Een rondleiding door het sportmuseum dat maar tien minuten heeft bestaan
Stel je een sportmuseum voor met levende standbeelden, die in beweging komen als een bezoeker passeert. Tijdens het Sportgala in Amstelveen is dat gebeurd.

Uw rondleider samen met Heleen van Ketwich Verschuur. Foto’s Pim Waslander / Amstelveen Sport
Amstelveen heeft zijn sporters geëerd op een Sportgala in de schouwburg. Tijdens de opening stonden vijf levende standbeelden op het podium, waarbij ik vertelde over de geschiedenis van hun sport. Daarna gaven ze een korte demonstratie. Het waren allemaal jonge inwoners uit Amstelveen, die zeer succesvol zijn in een sport met weinig bekendheid.
Samen met Heleen van Ketwich Verschuur, directeur van AmstelveenSport, maakte ik zo een ronde door een sportmuseum, dat maar tien minuten heeft bestaan. Deze rondleiding staat gelukkig nog wel op papier.
Volendam 1927
Tijdens de Winterspelen worden we overspoeld met beelden van sporten, die we al heel lang kennen. Ondertussen zijn er ook heel veel nieuwe ontwikkelingen in de sport, waarvan de meeste onbekend zijn bij het grote publiek.
Toch zijn er soms opmerkelijke overeenkomsten. Bij kin-ball, dat een jaartje of veertig geleden werd bedacht in Canada, speelt een enorme bal de hoofdrol op het veld. Toen ik dat voor de eerste keer zag, moest ik meteen denken aan Volendam in 1927, waar de eerste wedstrijd in Nederland in het pushball werd gespeeld. In het filmpje hieronder zie je hoe dat eruit zag.
Nieuwe sporten zijn dus vaak ouder dan ze zelf denken. Dat is grappig, omdat die beoefenaars zich graag afkeren van de vorige generaties. Ze verruilen de traditionele sportomgeving voor de openbare ruimte en verzinnen allemaal nieuwe woorden. Voor de zekerheid gebruiken ze muziek, waarvan ze hopen dat hun ouders er gek van worden.
Freerunning en parkour zijn mooie voorbeelden. De techniek van wat nu Speed en Turn Vault heet, is dan weer wel hetzelfde als een flanksprong, die al in 1885 bekend was.
Die sporten zijn tegelijkertijd heel jong en heel oud. De beoefenaars hebben iets nieuws verzonnen, maar de onderliggende principes zijn dat dan weer niet.
Het gaat vaak om combinatiesporten, die gezamenlijk tot een nieuwe variant leiden. Dit concept is ook al oud, zoals de militaire vijfkamp met schermen, zwemmen, paardrijden, hardlopen en schieten. Die werd in 1896 bedacht door Pierre de Coubertin, de geestelijk vader van de Olympische Spelen.
En hoe gek en vreemd een nieuwe sport eruit mag zien: laten we blij zijn dat dit gebeurt. De wereld verandert altijd en de sport dus ook.
Martial Arts

Maaike Schulten
Sport is het grootste ter wereld. Bij bonden als de FIFA en het IOC zijn méér leden aangesloten dan bij de Verenigde Naties. Eigenlijk is de sport dus groter dan de wereld.
Sport is ook het kleinste ter wereld. Iedereen kan in beweging komen wanneer en hoe die dat zelf wil. Stel dat iemand achteruit wil rennen met een gele helm op. Dan doet die dat gewoon, waarmee de kleinste bezigheid ter wereld is uitgevonden.
Sport is dus het grootste én het kleinste ter wereld. Alle tradities en invalshoeken van de wereld komen bij elkaar, ongeacht of die al 300 jaar oud zijn of vanmiddag pas verzonnen.
Dat zien we bij Martial Arts. Deze sport is grotendeels onbekend in ons land, maar toch zijn ook hier verschillende tradities zichtbaar.
Martial Arts heeft eeuwenoude roots in de Aziatische cultuur, zoals we die kennen via onder meer judo, karate en jiujitsu. Die werden weer beïnvloed door iemand als Thom Harinck uit Amsterdam-Noord. Meer dan een halve eeuw geleden ontwikkelde hij een eigen vechtstijl met westerse en oosterse invloeden. Zo werd vanuit Nederland een grote bijdrage ontwikkeld aan de vechtsporten.
Die Nederlandse invloeden gaan nog veel verder terug, want in 1674 verscheen in Amsterdam een boek over zelfverdediging: Klare Onderrichtinge der voortreffelijcke Worstel-konst. Hierin staan technieken als beentrappen en heupzwaaien. Het zou mij niet verbazen als sommige hiervan nog steeds bekend zijn bij vechtsporters, maar dan wel onder een andere naam dan in de 17e eeuw.
Schaakboksen

Bedirhan Yavus Akin en Baris Orhan Akin
Combinatiesporten kennen we al heel lang, bleek eerder al uit het voorbeeld van de militaire vijfkamp. Biatlon is nog veel ouder, aanvankelijk begonnen als een militaire discipline in Scandinavië, waarbij een soldaat gevechtshandelingen verrichte in de sneeuw.
Het basisidee is dat de meest complete sporter wint en niet degene die zich het meest heeft gespecialiseerd. En zo is het ook bij het schaakboksen, waarvan de samenstelling relatief nieuw is. De twee basissporten zelf zijn dan al weer heel oud.
Zowel bij het boksen als het schaken is een groot strategisch spelinzicht nodig. Iemand die aanvalt zónder enige verdediging heeft tenslotte een groot probleem. Op het schaakbord verliest die zijn koning en in de boksring zijn bewustzijn.
Overigens is het boksen al langer bekend in de schaakwereld. Max Euwe nam in 1935 bokslessen in aanloop naar een wereldkampioenschap. Hij wilde zo zijn conditie en uithoudingsvermogen vergroten. Tijdens het toernooi zelf droeg hij geen bokshandschoenen, zoals nu in het schaakboksen, Deze trainingen hebben geholpen, want Euwe werd wereldkampioen – bij het schaken, dus.
Breakdance

Aiden Abbink
Dansen en sport zijn allebei een vorm van beweging. Bij breakdance komen die bij elkaar. In 2024 was het zelfs een olympisch onderdeel, onder de naam breaking. Voor de eerste keer was een pure dans doorgedrongen tot het programma, waarbij de deelnemer vooraf niet wist welke muziek er werd gedraaid.
De combinatie tussen muziek en dans gaat wel heel ver terug. In april 1937 bijvoorbeeld was er in Amsterdam onder leiding van Dick Schmüll een voorstelling van turners, waarbij ze afsloten met een opmerkelijk onderdeel. Volgens Algemeen Handelsblad was dit ‘iets nieuws op gymnastisch gebied’.
Schmüll draaide een jazzplaat, ‘waarbij de dames den boven-, de heeren den ondertoon op rhythmische wijze uitbeeldden.’ Het publiek vond het eerst maar een vreemd gedoe, maar uiteindelijk stelde het toch op prijs dat het getuige was geweest van de eerste uitvoering van ‘turnen op muziek’.
In onze tijd is jazz niet meer zo populair onder de breakers, maar toch zien we ook hier een onderliggend principe met een lange geschiedenis.
Paaldansen

Naomi Jongkind
Er zijn maar weinig mensen in Amstelveen op de hoogte dat het Sportcentrum VU op Uilenstede de grootste sportvereniging van de stad is. Volgens cijfers van directeur Arie Koops zijn er inmiddels zo’n 9000 inschrijvingen voor tientallen verschillende sporten.
De universiteitssport is interessant, omdat die zich nog sneller vernieuwt dan de rest. Studenten met een goed idee krijgen veel mogelijkheden om die meteen door te voeren, zolang daarvoor geen grote investeringen nodig zijn als een padelbaan of een nieuw onderkomen. Zo zijn klassiekers als zaalvoetbal en basketbal erg populair, maar ook Cheerleading, Hyrox en Kumbo. Alle tradities lopen zo door elkaar heen.
Paaldansen wordt al jarenlang beoefend in sportcentra van universiteiten en is erg populair. Het duurde even voordat het als sport werd erkend, mede door vooroordelen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een sport waarin de beoefenaars op wereldniveau presteren, in verschillende categorieën en stijlen.
Boogschieten te paard

Silas Borgen
Boogschieten en paardrijden zijn veel ouder dan de moderne sport. De boog en het paard waren tenslotte allang bekende verschijnselen in het dagelijks leven. Er is dan altijd wel iemand die op het idee komt om eens een onderling wedstrijdje te houden, wat het begin is van sportbeoefening.
De combinatie boogschieten te paard is dan weer nieuw voor de Nederlandse sport, maar als losse onderdelen hebben die allebei een eeuwenoude traditie. In beide gevallen heeft het koninklijk huis een grote rol gespeeld om er een moderne sport van te maken.
Meer dan 200 jaar geleden gaf koning Willem I prijzen aan de winnaars van harddraverijen op de Gouden Zweep-draverijen. Koning Willem III was in 1849 nog geen twee maanden ingehuldigd toen hij een groot handboogevenement organiseerde in Apeldoorn.
Bij boogschieten te paard worden tenues gedragen, die verwijzen naar de Middeleeuwen. Het is een sportieve variant van re-enactment, waarbij historische gebeurtenissen worden nagespeeld.
Ook hier zien we dus een nieuwe sport, die is gebaseerd op hele oude gebruiken. Daarom heb ik nog een tip voor mensen die ideeën op willen doen voor een revolutionaire vernieuwing: pak een sportboek uit 1885 en verzin er wat nieuwe termen bij. Behalve als je iets met zelfverdediging wil doen, want dat boek werd al in 1674 geschreven.
Eén nieuwe sport wil ik graag meteen al voorstellen: paaldansschaken. De foto heb ik al.


