Nieuw

Graaf Jules van Bylandt uit Amerongen vond de dood op de skeletonbaan in Zwitserland

Precies 115 jaar geleden verongelukte de Nederlandse sporter Jules van Bylandt in Sankt Moritz. De schok was enorm, zowel in Nederland als in Zwitserland.

Jules Bylandt in 1905, foto uit de collectie van Huis Amerongen via het Utrechts Archief

Kimberley Bos was is niet de eerste Nederlander met succes heeft in skeleteon. In 1939 won baron Willem Gevers de prestigieuze Grand National. En kort na 1900 was er graaf Jules Ernest Othon Anne Adrien van Bylandt die uitblonk op de slee. Tragisch genoeg heeft Van Bylandt de liefde voor het skeleton niet overleefd.

Jeugd

Jules van Bylandt werd geboren op 24 augustus 1863 in Brussel. Toen hij tien jaar oud was, overleed zijn vader. Vijf jaar later overleed ook zijn moeder. Dit was er de oorzaak van dat Jules uiteindelijk verhuisde naar Amerongen, waar hij min of meer onder de hoede kwam van zijn oudere zus Louise en haar echtgenoot, graaf Godard van Aldenburg Bentinck, heer van Amerongen, Leersum, Zuylenstein, Ginkel, Elst, Lievendaal en Eck en Wiel.

Tussen Jules, Louise en zijn zwager groeide al spoedig een warme en hartelijke band. Jules voelde zich bijzonder op zijn gemak in het gezin van zijn zus en zelfs toen hij in verband met zijn studie aan de universiteit van Leiden inmiddels naar Den Haag was verhuisd, bleef het statige Kasteel Amerongen voor hem zijn eigenlijke thuis.

Reizen

Jules van Bylandt was erg avontuurlijk aangelegd. Op 25-jarige leeftijd ondernam hij zijn eerste grote reis. Bij de vele reizen die nog zouden volgen had hij een voorliefde voor gebieden die nog maar nauwelijks in kaart waren gebracht. Zo bezocht hij Tibet en Midden-Azië, Rusland, Japan, het Noordpoolgebied en grote delen van Afrika, waar hij – we zouden het nu vooral ongepast vinden – ook deelnam aan de jacht op olifanten.

Tijdens zijn reizen toonde Van Bylandt zich een uitstekend fotograaf. In het archief van het Huis Amerongen, dat inmiddels deel uitmaakt van het grotere Utrechts Archief, zijn vele prachtige foto’s van zijn reizen bewaard gebleven.

Verder verscheen een jaar na zijn dood bij Uitgeverij Martinus Nijhoff nog het boek Jules van Bylandt – Dwars door Afrika: zijn laatste reis hier lezen.

Bobsleeën en skeleton

Behalve voor reizen ontwikkelde Jules van Bylandt ook een passie voor wintersport. Vanaf 1895 bezocht hij jaarlijks de baan in Sankt Moritz om daar deel te nemen aan de sledesporten. Bij het bobsleeën in de viermansbob gaf hij zijn teams vaak de meest bizarre namen: ‘De hobbelende geit’, ‘Whistling Coon’, ‘Upset-me-not’, ‘Patte en l’air’ en ‘Siene houd me vast’.

Natuurlijk klonken deze namen erg frivool en deden ze vooral plezier vermoeden. En het was zeker waar dat Van Bylandt de mondaine Zwitserse wintersportplaats ook bezocht voor het sociale leven, voor de omgang met de Europese upper class, voor de vele diners, bal masqués en overige feestjes, waar hij een graag geziene gast was en schitterde op de dansvloer.

Maar daarnaast zat er zeker ook een serieuze kant aan zijn sportbeoefening. Vooral toen zijn aandacht steeds meer verschoof van het bobsleeën naar het skeleton, een sport voor individuele deelnemers, werd hij steeds fanatieker en de resultaten allengs beter. Skeleton was een bezigheid voor waaghalzen, en aan lef ontbrak het de stoutmoedige Van Bylandt niet.

Uitslagen

Omdat de uitslagen van de bobslee- en skeletonwedstrijden in Zwitserland lang niet altijd de vaderlandse pers haalden, zijn er maar een paar betrouwbare resultaten van Van Bylandt bekend.

Het bobsleeteam ‘De hobbelende geit’, met Jules van Bylandt als stuurman, werd in zijn race in ieder geval derde. En volgens een boek over Kasteel Amerongen en zijn bewoners eindigde hij als skeletonner meestal ergens tussen de tweede en vijfde plaats.

In 1902 werd hij tweede bij de Grand National, het onofficiële wereldkampioenschap in de skeletonsport. In 1903 werd hij – nota bene met een geblesseerde arm – derde, na Thoma Badrutt en John Arden Bott. In 1905 was hij zelfs goed voor de snelste seizoentijd.

Maar Van Bylandt wilde meer. Hij wilde de Grand National winnen. En iedereen wist dat hij daartoe in staat was.

Portret uit het boek Dwars door Afrika van Jules van Bylandt uit 1908, via Delpher

Fataal ongeluk

In 1907 was hij al vroeg in het jaar neergestreken in Sankt Moritz. Als voorbereiding op dé wedstrijd van het seizoen, op 2 maart, bracht hij zijn tijd door met trainen en kleinere wedstrijden.

Op 18 februari was er een openbare training. Of misschien was het wel een echte wedstrijd, dat is niet helemaal duidelijk. Om precies tien uur ’s ochtends ging Jules van Bylandt als eerste van start. Volgen één van de geraadpleegde bronnen was de eerste startplek oorspronkelijk aan een ander toebedeeld, maar werd op uitdrukkelijk verzoek van de Nederlander uiteindelijk van die volgorde afgeweken. Vooraf had Van Bylandt al tegen Engelse vrienden gezegd dat hij verwachtte het baanrecord te verbeteren.

Het onderstaande relaas is een samenvatting van verslagen in diverse Nederlandse, Zwitserse en Engelse kranten.

Nadat de Cresta Run tot in de puntjes was geprepareerd en de ‘seingever’ bij het zogenaamde Ravennest, een verhoging van waar men het hele terrein kon overzien, de baan had vrijgegeven, stoof Van Bylandt weg. En terwijl de edelman steeds meer vaart maakte en met veel bravoure de bochten nam, bemerkte de Cresta-employé tot zijn schrik dat een van zijn collega’s vergeten was een plank over de baan weg te halen en dat hij bij nader inzien dus nooit het signaal ‘veilig’ had mogen geven. Wanhopig poogde de man zijn fout te herstellen en de aandacht van de baanwerker te trekken, maar tevergeefs.

Intussen was Van Bylandt met een snelheid van zo’n 80 kilometer per uur op weg naar de plek waar de plank over de baan lag. Toen hij de plank zag was het al te laat. Hij probeerde nog overeind te komen, maar werd hardhandig van de slee gekatapulteerd en belandde in de sneeuw. De haastig toegeschoten hulpverleners konden slechts de dood constateren.

Circa 23 jaar was de Cresta Run gevrijwaard gebleven van dodelijke ongelukken. Maar na het overlijden van Henry Pennell  op 19 januari, waarschijnlijk als gevolg van een eigen stuurfout, was het drama met Van Bylandt het tweede fatale ongeval binnen één maand.

De beide betrokken Cresta-werknemers, respectievelijk twaalf jaar en acht jaar in dienst, werden naar het politiebureau overgebracht en op beschuldiging van grove nalatigheid gevangen gezet. Na een gerechtelijk onderzoek en op voorspraak van hun leidinggevenden kwamen ze alsnog vrij.

De dood van Van Bylandt zorgde in Zwitserland en in Nederland voor veel ophef. Er was treurnis alom, niet alleen in ons land, maar ook de inwoners van Sankt Moritz en de grote Engelse gemeenschap aldaar waren in diepe rouw.

Reacties

Bijna alle vaderlandse kranten berichtten over zijn overlijden.

Zo schreef Het Vaderland: “Hij werd vreselijk verminkt. De dood schijnt onmiddellijk te zijn ingetreden”.

De Noord-Brabanter vermeldde: “De heer Van Bylandt bezocht al een jaar of twaalf ’s winters geregeld St. Moritz, waar hij bij de Engelsche kolonie zeer geliefd was. Hij was een vermaard sleetjevaarder, de vorige week nog kwam hij als nommer vier aan in den wedstrijd om den Ashbourne Beker”.

En de Nieuwe Courant wist: “Het was zijn grootste eerzucht om de Grand National te winnen. Dat het volkomen binnen zijn bereik lag, daarvan waren al zijn vrienden overtuigd”.

Vanuit Nederland zond graaf Godard van Bentinck zijn persoonlijke dienaar Hendrik van Deelen naar Sankt Moritz om de formaliteiten rondom het overbrengen van het stoffelijk overschot te regelen. Op 23 februari 1907 werd Jules van Bylandt begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Circa een jaar later werd nabij Hotel Kulm in Sankt Moritz een klein gedenkteken geplaatst ter herinnering aan de dood van de sportieve graaf. Deze zogenaamde ‘Bylandt Brunnen’, van de hand van de Zwitserse beeldhouwer Richard Kissling, werd enkele jaren geleden nog geheel opgeknapt.

Geraadpleegde bronnen: Archief Huis Amerongen / Utrechts Archief, krantensite van de Koninklijke Bibliotheek, diverse buitenlandse kranten, informatie van Lodewijk Gerretsen (conservator Kasteel Amerongen), Harry Stone – Ski Joy: The story of Winter sports, Nico van Horn – Sportmonument hersteld (uit: De Sportwereld 60).

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -