NieuwWielrennen

Mathieu Hermans won zes ritten in de Vuelta

Mathieu Hermans won in 1988 maar liefst zes etappes in de Ronde van Spanje .

In 1985 werd Mathieu Hermans wielerprof in Spanje. Hermans – net als schaatsster Ireen Wüst afkomstig uit het Brabantse Goirle – kon via zijn trainer Albert Stofberg een contract tekenen bij Orbea, waar Pedro Delgado de kopman was. In zijn eerste jaar maakte de Spaanse Brabander enige furore als veldrijder. Op de weg bleek Hermans een uitstekende sprinter.

In Spanje won hij ogenschijnlijk gemakkelijk zijn sprints in de vele etappewedstrijden die het land rijk was. De renner zelf vorig jaar tegen Mart Smeets: “Ik was behendig en nooit bang. Ik kon manoeuvreren hè, ik zag weliswaar weinig omdat ik zo klein was, maar als ik een klein gaatje had dan dook ik erin … ik hield van duwen en schouder-aan-schouderwerk.”

Belgenmop

De eerste jaren stond hij in de Vuelta en de andere grote ronden nog droog. Al zorgde hij in de Tour van 1986 bijna voor de Belgenmop van het jaar. Rudy Dhaenens – ontsnapt uit een kopgroep waar ook Hermans deel van uitmaakte – ging in de etappe naar Bordeaux al vroeg rechtop zitten om eens uitgebreid van zijn naderende overwinning te genieten. De fel spurtende Hermans had de geschrokken Belg op de streep nog bijna te pakken.

In de Vuelta van 1988 was onze landgenoot als sprinter op zijn top. In het groene shirt van Caja Rural, de Spaanse boerenleenbank, won hij niet minder dan zes ritten. Na een koninklijke sprint won Hermans onder meer de slotrit naar Madrid. Nog fraaier nog was de vijfde zege in Albacete, omdat hij een kilometer voor de streep nog onderuit was gegaan. Zijn voornaamste concurrenten in die Ronde van Spanje: Sean Kelly, Manuel-Jorge Dominguez, Benny van Brabant, Alfonso Gutierrez en de nog altijd actieve (!) Brit Malcolm Elliott.

En daar wrong het een beetje. Het waren niet de absolute topsprinters die in Spanje aan het vertrek stonden. Feit is dat Hermans in de Tour van dat jaar telkens tekort kwam tegen zijn streekgenoot, de Tilburger Jean-Paul van Poppel. Ondanks de niet te onderschatten steun van zijn Nederlandse ploegmaten Erwin Nijboer en René Beuker.

Ritzege in de Tour

Hermans werd in de Tour van 1988 twee keer tweede, en derde in Parijs achter Van Poppel en Guido Bontempi. Die twee vochten op de Champs-Élyssées een groots duel uit. In de Ronde van Spanje van 1989 ging Hermans gewoon weer verder met winnen. Deze keer was hij goed voor drie etappezeges. In Blagnac won hij dat jaar zijn eerste Touretappe, overigens daags nadat Van Poppel in de Pyreneeën was afgestapt.

In de straten van Blagnac was het opnieuw de veel te vroeg overleden Rudy Dhaenens die een hoofdrol vertolkte. In de laatste kilometer reed de Belg (met rugnummer dertien) alleen voorop, op zoek naar een mogelijke dagzege. Maar Dhaenens gleed in een bocht onderuit, zodat de weg vrij was voor de sprinters. Hermans klopte vervolgens de snelle Italiaan Fidanza en Eddy Planckaert.

Hermans tegen Smeets: “Ik kon gewoon rechtdoor rijden, het was niet zo heel moeilijk. Ik wist alleen niet honderd procent zeker dat ik won. Zat er nog iemand voor me? … toen kwam jij aanhollen met de camera van de NOS en toen wist ik het zeker. Ik heb die beelden nog. Nijboer die zo blij is. Beuker erbij. Ja dat telde wel, het was mijn eerste Tourzege. Ze zeiden altijd dat ik daar te licht voor was. Nou, ik won daar dus, voilà.”

Ereburger

Hermans, Nijboer en Beuker woonden destijds alle drie in het Baskische plaatsje Astigarraga, in de buurt van San Sebastian. Na de Tour van 1989 werden ze er tot ereburger uitgeroepen. “Duizend mensen waren uitgelopen, ik vergeet het nooit”, herinnerde Nijboer zich. “Met muziek en een koor, echt waar … ja, dat gaat hier wat anders dan bij ons in Nederland.”

Misschien was die Iberische warmte de reden dat Mathieu Hermans bijna zijn gehele profloopbaan in Spaanse loondienst reed. Alleen in zijn laatste jaar 1993 kwam hij uit voor de Nederlandse TVM-ploeg.

 

Advertentie

Reserveer bij bol.com