NieuwWielrennen

Spijkers op de weg tijdens de Tour van 1904

In 1903 won Maurice Garin de eerste Ronde van Frankrijk uit de geschiedenis. Wegens succes werd het project voortgezet. De tweede Tour verliep echter niet zonder schandalen. Toeschouwers gingen zich bemoeien met het wedstrijdverloop en er werden spijkers op de weg gestrooid.

De eerste Tour was een succes geweest. Na zes etappes van gemiddeld 400 kilometer door heel Frankrijk was Maurice Garin, één van de favorieten, de beste gebleken. Het publiek reageerde enthousiast op de sensationele wedstrijdverslagen van Géo Lefèvre, de assistent van Henri Desgrange en tevens de bedenker van de Tour de France. De oplagecijfers van het organiserende blad L’Auto waren fors gestegen. En daar was het Desgrange uiteindelijk om te doen geweest. Dus kwam er in 1904 opnieuw een ronde van Frankrijk.

Ophef

Door alle ophef achteraf is nauwelijks bekend dat het een bijzonder spannende editie was. Maurice Garin won uiteindelijk opnieuw, met een voorsprong van slechts drie minuten en drieëntwintig seconden op Lucien Pothier. Voor aanvang van de laatste rit was het verschil tussen de twee zelfs minder dan een halve minuut. En dat terwijl Pothier een jaar voordien ook al tweede was geworden achter Garin, maar dan met een achterstand van bijna drie uur (!). Tijdsverschillen van die orde waren heel wat gebruikelijker in de beginperiode van het wielrennen.

Schandalen

Helaas voor Desgrange werd deze Tour overschaduwd door schandalen. In tegenstelling tot in 1903 wisten de renners en hun begeleiders wat hen te wachten stond. Het parkoers was vrijwel ongewijzigd. Ondanks onaangekondigde controles (Géo Lefèvre beschreef in L’Auto de strijd om de van tevoren klaargelegde potloden) gaf dit aanleiding tot het afsnijden van het traject, soms zelfs per trein. In ‘Het zweet der goden’, een voortreffelijk boek over de geschiedenis van het wielrennen, schreef Benjo Maso: “Omdat de ritten gedeeltelijk bij nacht werden verreden waren de mogelijkheden tot fraude bijna onuitputtelijk.”

Verder gingen de toeschouwers zich bemoeien met het wedstrijdverloop. Op de Col de la République bij St. Etienne, de eerste col in de Tour, reed de plaatselijke favoriet Faure op kop. Fans van de renner belaagden de achtervolgers. Wedstrijdleider Lefèvre loste als waarschuwing een pistoolschot. En in Nîmes was er een gewelddadige aanval op enkele coureurs, uitgevoerd door de entourage van Ferdinand Payan uit Alès. Deze Payan was eerder uit koers gezet omdat hij zich door een auto zou hebben laten voortslepen.

Stokken en knuppels

Het moet er heftig aan toe zijn gegaan, want in diverse bronnen wordt gesproken over stokken, knuppels en zelfs barricaden. En dan waren er nog de vele spijkers die op de weg werden gestrooid. Al met al voldoende redenen voor Henri Desgrange om na afloop in L’Auto te schrijven dat dit wat hem betreft de laatste Tour was geweest. Ook al omdat de Tourorganisatie er van werd beschuldigd samen te spannen met bepaalde rijwielfirma’s, die als sponsor de belangrijkste renners de weg opstuurden.

Desgrange gaf in zijn artikel aan, alle renners te zullen straffen waarvan onweerlegbaar bewijs werd geleverd dat ze gefraudeerd hadden. ‘Het klachtenregister blijft nog gedurende drie dagen geopend’. Maar ook de Franse wielerbond ging zich met de zaak bemoeien. Begin december werden onder meer de eerste vier van het eindklassement (Maurice Garin, Pothier, César Garin en Aucouturier) wegens overtreding van het wedstrijdreglement door de bond uit de uitslag geschrapt.

Schorsingen

Maurice Garin werd naar aanleiding van de feiten voor twee jaar geschorst, Lucien Pothier zelfs levenslang. De overwinning kwam terecht bij de vijfde in de uitslag, de tijdens de Tour pas negentienjarige Henri Cornet. Ook deze Cornet ging niet helemaal vrijuit, maar hij kwam er met een officiële waarschuwing van de wielerbond vanaf. Ondanks winst in Parijs – Roubaix in 1906 zou Cornet zijn papieren Tourzege nooit echt bevestigen.

Kracht

In het officiële jubileumboek van de Tour de France (uit 2003) lezen we dat Desgrange, gesterkt door de sancties van de Franse wielerbond, de kracht vond om in 1905 toch weer een Tour te organiseren. De Belgische journalist Robert Janssens kwam in ‘Vreugde en verdriet in de Tour’ tot een hele andere conclusie. Het was zeer tegen de zin van Desgrange ‘dat derden zich met zijn onderneming gingen bemoeien’: “Henri Desgrange wilde zijn Tour opdoeken omdat hij zijn organisatie als deugdelijk beschouwde en dus elke aantijging als onrecht ging zien.”

Het was volgens Janssens dus niet dankzij, maar óndanks de inmenging van de Franse bond, dat Desgrange doorging met zijn Tour. Ongetwijfeld met een schuin oog naar de oplagecijfers van L’Áuto. De lezing van Robert Janssens is heel wat geloofwaardiger dan de geromantiseerde versie in het officiële jubileumboek van de Tourorganisatie.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -