NieuwWielrennen

Verdwenen koersen: Bordeaux – Parijs (deel 2)

<

Door Ronnie van den Boogaart

Wim van Est won in 1950 de monsterklassieker Bordeaux – Parijs (1891-1988). Hij was daarmee ook meteen de eerste Nederlandse winnaar van een wielerklassieker, het wereldkampioenschap uitgezonderd.

“Omgeven door een zwerm gangmakers komen de kampioenen tevoorschijn, halen een stuk rijstevlaai uit een tas en kiezen beschutting in het spoor van een derny, een fiets met een hulpmotor. Beroemde beelden van een menigte die zich opent op de Côte de Dourdan. Haast mythologische beelden van de ingrediënten van deze bijzonder koers: de gangmaker en zijn renner. Een markant stel in een a-typische koers. Een Sancho Panza, als een worst ingepakt, vergezeld van een Don Quichot, broodmager op zijn stalen ros.”  Tot zover de ronkende typering van Bordeaux – Parijs in een oorspronkelijk Frans boek De klassiekers.

Hoewel er inderdaad een aantal kampioenen op de erelijst staan, verkeerde de historische wedstrijd al in de jaren dertig van de vorige eeuw in een crisis. Het wielrennen moderniseerde – in de Tour waren er al massasprints – de vedetten bleven weg en specialisatie richting bepaalde koersen blijkt niet uitsluitend iets van deze tijd te zijn. In 1935 stonden er in Bordeaux – Parijs maar acht renners aan het vertrek. Een dieptepunt.

Na de Tweede Wereldoorlog was er een opleving, met de duels tussen onze landgenoot Wim van Est en de eerste ‘Monsieur Bordeaux – Parijs’ Bernard Gauthier als hoogtepunt. Van Est won drie keer – voor het eerst in 1950 – de Fransman Gauthier vier keer. In 1951 zou Wimme door de Fransen geflikt zijn, omdat niemand hem volgens eigen zeggen had ingelicht over het feit dat Gauthier voor hem uit reed. Van Est werd tweede.

In 1954 gebeurde ongeveer hetzelfde. Uit het boek ‘Kampioenen twijfelen niet’: “Een Belgische journalist die op de motor de wedstrijd volgde kwam naast Van Est rijden … ‘Allez Willem’ vroeg hij, ‘waarom pakt ge die Gauthier niet? Van Est wees naar achteren. Maar opnieuw vergiste hij zich. Gauthier was voor hem gefinisht en werd reeds door de rondemiss gekust.” Geflikt of niet, de krachtmens Wim van Est stond niet bekend om zijn uitmuntende koersintelligentie.

Legendarisch is de zege van Jacques Anquetil in 1965. Anquetil had toen al vijf keer de Tour gewonnen, maar de Normandiër was niet bijzonder populair in Frankrijk. Hij koerste in de Tour vaak berekenend vanwege zijn fantastische capaciteiten als tijdrijder. Zeg maar op zijn Armstrongs. Het zat hem dwars dat Raymond Poulidor, die meestal tweede werd achter Anquetil, vele malen populairder was.

In 1965 zou Anquetil geen Tour rijden. Wel won hij in de laatste week van mei de zware achtdaagse rittenkoers Dauphiné Libéré. Natuurlijk vóór Raymond Poulidor. Vervolgens vloog Anquetil van Avignon naar Bordeaux om een paar uur later (de precieze tijden variëren in de diverse bronnen) de monsterklassieker over toen 557 kilometer te rijden, en deze ondanks een zware inzinking ook nog te winnen. Benjo Maso hierover in ‘Het zweet der goden’: “Eindelijk had hij de journalisten het verhaal gegeven waar ze zo lang op gewacht hadden.”

Daarna werd Bordeaux – Parijs meer en meer een koers voor specialisten. Met zeven overwinningen tussen 1970 en 1981 werd Herman Van Springel de nieuwe ‘Monsieur Bordeaux – Parijs’. In 1974 werd de Belg ex aequo geklasseerd met Régis Delépine na een wegvergissing.

De laatste jaren waren het vooral minder bekende Franse profs die nog aan het vertrek stonden. In het al eerder aangehaalde Franse boek ‘De Klassiekers’ zagen de schrijvers in de laatste edities van 1987 en 1988 ‘een ultieme processie die men niet anders kon zien dan een begrafenis’.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -