NieuwZwemmen

Herman Willemse overleden, de koning van het openwaterzwemmen

De iconische langeafstandszwemmer Herman Willemse is gisteren in Amsterdam op 87-jarige leeftijd overleden. Hij was de ongekroonde koning van het openwaterzwemmen. Willemse grossierde in nationale titels en records en was vijf keer de beste van de wereld. Frank Grootemaat sprak hem in de lente van 2014.

Herman Willemse met Edith van Dijk.

Dat Willemse tot de absolute top van de zwemwereld behoorde, blijkt uit het feit dat hij samen met Pieter van den Hoogenband en Maarten van der Weijden als enige Nederlandse mannelijke zwemmer is opgenomen in de ‘Hall of Fame’ van het internationale zwemmen. Toch is hij bij het grote publiek niet zo bekend als de Olympische gouddelver uit Eindhoven. Dat komt waarschijnlijk omdat Willemse veel van zijn successen aan de andere kant van de wereld boekte als professioneel zwemmer, in een tijd dat er nog geen televisie in elke Nederlandse huiskamer stond en amateursport de norm was.

Willemse werd in 1934 geboren in Schagen. “In mijn jeugd was ik altijd al met water aan het donderen. Zwemmen, bootjes varen: water is echt de rode draad in mijn leven”, vertelt Willemse. Als achttienjarige behaalde hij op de 1.500 meter vrije slag zijn eerste nationale titel in het wedstrijdbad. Tot en met 1958 zouden er nog twaalf volgen.

Wat Willemse tot een unieke zwemmer maakte, was dat hij zijn titels behaalde op een grote verscheidenheid aan afstanden: van 100 tot 1.500 meter. Tegenwoordig specialiseren zwemmers zich en is een dergelijke veelzijdigheid ondenkbaar, maar ook in die tijd was die prestatie al bijzonder.

Ondanks zijn grote klasse kwam Willemse nooit uit op de Olympische Spelen. “In 1952 vonden ze me nog te jong. Vier jaar later moest ik vlak voor de Spelen nog een proeve van bekwaamheid tonen, maar daar bedankte ik voor. Enkele dagen later werd de complete Olympische ploeg teruggetrokken.”

Nederland boycotte de Spelen van 1956 vanwege de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije. Ook die van 1960 gingen aan zijn neus voorbij. Willemse was toen inmiddels professioneel zwemmer en in die tijd was deelname nog uitsluitend voorbehouden aan amateursporters. “Maar daar heb ik geen spijt van gehad hoor, ik was wel een beetje uitgekeken op het amateurzwemmen. In 1959 zwom ik als tweede Nederlander ooit Het Kanaal over. In die wedstrijd, waarin ik als tweede eindigde, was geld te verdienen. De zwembond feliciteerde me met de prestatie én royeerde me, omdat ik nu prof was.”

Tijdens de kanaalwedstrijd hoorde Willemse verhalen over soortgelijke wedstrijden in het open water in Argentinië en Noord-Amerika. “Ik wist niet eens dat zoiets bestond, in Nederland had je dat niet. Samen met zwemster Mary Kok trok ik erop uit.”

Piranha’s

Met een vrachtschip vertrok het duo naar Zuid-Amerika voor een wedstrijd bij Mar de la Plata. “De zwemmers werden daar als sterren behandeld. Langs de hele route stond publiek. Het was een familie-uitje.”

Willemse bevestigt dat de entourage wel te vergelijken is met de sfeer bij de Elfstedentocht. “Aan de finish stonden 25.000 mensen. Als er over rivieren werd gezwommen, stonden de bruggen vol met publiek. Die wedstrijden kennen een lange traditie.”

Willemse presteerde meteen uitstekend en won regelmatig. Hij verkreeg er de bijnaam Pez Volador, oftewel ‘vliegende vis’.

In die tijd beschikten de zwemmers overigens nog niet over dezelfde moderne zwempakken als tegenwoordig. “Ik had gewoon een zwembroek aan. We smeerden ons in met vet: tegen kwallenbeten en om alles een beetje soepel te houden. Onderweg werden we bevoorraad vanuit een bootje. Soms zwommen we in vervuild water. Ik heb in die jaren regelmatig oorontsteking gehad.”

In Argentinië doemden ook andere problemen op. “In gebieden waar we zwommen, kwamen soms piranha’s voor. Een dag voor de wedstrijd werd dan slachtafval in het water gegooid om de vleesetende vissen te lokken. Vervolgens werden de piranha’s met springstof opgeblazen.”

Vijf keer wereldkampioen

Ook in Canada en de Verenigde Staten won Willemse een groot aantal wedstrijden. Zijn grootste successenreeks boekte hij in Atlantic City bij het jaarlijkse wereldkampioenschap. “De winnaar kreeg daar 5.000 dollar, omgerekend zo’n 20.000 gulden. Als leraar op de lagere school verdiende ik 298 gulden per maand, dus dat bedrag betekende voor mij 67 maandsalarissen. Daar wil je wel hard voor zwemmen.”

Willemse legde de afstand van een kleine veertig kilometer af in tien à elf uur. Hij bleek mede door zijn gedegen voorbereiding vaak een klasse apart. “Een keer won ik met een voorsprong van meer dan een uur op de nummer twee. Ik had berekend dat ik in een baai de stroming mee zou hebben als ik binnen twintig minuten op een bepaald punt zou zijn. Als enige redde ik dat. Ik had hem dus mee, terwijl de rest tegen de stroming in ploeterde.”

In Atlantic City verkreeg Willemse de bijnaam ‘Flying Dutchman’, vanwege zijn overwinningen én zijn sponsor. “Ik werd gesponsord door een nachtclub die zo heette. Ik reed rond op een fiets met het logo van de nachtclub en zo bleef die naam al snel aan me plakken.”

Bij de wedstrijden in Atlantic City waren veel beroemdheden onder het publiek, zoals filmster Jayne Mansfield, en zwemmer en acteur Johnny ‘Tarzan’ Weismüller. Toen Willemse het WK in Atlantic City in de periode 1960-1963 vier keer op rij had gewonnen, vroeg een van de organisatoren of hij niet eens iemand anders kon laten winnen. “Er werd gegokt op die wedstrijd en voor de gokkers was het niet meer interessant als ik steeds won. Ik vond het prima om geen eerste te worden, maar wilde wel graag het prijzengeld van de nummer één ontvangen. Daar ging de organisatie niet mee akkoord. Vervolgens won ik de wedstrijd voor de vijfde keer. Mede daarom ging de race de jaren erna niet meer door.”

Anekdotes

Willemse vertelt vol enthousiasme over zijn zwemavonturen en schudt de anekdotes uit zijn mouw, zoals over de Deense zwemster Greta Andersen. “Tegen de zin van haar echtgenoot, tevens coach, staakte zij een wedstrijd voortijdig. Ze was het zo zat dat ze haar man op het strand vervolgens knock-out sloeg.”

En over een wedstrijd in Egypte: “Het ging er af en toe best gemeen aan toe. We startten vaak ’s nachts. Dat was voor het publiek het mooist, dan kwamen we overdag aan. Soms werden zwemmers in het donker stiekem uit het water gehaald en met een bootje een stuk verder gebracht. In Egypte werd ik op een meer door mijn begeleiders alle kanten opgestuurd: dan zag ik de maan links, dan weer rechts. Ze lieten me zwalken om de thuisfavorieten te laten winnen. Toen we bij het Suezkanaal aankwamen, was het gelukkig alleen nog maar rechtuit. Toen heb ik er nog een hoop ingehaald en werd ik uiteindelijk derde.”

Aan het eind van de jaren zestig stopte Willemse met zijn zwemcarrière. Hij was nog twee jaar begeleider van een andere zwemmer en ging toen zeilen. Eerst voer hij met zijn vrouw zes jaar met betalende gasten naar Noorwegen. “Dat was om ervaring op te doen. Daarna hebben we een wereldreis gemaakt, die in totaal vier jaar duurde.”

Na terugkomst woonde het stel een tijdje in Hoorn. Vijfentwintig jaar geleden volgde een verhuizing naar Texel. “Aan zwemmen heb ik op Texel niet meer gedaan. Het Marsdiep ben ik dus nooit zwemmend overgestoken.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -