NieuwVoetbal

Geen woorden maar kaarten: een boswandeling door het Amsterdamse voetbal

Met behulp van de Bosatlas van het Nederlandse voetbal krijgen we meer inzicht in het Amsterdamse voetbal – zowel historisch als organisatorisch.

In 1877 verscheen de eerste editie van de Bosatlas. In diezelfde tijd waren ook de eerste voetbalwedstrijden in ons land. Precies 140 jaar later is de eerste Bosatlas van het Nederlandse voetbal verschenen, waarin onze belangrijkste volkssport in honderden kaarten en figuren is vastgelegd.

Wie door deze Bosatlas bladert, kijkt naar Nederland. Geen sport is zo diep in ons landschap doorgedrongen als voetbal. Maar liefst 94% van alle inwoners in ons land woont minder dan drie kilometer van een voetbalveld. De gemiddelde afstand van woonhuis tot veld is slechts 1,6 kilometer. En in een stad als in Amsterdam werden in het vorige seizoen maar liefst 19.512 wedstrijden in het amateurvoetbal gespeeld – het hoogste van alle regio’s in Nederland.

 

Meer voetballers, minder clubs

In de Bosatlas staat een grafiek, die in één oogopslag duidelijk maakt hoe voetbal zich sinds 1890 heeft ontwikkeld: steeds meer mensen werden lid van de KNVB, een tijdelijke dip eind vorige eeuw uitgezonderd. Wat ook opvalt is dat er sinds 1980 steeds minder voetbalclubs zijn. Kortom: in de afgelopen decennia zijn er steeds meer voetballers bij steeds minder clubs.

Dat is in Amsterdam duidelijk zichtbaar. Ruim een halve eeuw geleden waren daar nog bijna 200 voetbalclubs, waar het er tegenwoordig hoogstens zeventig zijn. Ze zijn allemaal ingetekend in de Bosatlas. Door een foutje is alleen FC IJburg vergeten, iets wat in een volgende editie zal worden hersteld.

Het voetbal in de regio Amsterdam heeft enkele bijzondere kenmerken. Zo is de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde voetbalaccommodatie daar relatief hoog. Verder is het aantal voetbalvelden per 10.000 inwoners opvallend laag, maar is het gemiddelde aantal velden per voetbalaccommodatie juist weer hoog.

In gewone mensentaal: heel veel voetballers in Amsterdam moeten het doen met relatief weinig velden. De vierkante meters zijn daar simpelweg duurder dan in dunbevolkte gebieden. En als een club veel nieuwe leden krijgt, kan het wegens ruimtegebrek niet zomaar even een nieuw veld aanleggen. Daarom zijn er veel concentraties van clubs op grotere complexen, zoals in Ookmeer of Amsterdam-Oost. Dat zorgt er weer voor dat de voetbalaccommodaties in Amsterdam bovengemiddeld groot zijn.

Kunstgras

Het is allemaal typerend voor het voetbal in dichtbevolkt en verstedelijkt gebied: er is weinig ruimte en dat vraagt om een speciale aanpak, anders dan in dunbevolkte gebieden als de Achterhoek of de Friese dorpen. Dat wordt nog duidelijker als we kijken naar het gebruik van kunstgras, want hier zijn enorme verschillen tussen dichtbevolkte en dunbevolkte gebieden.

De opkomst van kunstgras is razendsnel verlopen: rond 2000 werd het eerste veld aangelegd en slechts vijftien jaar later is al één op de vijf velden in het amateurvoetbal hiervan gemaakt. In de zeer verstedelijkte gebieden is dat zelfs één op de drie, tegen slechts één op de twaalf in provincies als Groningen en Friesland. Hoe groter de druk op de voetbalvelden, hoe meer kunstgras.

Kijk maar:

In Amsterdam is daarom een hoog percentage van kunstgras. Het lijkt er verder op dat nog meer kunstgrasvelden de toekomst van het voetbal is. Het is anders niet meer mogelijk om deze sport in grote steden te beoefenen. Echt gras kan het niet aan als er elk weekend aan de lopende band wedstrijden worden gespeeld, nog los van de trainingen door de week. De toekomst van het amateurvoetbal in verstedelijkte gebieden is daarom afhankelijk van kunstgras. Wie een beter plan heeft, mag het zeggen.

Vrouwenvoetbal

De druk op deze accommodaties in verstedelijkt gebied wordt zelfs nog groter door de definitieve doorbraak van vrouwenvoetbal. In slechts twintig jaar is het aantal voetballende vrouwen en meisjes bij de KNVB bijna verdrievoudigd – ook in Amsterdam!

Nog sterker, de KNVB heeft de huidige ledengroei vooral te danken aan het vrouwenvoetbal. Dat is goed voor de sport en dat is goed voor de emancipatie (honderd jaar na de invoering van het vrouwenkiesrecht werd dat trouwens ook wel eens tijd), maar dat neemt niet weg dat de infrastructuur van het voetbal steeds meer onder druk komt te staan, juist in een stad als Amsterdam.

Voetbalbolwerken

Tot slot de geografische spreiding van het Amsterdamse voetbal, zowel in 1952 als in 2017. De Bosatlas heeft de overeenkomsten en verschillen in kaart gebracht.

Het is simpel: hoe roder de gebieden, hoe hoger het percentage mannelijke voetballers in clubverband in die wijk. (Vrouwen zijn hier niet gemeten, omdat die in 1952 nog niet mochten voetballen van de KNVB. Zo is er dus geen vergelijkingsmateriaal met 2017.) We zien meteen dat zowel in 1952 als 2017 Amsterdam-Noord eruit springt als voetbalbolwerk.

De Staatsliedenbuurt en omgeving is echter veranderd van een voetbalbolwerk in een regio met normale gemiddeldes. En in een deel van de grachtengordel trekt voetbal tegenwoordig juist heel weinig inwoners. Aan de andere kant zijn er nieuwe voetbalwerken ontstaan, zoals in Nieuw-West, Zuid-Oost en IJburg.

MAAK OOK EEN BOSWANDELING DOOR HET FRIESE VOETBAL
HIER

Dat heeft weer verschillende oorzaken. Ten eerste is de bevolkingssamenstelling in die 65 jaar revolutionair veranderd. In de grachtengordel past voetbal blijkbaar niet meer bij het statusbeeld van dat gebied.

Verder zorgt de klustering van voetbalclubs ervoor dat er in het centrum geen voetbalclub meer is te vinden! De sportbeoefening is naar de randen van de stad geduwd, wat gevolgen heeft voor de herkomst van de leden. Beleidsmakers en stedelijke plannenmakers kunnen daarom de kaarten in de Bosatlas gebruiken om eventuele gevolgen te voorzien voor nóg meer klusteringen van clubs, of voor nóg verder de stad uit of voor nóg meer kunstgras.

Meer dan een bondscoach

De toekomst van het Nederlandse voetbal ligt daarom niet alleen in handen van een goede bondscoach, want ook de infrastructuur is van wezenlijk belang: de bereikbaarheid, wel of geen kunstgras, de concentratie van clubs. Dat zijn belangrijke zaken die het voetbal niet alleen kan oplossen, maar waar de maatschappij zelf ook een bijdrage aan moet leveren.

Want één ding wordt wel duidelijk door de Bosatlas van het Nederlandse voetbal: voetbal is veel te belangrijk geworden om alleen aan het voetbal over te laten.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.