencircuit, maar tot dat moment was het nog helemaal niet zo vanzelfsprekend dat daar het nationale circuit zou worden gebouwd.

Tijdens de oorlogsjaren werd er in Zandvoort doorgewerkt om deze ambitie te realiseren, maar daarmee was de concurrentiestrijd nog niet beslist. Tegelijkertijd speelde er namelijk ook iets in Zeist met plannen in een vergevorderd stadium, onder leiding van Hans Hugenholtz van de Nederlandsche Automobiel Race Club.

Aandelen

Er was al een terrein aangeschaft aan de Krakeling in Zeist. Voor de financiering was een kapitaal vereist van één miljoen gulden, waarvan acht ton via aandelen. Op 25 mei 1944 werd via advertenties deze aandelenuitgifte aangekondigd met als bedoeling om er 800 te verkopen voor duizend gulden ieder, ‘recht gevend op een vrije tribuneplaats bij alle door de N.V. te organiseren Automobiel-, Motoren andere Wedstrijden.’ Een week later echter was D-Day en in die chaos werd er onvoldoende kapitaal verzameld. Er zat weinig anders op dan het budget te halveren tot 575.000 gulden. Daarmee kon een betonnen tribune voor 5000 mensen worden aangelegd, voldoende om jaarlijks een Grand Prix en een internationale autowedstrijd te organiseren, met daarbij ook nog een aantal kleinere wedstrijden.

Zowel Zeist als Zandvoort bedelde in die eerste naoorlogse jaren bij de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club om de organisatie van die Grand Prix, en daarmee om de status van nationaal circuit. Precies 75 jaar geleden was het dus nog lang niet vanzelfsprekend dat Zandvoort daarin zou slagen. Sterker: als het Circuit van Zeist vóór 15 juni 1946 was opgeleverd, wilde de KNAC daar de Grote Prijs van Nederland organiseren. ‘In ieder geval is aan Zandvoort meegedeeld, dat de eerste Nederlandse Grand Prix naar Zeist zal gaan,’ schreef Het Vrije Volk op 21 november 1945. ‘Assen en Zandvoort zullen dan voor de motorraces bestemd zijn.’

Protest

Net als nu bij Zandvoort liepen de debatten hoog op tussen de voor- en tegenstanders, zo staat op de website Geheugen van Zeist. De dienst Gemeentewerken en Staatsbosbeheer waren allebei tegen. De Zeister Motorclub, de VVV Zeist en meer dan 150 middenstanders en fabrikanten waren vóór, ook de pastoor. In de zomer van 1947 was de tegenstand zo groot geworden dat het Circuit van Zeist van de tekeningen werd geschrapt. Weer een jaar later werd het Circuit van Zandvoort geopend, waarmee de badplaats definitief de concurrentiestrijd had gewonnen.

Het werk van Hugenholtz in Zeist was trouwens niet voor niets geweest, want in 1949 werd hij directeur in Zandvoort. De derde bocht op dat circuit is naar hem vernoemd.

Op de beoogde plek in Zeist ligt nu deze rotonde, een hele kleine variant van het circuit van 75 jaar geleden. Je mag er alleen een stuk minder hard rijden.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schrijft mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten, te verschijnen eind mei 2022. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.