Nieuw

Heiny van der Heijden uit Rotterdam was kampioen op de Dooven Olympiade van 1924

Op 18 oktober begint in Amsterdam het Europees Kampioenschap Schaken voor doven. Dat is bijna honderd jaar nadat Heiny van der Heijden grote successen boekte op het eerste internationale dovensportevenement ooit.

De Nederlandse zwemmers bij de Dooven Olympiade van Parijs 1924 met Heiny van der Heijden in de gestreepte badmantel. Foto: uit privéalbum Heiny van der Heijden

Nog nooit eerder was in Amsterdam het EK Schaken voor Doven, dat plaatsvindt in het Bijlmer Sportcentrum. De Amsterdamse dovenschaakclub TOG organiseert dit voor de Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond en het International Chess Committee of the Deaf.

Amsterdam 1928

Amsterdam was in 1928 al wél eens gastheer van de Internationale Doven Spelen, ook wel de Dooven Olympiade genoemd, een week na afloop van de Olympische Spelen. In onze tijd staat dit evenement bekend als de Deaflympische Spelen, afgekort tot Deaflympics.

Het Nederlands Olympisch Comité stelde in 1928 belangeloos het Olympisch Stadion ter beschikking. ‘Deelgenomen wordt door athleten uit België, Duitschland, Engeland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Tsjecho-Slowakije en Zwitserland’, aldus Het Vaderland op 3 augustus 1928. In de tijd zelf was er behoorlijk wat aandacht in de pers, maar inmiddels is de Dooven Olympiade van 1928 vooral vergeten.

Deze Internationale Doven Spelen werden toen voor de tweede keer gehouden, vier jaar na Parijs, ook meteen na afloop van de Olympische Spelen. Het markeert de begintijd van de dovensport van zo’n honderd jaar geleden, vooral omdat er binnen de bestaande structuren geen aandacht was voor slechthorenden.

Deze sportieve emancipatie werd overigens niet door iedereen toegejuicht, blijkt uit een zeer bot commentaar van Het Dagblad van Noord-Brabant: ‘Men mag zich in dezen tijd vol dwaasheden en gezoek naar excentriciteiten niet verbazen dat er hier en daar menschen zijn, die tot vreemdsoortige plannen komen, maar hoe men tot een internationale organisatie kan geraken om doove menschen aan sportspelen (tegen betaling toegankelijk natuurlijk) te zetten, is een raadsel, dat bij de vele, die men zich dagelijks stelt, kan gevoegd worden.  Sportspelen zijn voor de kerngezonde, valide, jonge menschen, maar niet voor hen, die misdeeld zijn.’

De eerste Nederlandse medaillewinnaars

Natuurlijk trokken de dovensporters zich niets aan van deze botte Brabanders. Dat gold ook voor de Rotterdamse zwemster Heiny van der Heijden, op 27 januari 1904 geboren in Djokjarkata, Java. Ze werd doof geboren en daarom kwam ze als zesjarig meisje naar Nederland voor een opleiding aan Rotterdamse dovenschool. Haar ouders bleven in Nederlands-Indië en kregen één foto per jaar om te zien hoeveel hun dochter nu weer was gegroeid.

Haar familie bezit nog steeds een deelnemerskaart van Van der Heijden van 8 juni 1924 voor een nationale zwemwedstrijd voor doven, onder startnummer 15. Twee maanden later vertrok ze naar Parijs met de Nederlandse ploeg voor de eerste Dooven Olympiade. De Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant had hoge verwachtingen van Van der Heijden, omdat zij de snelste Nederlandse was op de 100 meter rugzwemmen. En inderdaad won ze een gouden medaille op die afstand. Alsof die prestatie niet historisch genoeg was, deed ze dat ook nog eens in een wedstrijd tegen vijf mannen, waardoor de Franse pers haar prestatie jubelend beschreef. Ook de andere Nederlandse zwemmers presteerden bijzonder goed met in totaal drie keer goud, vijf keer zilver en één keer brons, genoeg om als eerste te eindigen in het landenklassement bij het zwemmen.

Vier jaar later trouwde Van der Heijden met Henk Nederlof, in 1926 betrokken bij de oprichting van de Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond. Ze is overleden op 26 februari 1998.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.