NieuwOlympische Spelen

Het oorlogsmonument bij het Olympisch Stadion

Blazers van de Koninklijke Luchtmacht spelen tijdens de Dodenherdenking op zes historische oorlogslocaties de taptoe, onder meer bij het beeld van Prometheus voor het Olympisch Stadion. Dit monument is de nationale gedenkplaats van de Nederlandse sport. Gratis artikel, maar een donatie wordt gewaardeerd – onderaan deze pagina.

Tijdens Nederland – België in 1959 is het Beeld van Prometheus duidelijk zichtbaar op de tribune

Het nationale oorlogsmonument van de sport staat sinds 1947 bij het Olympisch Stadion: het beeld van Prometheus van Fred Carasso. Aanvankelijk wilde het Nederlands Olympisch Comité een gedenkplaat aanbrengen bij de Marathontoren, maar die zou te weinig opvallen. ‘Bij nadere overweging, heeft ‘t bestuur van het NOC ’t juister geacht een gedenkteeken aan te brengen, dat niet alleen van elke plaats in het Olympisch Stadion goed zichtbaar is, maar ook een uitbeelding is van de gedachte, dat de geest van de afwezigen steeds tusschen ons is.’

Carasso kreeg daarom de opdracht voor een standbeeld op de tribunes aan de zuidkant van het stadion, voor iedereen zichtbaar. Deze Italiaanse beeldhouwer was zelf slachtoffer van het fascisme, omdat hij in 1934 als vluchteling voor Mussolini in Nederland arriveerde. Na de opdracht van het IOC realiseerde hij binnen drie maanden het beeld van Prometheus, dat verwijst naar de figuur uit de Griekse mythologie die het vuur stal van de goden om aan de mensen te geven.

Door deze daad van verzet van Prometheus kon de mensheid zich daarna ontwikkelen, waarbij het vuur symbool staat voor vrijheid, kennis en onafhankelijkheid. Carasso beschouwde Prometheus als een moedig individu, dat in opstand kwam tegen het collectief, verwijzend naar de eenlingen die zich hadden verzet tegen de nationaalsocialistische moordmachine. Het vuur van Prometheus verwijst eveneens naar de Marathontoren, waar in 1928 voor de eerste keer het olympisch vuur werd ontstoken.

Op 22 juni 1947 was de onthulling tijdens de eerste Olympische Dag in vredestijd. ‘Voorafgegaan door vaandeldragers met kleurige doeken van turnverenigingen uit alle delen van het land kwam een lange rij turners en turnsters,’ aldus het Parool op  23 juni 1947, ‘die zich onder gespannen stilte op het veld opstelden en met een imposante massa-demonstratie het programma openden.’ NOC-voorzitter Charles Pahud de Mortanges hield een korte en sobere toespraak: ‘Laat dit teeken ons tevens een aansporing zijn tot het doen van onzen plicht.’

Opmerkelijk genoeg brachten de turners de olympische groet toen prins Bernhard de rood-wit-blauwe vlag van het beeld verwijderde, de groet die zo deed denken aan die van de fascisten. Voor de zekerheid had Pahud de Mortanges persoonlijke instructies toegevoegd hoe dat precies moest: ‘Rechterarm zijwaarts omhoog en omlaag brengen.’ De invloedrijke sportjournalist J. Hoven was zeer onder de indruk van het monument, schreef hij aan de NOC-voorzitter: ‘Het beeld wordt algemeen zeer bewonderd, het doet het ook bij avondlicht tegen de donkere lucht geweldig goed.’

Tijdens de renovatie van het Olympisch Stadion eind vorige eeuw werd het beeld van de tribunes verwijderd en leek het te verdwijnen in een opslag. Mede door een actie van buurtbewoner Martin Dijkstra is dit voorkomen en werd het herplaatst op het plein vóór het stadion. Sinds 2005 wordt daar de jaarlijkse Nationale Sportherdenking gehouden, waardoor het werk van Carasso een nieuwe invulling heeft gekregen.

Tijdens de Nationale Sportherdenking 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.