Peter Schotting in 1977 in gesprek met de AVRO
NieuwSchaatsen

Markante schaatscoach Peter Schotting overleden

Naar gisteren bekend werd, heeft de Nederlands-Amerikaanse schaatscoach Peter Schotting op 19 maart jl. een einde aan zijn leven gemaakt. Schotting was jarenlang een markante schaatscoach, die vanaf 1973 werkzaam was in Canada en de Verenigde Staten. Hij werd vooral bekend als de coach (met Diana Holum) van Eric Heiden. Bij de Winterspelen van 1980 in Lake Placid won Heiden op alle vijf afstanden goud.

Peter Schotting in 1977 in gesprek met de AVRO.

Peter Schotting (Amsterdam, 14 november 1943) kwam tijdens zijn militaire dienst in Harderwijk als sportinstructeur in contact met de schaatssport. Schotting bleek weinig talent te hebben. Op de 500 meter was hij nooit sneller dan 46 seconden. Schotting volgde de CIOS-opleiding in Overveen voor sportleiders, en studeerde fysiotherapie. In 1966 werd hij trainer van de Deventer IJsclub. Schotting was een eigenzinnige trainer die zijn eigen methodes ontwikkelde.

Medeo

Schotting was vooral gefascineerd door de aanpak van de schaatssport in het Oostblok. Nadat hij in 1966 bij het Europees kampioenschap in Deventer (het begin van het “Ard en Keessie-tijdperk”) contact had gelegd met de Sovjet-ploeg, kreeg hij in 1969 een uitnodiging om naar Moskou te komen om zijn kennis te etaleren. Als wederdienst kreeg Schotting een uitnodiging om met een selectie van de Deventer IJsclub aan wedstrijden op de beroemde maar destijds voor westerlingen volledig ontoegankelijke Medeo-ijsbaan in Alma Ata mee te doen. In januari 1970 reisde Schotting met zijn ploeg via Oost-Berlijn en het Poolse Zakopane, waar ook aan wedstrijden werd meegedaan, per trein (!) naar Alma Ata. De Deventenaren keken hun ogen uit, en keerden met talloze persoonlijke records huiswaarts. Hoogtepunt voor Schotting was zijn ontmoeting met de Russische sprintlegende Jevgenij Grishin.

Sprinten

Schotting zette zich vooral in om het sprinten in Nederland serieus te nemen. In zijn tijd werd er aan sprinten in Nederland geen specifieke aandacht besteed. Toen er in 1970 een apart wereldkampioenschap voor sprinters kwam, werd Schotting door de KNSB gevraagd om een apart trainingsprogramma voor sprinters op te stellen. Schotting stelde als voorwaarde dat er een aparte sprint-kernploeg komt met een eigen trainer, en dat hijzelf die trainer wilde worden.  Om financiële redenen weigerde de schaatsbond om aan het verzoek te voldoen. Schotting vertrok vervolgens in 1970 naar Oostenrijk om op de Olympische ijsbaan in Innsbruck het volledig ingezakte Oostenrijkse hardrijden weer op te bouwen. Bij het WK van 1971 in Gothenburg kwam Schotting volop in beeld, maar niet door de sportieve prestaties van zijn pupillen.

Vanwege het herhaaldelijk overschrijden van de rode lijn waarachter de coaches zich dienden op te stellen, liet de toen 83-jarige Zweedse scheidsrechter Sven Laftman (bijnaam: “de Brundage van de schaatssport”) Schotting door liefst drie politieagenten van het ijs verwijderen. De foto’s van het incident gingen de wereld rond. In 1972 leidde Schotting zijn pupil Otmar Braunecker in Sapporo op de Olympische 500 meter naar een teleurstellende 23e plaats.

Sheila Young

Bij gebrek aan perspectief in Oostenrijk trok Schotting op verzoek van sprintster Sheila Young, met wie hij een verhouding had, naar de Verenigde Staten. Young combineerde schaatsen met wielrennen, en zo verdiepte Schotting zich ook in de wielersport. Uit Canada kreeg hij al snel het verzoek om bondscoach te worden. Schotting accepteerde de uitnodiging en combineerde de coaching van Young met de Canadezen. Logistiek was dat vrij simpel, want in heel Noord-Amerika lag er toen precies één 400-meter kunstijsbaan: in West Allis/Milwaukee. Daar trainden de selecties van Canada en de VS.

Onder leiding van Schotting verbeterde Sheila Young in 1973 in Davos in een ongekende 41,8 het wereldrecord op de 500 meter. In Oslo werd zij enkele weken later wereldkampioen op de schaatssprint, om een paar maanden dezelfde titel te winnen op de fiets! Van de Canadese ploeg van Schotting blonk de 18-jarige, aan één oog blinde Sylvia Burka uit: zij verbeterde in Davos het wereldrecord op de sprintvierkamp, en werd in Assen in datzelfde jaar wereldkampioene bij de junioren. In 1976 veroverde zij als eerste Canadese de wereldtitel allround.

Peter Mueller

Schotting was toen alsnog in dienst getreden van de schaatsbond van de VS. Bij de Winterspelen van 1976 was zijn ploeg succesvoller dan ooit. Sheila Young, die inmiddels verloofd was met wielrenner Jim Ochowicz, won de 500 meter (+ zilver en brons op 1500 en 1000 meter). De pas 21-jarige Peter Mueller, die net als veel andere talenten door Schotting bij het shorttrack was weggeplukt, won goud op de 1000 meter. Met het brons van Dan Immerfall op de sprint behaalde Schotting met zijn ploeg in totaal liefst vijf medailles.

Zoals gebruikelijk in het Amerikaanse schaatsen was er ondanks de successen in het na-Olympische jaar geen geld meer voor een vaste coach. Schotting werdopgevolgd door zijn assistent-coach Dianne Holum, de verrassende Olympisch kampioene van 1972 op de 1500 meter, die haar geld vooral verdiende als zwemcoach. Holum zag vooral perspectief in een broer en zus uit Madison die ze de overstap van shorttrack naar de langebaan heeft laten maken. Hun namen: Eric en Beth Heiden.

De afgeserveerde Schotting kon weer in Canada aan de slag. De hernieuwde samenwerking met Sylvia Burka was wederom succesvol: in 1977 won Burka in Alkmaar als eerste Canadese de wereldtitel bij de sprinters. Bij de heren ging de titel naar Eric Heiden, het grote talent van Dianne Holum. Ondertussen had Schotting in Quebec een nieuw talent op de shorttrack-banen ontdekt: een zekere Gaetan Boucher. Ook hij probeerde het op de langebaan en zou in 1984 bij de Winterspelen in Sarajevo twee keer goud veroveren.

Schotting – Holum – Heiden

In 1978 keerde Schotting weer terug naar de Verenigde Staten, waar hij met Dianne Holum de nationale schaatsploeg voor mocht bereiden op de Winterspelen van 1980. Omdat die Spelen in Lake Placid werden gehouden, was er voor het eerst geld beschikbaar om twee coaches voor drie jaar vast te leggen. Schotting verdiende destijds als coach 7000 $ per jaar. Zijn bijbaantjes als medewerker op een laboratorium, sportleraar in Milwaukee en consulent voor de vleesverwerkende industrie konden op een lager pitje.

Het zouden de gouden jaren worden van het Amerikaanse langebaanschaatsen, met natuurlijk Eric Heiden als dé grote kampioen. Hoewel de samenwerking tussen Schotting en Holum verre van soepel verliep, vormden ze uiteindelijk toch een gouden tandem. De resultaten zijn bekend. Heiden won in vier seizoen (1977-1980) in totaal negen wereldtitels: drie bij de junioren, drie bij de senioren allround en drie bij de sprinters.

Bij de Winterspelen in het eigen Lake Placid won hij op alle vijf afstanden goud: een ongekende prestatie in welke snelheidssport dan ook. Zijn zus Beth bleef steken op twee wereldtitels bij de junioren en één bij de senioren. In Lake Placid stelde ze teleur met slechts brons op 3000 meter. Wel was er in Lake Placid nog twee keer zilver voor Leah Mueller-Poulos, maar zij trainde vooral op de schema’s van haar toenmalige echtgenoot Peter Mueller. Dat na de Spelen Holum en Schotting elkaar voor rotte vis uitmaakten, kon toen niemand meer wat schelen.

Flaim

Na de Winterspelen van 1980 bleef Schotting aan als coach, Holum maakte plaats voor Bob Corby. Schotting was inmiddels getrouwd en woonde in Milwaukee naast de ijsbaan. Een tweede Eric Heiden wisten Schotting en Corby niet te ontdekken, maar met de zusjes Sarah en Mary Docter en de broers Mike en Tom Plant kwamen er toch weer talenten bovendrijven. In 1983 werd bij Schotting kanker vastgesteld. Door de artsen was de rossige schaatstrainer al opgegeven, maar hij bleek taaier dan gedacht. Hij overwon de ziekte, maar kwam opnieuw in de ziekenboeg na een zwaar auto-ongeluk. Na zijn herstel keerde hij niet direct terug op het ijs maar werd een succesvol ondernemer met een bedrijf dat handelde in medische apparatuur.

In 1987 keerde hij terug op het ijs als privé-coach van Eric Flaim, een talent dat Schotting weer van de shorttrackbaan had opgevist. Bij de Winterspelen in Calgary behaalde Flaim zilver op de 1500 meter. Twee weken na de Spelen werd het WK allround voor het eerst verreden op de dan nog altijd magische Medeo-baan in Alma Ata. Op de baan waar Schotting in 1970 als eerste Westerse coach met de Deventer IJsclub mocht komen kijken, behaalde hij achttien jaar later met Eric Flaim de wereldtitel. Met dank overigens aan een Amerikaanse sponsor, want in Amerika ging de geldkraan direct na de Spelen traditiegetrouw direct dicht. Het zou de laatste grote titel zijn die Schotting als coach zou vieren. Schotting ging nog wel verder als manager van de Amerikaanse schaatsbond, maar maakte al snel weer bij conflicten betrokken. Deze keer kreeg hij niet het voordeel van de twijfel en werd in november 1989 na het zoveelste conflict met coach Mike Crowe op straat gezet.

Australië

Einde tijdperk Schotting? De eigenzinnige coach dacht daar anders over. Binnen een paar weken stond Schotting alweer op het ijs als coach van de Australische ploeg! De legendarische Colin Coates had er de brui aan gegeven en Schotting nam zijn taak graag over. Met slechts twee rijders, Danny Kah en Phil Tahmindjis, ging Schotting aan de slag. Ondanks de uiterst beperkte middelen wist Schotting ook met deze twee rijders uitstekende prestaties neer te zetten. Bij het WK in 1991 in Heerenveen werd Danny Kah zeer eervol zevende: de beste prestatie ooit van een Australiër bij een WK allround.

In 1994 komt Schotting nog even in beeld als mogelijke trainer van Rintje Ritsma, die dan met plannen rondloopt om een eigen commerciële schaatsploeg te beginnen. Tot een overeenkomst kwam het niet. In plaats van Schotting keert zijn oud-pupil Peter Mueller, in Innsbruck in 1976 goed voor goud op de 1000 meter, naar Nederland als nieuwe topcoach. Voor Schotting lijkt het tij voorgoed gekeerd, en hij verdwijnt voor langere tijd naar de achtergrond. Slechts op individuele basis begeleidt hij op verzoek nog een aantal rijders. Als de Winterspelen in 2002 in Salt Lake City worden gehouden, begint het bij Schotting weer te kriebelen.

Ongetwijfeld zal hij de ambitie hebben voelen opkomen om weer als nationale trainer op de voorgrond te treden, maar de Amerikaanse schaatsbond heeft geen trek om de vaak succesvolle maar ook zeer eigenzinnige trainer opnieuw het vertrouwen te geven. Hij mag in Salt Lake clinics geven voor jongeren, maar daar blijft het bij. Ook privé gaat het in die tijd minder goed met Schotting. Hij keert terug naar Milwaukee, duikt ook op aan de Oostkust, en houdt zich met allerlei baantjes in leven. Tot vorige week dus, toen hij besloot om een einde aan zijn leven te maken.

Velen hebben zich afgevraagd wat het geheim was van “de methode Schotting”. Zelf merkte hij daarover altijd op dat hij geen geheimen had. Wel zag hij vanuit Russisch én Amerikaans perspectief hoe onderontwikkeld de schaatssport in de jaren ’70 en ‘80 nog was. Met de input die kreeg uit andere sporten, liet hij zijn rijders niet alleen harder, maar vooral ook effectiever trainen.

Daarbij legde hij de nadruk op kracht én uithoudingsvermogen. Dat een slimme en gretige jongen als Eric Heiden met die ingrediënten vervolgens een nóg effectiever trainingsprogramma voor zichzelf uitwerkte, leidde tot één van de meest sensationele prestaties uit de sportgeschiedenis. Peter Schotting had daar een wezenlijk aandeel in, maar misschien nog wel belangrijker is zijn invloed geweest op het hardrijden in Noord-Amerika. Dat stelde tot zijn komst in 1972 bitter weinig voor.

In de woorden van zijn oud-pupil Pat Seltsam: “If you are or were a speed skater in America, Peter Schotting has influenced your career.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.