NieuwOlympische Spelen

Het Koningshuis was de grootste supporter van de Nederlandse waterpolomannen

De Nederlandse waterpolomannen strijden deze week voor een plaats op de Olympische Spelen. Het hoogtepunt van dit team lag in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw met koningin Juliana als groot fan. Dit artikel lees je gratis, maar een donatie is welkom – onderaan deze pagina. 

Prins Berhard, prinses Irene en prinses Beatrix in 1952 bij het waterpolo tijdens de Olympische Spelen in Helsinki 

Het jaar 1950 was roerig voor het internationale waterpolo, want in alle competities werd het stilliggen van het spel bij onderbrekingen afgeschaft. Trainers gingen direct met hun spelers aan slag, want voor dit spelsysteem was veel kracht en een hele goede conditie vereist. Het waterpolo werd door de maatregel veel dynamischer; er werden meer tegenaanvallen genoteerd en snelle zwemmers grepen hun kans om uit te breken en rap goals te scoren. In Engeland kopten de kranten: “That’s the end of the STANDING ERA of the game”, Duitse media hadden het over “Abschaffung des Standwasserballs”.

Spektakel in het water

Geen gelanterfant meer dus in het zwembad, maar vooral veel actie en doelpunten. Het nieuwe snelle spel viel in goede aarde bij het Oranje van coach Frans Kuyper. Op het EK van dat jaar ging de ploeg in het zwembad flink tekeer. Zweden moest er met 4-3 aan geloven, Zwitserland kreeg 17-3 om de oren en het eens zo roemruchte Frankrijk werd met 11-2 vernederd. Joegoslavië ging met 6-3 voor de bijl, Oostenrijk kreeg een verbluffende 11-1 aangesmeerd en titelverdediger Italië, twee jaar eerder in Londen nog winnaar van olympisch goud (Oranje pakte toen brons), werd met 9-4 naar huis gestuurd. Sterspeler Rudy van Feggelen knalde terloops even 35 doelpunten tegen de netten, waardoor hij topscorer van het toernooi werd. Het eindresultaat van deze Oranjestorm: Nederland was Europees kampioen. Heel het land stond op zijn kop.

Twee jaar later, tijdens de Olympische Spelen van Helsinki, was er minder reden tot juichen. Oranje werd toen op een bizarre manier een plak door de neus geboord. In de poule vocht het met Joegoslavië uit wie zou doorgaan naar de volgende ronde. Het Nederlandse volk wachtte de wedstrijd vol spanning af, zelfs het koninklijk huis. De Telegraaf schreef toen: “De veertienjarige prinses Beatrix had eerst de coach van de Nederlandse ploeg al een briefje geschreven, waarin ze iedereen extra sterkte toewenste.”

Oranje won met 3-2 in een keiharde wedstrijd, maar de tegenstander protesteerde wegens partijdigheid van de scheidsrechter, die in hun voordeel (!) zou hebben gefloten. Doel van de Joegoslaven was om de wedstrijd zo ongeldig te laten verklaren, maar geen Nederlander die daarin geloofde. “Dat protest vonden we waanzin”, zei speler Frits Smol. “We gingen die bewuste maandagavond dan ook rustig slapen.”

Een bedroefde koningin

Onterecht, naar later bleek, want ondanks een negatief advies van deskundigen, kregen de Joegoslaven van de wedstrijdjury gelijk. De match werd overgespeeld. Nederland was moreel geknakt en verloor met 2-1. Heel Nederland verkeerde in diepe rouw.

Het verlies liet ook waterpolofan koningin Juliana niet onberoerd. Zo stond daags na de wedstrijd in Het Vrije Volk: “Toen koningin Juliana vanochtend in haar aan de Parijs-expresse gekoppelde eigen wagon het Amsterdamse Centraal Station binnenreed, waren haar eerste woorden: ‘Hoe heeft de waterpoloploeg het er afgebracht?’ Haar gelaat betrok kennelijk toen zij van de 2 – 1 nederlaag tegen de Zuidslaven hoorde. De prinsesjes Marijke en Margriet, minder bekommerd om deze nationale kwestie, nestelden zich snel in de gereedstaande Cadillac.”

Als troost stuurde het thuisfront massaal telegrammen naar de ploeg, die uiteindelijk vijfde werd op de Spelen. Joegoslavië won zilver, Hongarije goud. De Nederlandse ploeg keerde huilend naar huis.

Hierna ging het gestaag bergafwaarts met de nationale mannenwaterpoloploeg. Oranje werd op het EK van 1954 in Turijn vierde en op dat van 1958 in Boedapest zesde. Op de Spelen van Rome kwam Nederland zelfs niet verder dan een achtste plek. Een gouden generatie blies langzaam haar adem uit.

Pas in 1976 werd er weer door Oranje succes geboekt: een bronzen plak op de Olympische Spelen van Montreal.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.