NieuwVoetbal

Een slimme Tsjechoslowaak en de overmoed van Oranje

Oranje deed in 1976 voor het eerste mee aan het EK voetbal. Door overmoed en een tegenstander met een lepe coach, strandde het Nederlands elftal toen in de halve finale.

De Tsjechoslowaak Václav Ježek volgde Ernst Happel in 1969 op bij ADO Den Haag. Hij bracht de club van meet af aan succes. Onder zijn leiding werd ADO in 1971 zelfs bijna kampioen van Nederland. Het team eindigde uiteindelijk als derde, na zeventien wedstrijden ongeslagen te zijn geweest aan het begin van het seizoen. ‘Ježek was in de residentie geliefd om zijn rust en beminnelijkheid,’ zo schrijft Zeger van Herwaarden in Kampioenen van Europa (Amsterdam, 2008). ‘De Tsjechoslowaak wist zijn spelers te motiveren, hoe uiteenlopend van karakter ze ook waren.’

In 1972 vertrok Ježek bij ADO om bondscoach van Tsjechoslowakije te worden. Twee jaar later stond hij met zijn ploeg op het EK voetbal. Er deden dat jaar maar vier landen mee aan het toernooi: (gastland) Joegoslavië, West-Duitsland, Tsjechoslowakije en Nederland.

In de halve finale stond Oranje tegenover het team van Ježek. Oranje werd door Europese sportpers als grote favoriet gezien. Niet zo vreemd, want de ploeg was de vicewereldkampioen en bestond onder meer uit de wereldspelers als Johan Cruijff, Johan Neeskens en Willem van Hanegem.

Arrogant Oranje

Het Nederlands elftal was ook volledig overtuigd van zichzelf. Van Herwaarden: ‘Tegenstander Tsjechoslowakije werd niet zozeer onderschat, als compleet genegeerd. Geminacht zo ongeveer. De arrogantie van vedettes als Ruud Krol, Cruijff en Van Hanegem kende geen grenzen. De Tsjechoslowaken waren een makkie. Het duel was in de hoofden van de Nederlandse spelers al gewonnen voordat er in Joegoslavië überhaupt een bal was getrapt.’

Totale zelfoverschatting dus. ‘De zelfgenoegzame sterren waren eigenlijk alleen maar bezig met de finale tegen Duitsland, die als een vaststaand gegeven werd beschouwd. In die wedstrijd zou de nederlaag van de WK-finale wel eventjes gewroken worden. De trip naar vakantieland Joegoslavië stond vanaf dag één in het teken van de ultieme revanche op Duitsland.’

Negentien wedstrijden ongeslagen

Maar Tsjechoslowakije was een tegenstander waar wel degelijk rekening mee diende te worden gehouden. De ploeg was al negentien wedstrijden ongeslagen en beschikte met Anton Ondruš, Antonin Panenka en Zdeněk Nehoda bovendien over drie topspelers. Minstens zo belangrijk was de ervaring die Václav Ježek met zich meebracht. Als succesvol trainer van ADO Den Haag kende hij het Nederlandse voetbal als geen ander.

Naast wraak op de oosterburen speelde geld een grote rol bij Oranje. Volgens de spelers, met Cruijff voorop, waren de winstpremies veel te laag. Terwijl de Nederlanders ruzie maakten over geld en zich al in de finale waanden, stelde Ježek een strijdplan op. Ondrus zou Cruijff aan de ketting leggen, terwijl Panenka op het middenveld het spel moest verdelen. Tijdens de wedstrijd bleek dit een gouden greep. Panenka was zo op het middenveld Neeskens, Wim Jansen en Van Hanegem de baas en Ondrus maakte zelfs de 1-0. Helaas maakte hij na ruim een uur spelen dankzij een eigen goal ook de gelijkmaker. Het werd uiteindelijk 3-1. Niet Nederland, maar Tsjechoslowakije stond in de finale.

Finale en Panenka

Daarin troffen ze West-Duistland. Na de reguliere speeltijd en de verlenging stond het 2-2. Het EK kende vervolgens een primeur: in plaats van een replay werd het toernooi beslist met een strafschoppenserie. Tsjechoslowakije trok aan het langste eind, toen de beslissende strafschop door Panenka over de Duitse doelman Sepp Maier werd gechipt. Tsjechoslowakije was Europees kampioen en de wereld vernoemde een van de beroemdste penalty’s uit de geschiedenis naar een Tsjechoslowaak.

Nederland wist tijdens het toernooi de pijn nog een beetje te verzachten door de troostfinale van de Joegoslaven te winnen, en zo derde te worden. Maar de nederlaag tegen Tsjechoslowakije was geen blijvende les in nederigheid. Twintig jaar later, tijden het EK in Zweden, zou de geschiedenis zich herhalen. Terwijl de wereldsterren van Oranje al bezig waren met de finale tegen de Duitsers, gingen de onderschatte Denen er met de winst − en uiteindelijk ook met de Europese titel − vandoor.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.