Nieuw

Na de Watersnoodramp wilden de watersporters graag helpen, maar niemand had een plan

Meteen na de eerste berichten over de Watersnoodramp boden eigenaren van boten zich aan voor hulpacties.  In samenwerking met het Erfgoedhuis Zuid-Holland

De Watersnoodramp van 1953. Overzicht van het geheel onder water staande ‘s-Gravendeel. Foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werden Zeeland en gedeelten van Zuid-Holland en Noord-Brabant getroffen door de Watersnoodramp. De watersport bleef met grote schade achter.

De ervaringen, die de watersportmensen, die te hulp zijn gesneld, hebben opgedaan, zullen van veel waarde kunnen zijn

Zoveel schade

Van de jachthaven van de Watersportvereniging in Schiedam was in ieder geval niets overgebleven, zo meldde het tijdschrift De Waterkampioen van de Afdeling Watertoerisme van de ANWB op 1 maart 1953.

‘Zo gauw wij ons die Maandag even vrij konden maken, haastten wij ons dan ook naar de Wilhelminahaven en, waarlijk, al op honderden meters afstand zagen wij, dat onze zegsman niet ver bezijden de waarheid was geweest. Nu ja, het clubgebouw stond nog, maar daarmee was dan ook zo ongeveer alles gezegd. Een intensief bombardement zou niet zoveel schade teweeg gebracht hebben, als wat wij hier moesten aanschouwen.’

Geen plan

Over slachtoffers onder de watersporters is ruim zestig jaar later niets bekend, maar er zijn wel enkele meldingen van hulpacties van mensen, die vanwege hun hobby de beschikking hadden over boten. Volgens De Waterkampioen was daarbij pijnlijk duidelijk geworden hoe onvoorbereid iedereen was op de rampzalige gebeurtennissen. ‘Tal van boten werden inderhaast te water gebracht, motoren werden in orde gemaakt.’

Er was alleen niemand, die wist wat ze daarna moesten doen. Waar was snel hulp nodig? Wie coördineerde dat? ‘Een voorbereide organisatie voor een dergelijke ramp — hoezeer de statistische mogelijkheid daarvan bekend was — bestaat niet.’

Zo ontstonden enorme vertragingen, waarin veel mensen verdronken, die anders misschien nog waren gered. Ondanks deze chaos waren er toch geslaagde reddingsacties, aldus het jaarverslag van de Roeibond over 1953. Daarin werd hulde gebracht aan D. Heuvelman en zijn broer, die met de motorboten Nederland III en Nederland II etmalen lang achter elkaar in het rampgebied verbleven, waar ze circa tachtig mensen hebben gered.

De watersporters wilde zoiets nooit meer meemaken en daarom stelde De Waterkampioen voor om onderdeel te worden van de structuren van reddingsacties. ‘Wij vragen ons af of niet ook een mobilisatie voor het bevechten van deze watergevaren voorbereid zou moeten worden, een mobilisatie, waarin de mensen van de watersport en onze boten, die er voor geschikt zijn, een vrijwillige, maar zeer waardevolle plaats zouden kunnen vinden. De ervaringen, die de watersportmensen, die te hulp zijn gesneld, hebben opgedaan, zullen van veel waarde kunnen zijn.’

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.