NieuwVoetbal

Professor Penalty en het strafschoppendrama van Oranje

Het Nederlands elftal speelt vanavond in de achtste finale van het EK voetbal tegen Tsjechië, een wedstrijd die kan eindigen in een penalty shoot-out. Een voetbalafgang die in het nationale geheugen gegrift staat, is de penaltyserie van Oranje tegen Italië tijdens Euro 2000. Gyuri Vergouw zag het debacle toen al van ver aankomen. Professor Penalty legt uit wat er toen mis ging. Hij geeft ook advies voor de toekomst.

Op 29 juni 2000 stond Oranje tijdens de halve finale van het EK voetbal in de Amsterdam ArenA tegenover de Azzurri. Frank de Boer en Patrick Kluivert misten tijdens de wedstrijd ieder al een penalty. Na verlenging bleef het 0-0, dus moesten er strafschoppen worden genomen. Frank de Boer, Jaap Stam en Paul Bosvelt faalden vanaf elf meter. Edwin van de Sar wist slechts één strafschop te keren, dus gingen de jubelende Italianen door naar de finale.

“Het gaat erom dat een penalty heel makkelijk lijkt en daardoor heel moeilijk is”, wist ook Johan Cruijff al. Penaltydeskundige Gyuri Vergouw sluit zich van harte aan bij deze wijsheid. Hij schreef vlak voor Euro 2000 De Strafschop: zoektocht naar de ultieme penalty. Hij gebruikte hierbij als een van de eersten in Nederland een enorme hoeveelheid statistieken om een grote berg strafschoppen op wetenschappelijke wijze te analyseren.

“Ik had voor aanvang van het Europees kampioenschap al gezegd dat Frank de Boer beter geen strafschop kon nemen. Frank nam namelijk altijd een veel te korte aanloop, waardoor hij te weinig snelheid ontwikkelde. Snelheid die nodig is om door te geven aan de bal.”

Telefoneren

De Boer maakte volgens Vergouw meer fouten. “Hij telefoneerde altijd: het waren leesbare strafschoppen die hij nam. De keeper kon aan de bewegingen, de aanloop, de stand van het been en de zwaai van het schietbeen van de Boer zien waar de bal naartoe ging. Als linksbenig speler ging De Boer ook extreem rechts van de bal staan. Door de hierdoor noodzakelijke schuine aanloop gaf hij aan de keeper de richting van de bal aan. Voor de keeper was het doel zo in één klap vijftig procent kleiner en de strafschop veel makkelijker houdbaar.”

Kluivert miste tijdens de wedstrijd tegen de Italianen. Wat ging er toen mis? Vergouw: “De strafschop in reguliere speeltijd werd gekenmerkt door een gebrek aan concentratie en focus. De analyse laat zien dat dat Kluiverts aanpak te flegmatiek en te zelfverzekerd was voor goede strafschopnemers. Zelfvertrouwen is, tot op zekere hoogte, goed. Een strafschopnemer kan zelfverzekerd zijn als hij door veel oefening zijn strafschoppen er in heeft geslepen. Als er sprake is van ongetraind een bal er eventjes in te schieten, dan spreken we juist van zelfoverschatting.”

De anderen

De Boer telefoneerde te veel, Kluivert was te veel overtuigd van zijn eigen kunnen. Wat ging er mis bij Bosvelt en Stam? “Bosvelt was zo ontdaan over het geklungel van zijn collega’s dat hij de bal veel te zacht en te laag inschoot.”

Stam gaf volgens Vergouw aan het begrip ‘huizenhoog overschieten’ een nieuwe dimensie. “Zijn schot was weliswaar snoeihard, maar juist hierdoor onzuiver. De lange Stam helde ook te veel naar achteren tijdens zijn schot, waardoor de bal een steile curve kreeg. In combinatie met het slecht raken van de bal leidde dit tot een bal die nu nog uit het beton van de ArenA geboord moet worden.”

Diner

Heeft Vergouw De Boer wel eens aangesproken op zijn penaltykwaliteiten? “Ik zat ooit naast hem bij een diner bij Ajax toen ik bij hem werd geïntroduceerd met: ‘Dit is de man die over die penalty’s uit 2000 van je geschreven heeft.’ Ik zakte bijna door mijn stoel, maar we hebben het er toen verder niet lang over gehad. Het bleef gelukkig gezellig, haha.”

Advies

Nog tips voor het huidige Oranje? ‘Strafschoppen zijn, in tegenstelling tot wat veel Nederlandse coaches vaak beweren, absoluut te trainen. Een prof zou minsten één keer per week een serie penalty´s moeten oefenen. Een speler neemt idealiter een lange aanloop van zo’n zes meter, om vervolgens linksboven of rechtsboven in het doel, op tachtig procent van zijn kracht, in te schieten. Verder moeten keepers minder gokken en meer gebruikmaken van het analyseren en interpreteren van lichaamstaal van de spelers. Keepers gokken slechter dan wanneer ze een muntje zouden opgooien: in minder dan vijftig procent van de gevallen gokt een keeper namelijk de juiste hoek.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.