NieuwOlympische Spelen

26 augustus 1900: eerste olympische titel voor Nederland. Maar is dat wel zo?

Op 26 augustus 1900 wonnen de roeiers François Brandt en Roelof Klein de eerste Nederlandse olympische titel ooit. Dat staat althans in officiële overzichten, maar zo makkelijk is het helaas niet.

François Brandt en Roelof Klein in 1900 met de jongen, die als stuurman meedeed

De roeiers, die in 1900 naar Parijs gingen voor internationale wedstrijden, hadden geen flauw idee dat ze meededen aan de Olympische Spelen. Al tijdens de voorbereidingen werd alleen maar gesproken over ‘den grooten Tentoonstellings-wedstrijd´. Op 31 juli 1900 bijvoorbeeld plaatste De Locomotief een ingezonden mededeling over een vergadering van de Amsterdamse roeivereniging Minerva waar gesproken werd over deelname aan ‘den grooten Tentoonstellings-wedstrijd te Parijs, den 26sten Augustus’.

Met leedwezen vernam het bestuur, ‘dat vele roeiers, die het gaarne in een of meer Minerva-ploegen gezien had, om verschillende redenen verhinderd waren’. Daarop werden roeiers van andere verenigingen aangeschreven om mee te doen, onder wie Roelof Klein en François Brandt.

Er werd verder geen woord gezegd over de Spelen, omdat niemand wist dat ze daarvoor waren uitgenodigd. In 1900 was het IOC nog zo zwak, dat het niet zelfstandig in staat was om succesvolle Olympische Spelen te organiseren. Daarom zocht het aansluiting bij de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs, wat het begin was van de verwarring. Want aan welk evenement deed een sporter toen eigenlijk mee: aan de wedstrijden van de tentoonstelling of die van de Olympische Spelen?

Hoe dan ook: de roeiers aanvaardden de uitnodiging en reisden naar Parijs, alwaar de verslaggever van het Algemeen Handelsblad uitgebreid verslag deed. Ook hij sprak met geen woord over de Olympische Spelen, alhoewel zijn krant toen wel degelijk wist dat die toen bezig waren in hetzelfde Parijs. Het lijkt er dus zelfs op dat de bewuste roeiwedstrijden helemaal geen onderdeel waren van die Spelen!

Training van Brandt en Klein in 1900 met een gewone stuurman. Via roeihistoricus Johan ten Berg

Gulden letteren

‘Heden bracht ik een bezoek aan het terrein waar morgen, Zaterdag, de voorwedstrijden zullen aanvangen voor de groote internationale roeiwedstrijden’, schreef de verslaggever in het Handelsblad. ‘Het geheele sportlievend Parijs heeft den mond vol over deze internationale sportbijeenkomst die voorzeker met gulden letteren in de annalen van den watersport zal opgeteekend worden’.

Aan de Rowing Club de Paris en de S. N. d. I. Basse Seine, die beiden hunne uitmuntend ingerichte clubgebouwen tusschen Courbevoie en Asnières aan de hier soms nogal stroomende en vrij heldere Seine hebben opgericht, is de organisatie der wereld-wedstrijden opgedragen en naar het zich laat aanzien zal die niets te wenschen overlaten.

Het weer is op ‘t oogenblik prachtig, niet te warm, terwijl tusschenbeiden een niet hinderlijk regenbuitje de lucht nog wat komt opfrisschen. Zooals te verwachten was hebben onze Hollandsche Minerva ploegen hier een zeer goeden indruk gemaakt en worden haar, vooral in De Twee en De Vier zeer goede kansen toegeschreven.’

Aldus de correspondent, die een dag later kond deed van de wedstrijden die door Brandt en Klein werden gewonnen.

De groote internationale tentoonstellingsroeiwedstrijd

We lezen verder in het Handelsblad: ‘De internationale roeiwedstrijd, door de commissie voor de sportwedstrijden op de tentoonstelling uitgeschreven, heeft zeer veel deelneming gewekt, en nog nimmer mocht een roeiwedstrijd met zooveel recht den titel internationaal dragen als deze. Behalve uit Frankrijk waren ploegen uit Spanje, België, Zwitserland, Duitschland, Nederland en de Vereenigde Staten overgekomen. Engeland noch Italië waren verschenen, maar onder de skiffs was een Engelsch mededinger, en behalve deze betreurenswaardige afwezigheid kan men gerust zeggen dat de groote internationale tentoonstellingsroeiwedstrijd de beste ploegen der verschillende landen tegenover elkaar op het water bracht.

Het weder werkte mede, de temperatuur was volstrekt niet te warm, dank zij den vrij hevigen noordoostenwind, die ons echter te gelijk tegen regen beschermde. De zon verblindde ons niet, en het eenige dat wellicht beter had kunnen zijn, was dat de wind juist recht tegen was. Het Seinewater werd daardoor nogal bewogen en op den uitslag der wedstrijden is die wind niet zonder invloed gebleven.

De inrichting van den strijd had beter kunnen zijn. De circa 1750 meter lange baan in het riviervak der Seine tusschen de brug Bineau en de spoorwegbrug van Amières was niet door piketten afgezet, zoodat het gewone verkeer wel eens hinderde. Vanaf de plaats der jury kon men alleen het laatste gedeelte van de baan overzien, en zoo zijn er meer kleinigheden, die evenwel aan het geheel weinig afbreuk deden.

Zij hinderden ook niet aan de stemming der vele aanwezigen, die langs den linker Seine-oever mannetje aan mannetje geschaard stonden. De Seine is hier tweemaal zoo breed als de Amstel, de rechter Seine-oever is dus vrij ver van de plaats der sport-autoriteiten, en was ook slechts matig bezet, maar aan onzen kant nam het aantal belangstellenden met de minuut toe en bij de laatste races had men ondanks de groote uitgestrektheid van het terrein moeite om eene plaats te bemachtigen, waarvan men een deel der rivier behoorlijk kon overzien.

In de gereserveerde ruimte, waar een muziekkorps de vroolijkheid hielp verhoogen, waren, behalve de jury, eenige sport-autoriteiten der tentoonstelling, w. o. de heer Merillon, algemeen gedelegeerde voor de sportwedstrijden, onze Nederlandsche gedelegeerde voor diezelfde rubriek, de heer Dudok de Wit enz.

De Amerikaansche ambassadeur en zijn secretaris van legatie hebben gisteren en heden de wedstrijden bijgewoond en zich zoodoende het aangename oogenblik verschaft waarop zij getuige konden zijn van de overwinning hunner landgenooten. De Fransche minister van marine was vertegenwoordigd door den kapitein der infanterie de marine Hauet in groot uniform.

Onder het publiek hoorde ik zeer veel Duitsch Engelsch spreken, dit laatste door Amerikanen zooals bleek bij den einduitslag. Ook merkte ik verschillende landgenooten op, w. o. bekende figuren uit den Nederlandschen roeierswereld als dr. Meurer, mr. C. Frikkers, die als jurylid optrad, e. a. Ook kloeke Hollandsche vrouwen, vibreerende van de aandoeningen die ons vervulden, waren overgekomen en door onze Parijsche kolonie werd eveneens veel belangstelling betoond. Laat mij nog even vermelden dat de door Frankrijk aangewezen voorzitter der jury de heer Bodaar was, een landgenoot die sinds vele jaren te Parijs woont.

Zij, die een goed plaatsje machtig hadden kunnen worden, bleven langs de rivier zitten en werden benijd door de achterstaanden, maar nog meer benijders hadden de bezitters of gebruikers van automobielen. Het was een ware stortvloed van snel zich voortbewegende voertuigen: gewone rijtuigen, rijwielen, motors en vooral automobielen, die langs den straatweg welke aan de rivier evenwijdig loopt, bij de verschillende races de roeiers van het begin tot het eindpunt vergezelden. Zij waren zoo talrijk, en maakten zulk een haast, dat het meeloopen met de roeiers geen ongevaarlijk werk was. Op de gebruikelijke wijze spoorden zittenden, staanden, en voortsnellenden de hen aan het hart liggende ploegen door luid geschreeuw aan. Onze Hollandsche roeiers waren reeds Vrijdag aangenaam verrast door een hartelijk telegram van den voorzitter en de leden der Roeivereeniging De Hoop mei hunne beste wenschen voor het succes.’

Fabeltjes

Daarna volgde het verslag van de wedstrijd van de twee zonder stuurman. Heel opvallend is dat hier werd gesproken over een Belgisch jongetje als stuurman, omdat de gangbare theorie altijd meldde dat er een Franse jongen aan boord was. Brandt en Klein hadden die meegenomen om gewicht te besparen, zoals ze in voorgaande wedstrijden hadden gezien bij hun Franse concurrenten. Op 29 september 1900 schreef ook de Sumatra Post over een Franse jongen.

‘De tweeriems oude ploeg gaf een prachtigen strijd. De Société nautique de Ia Marne, Minerva uit Amsterdam (de heeren Brandt en Klein), de Cercle nautique de Rheims en de Rowing Club de Castellon namen hieraan deel.

De mededingers waren aan elkaar gewaagd, en daarom had de Minerva-ploeg, op aanraden van haar leidsman, besloten haar te gewichtigen stuurman te vervangen dooi een jong, zeer licht Belgisch stuurmannetje, die uitmuntend voor zijne taak berekend bleek.

Van het begin tot het einde hadden „Minerva” en de „Club de Castillon” de leiding maar tusschen die twee was het een vinnige strijd, die wel eindigde met de overwinning van de Hollandsche ploeg, doch slechts met 1/5 seconde. Beide ploegen hadden prachtig geroeid. De „Marne” was eene lengte achtergebleven, de „Cercle nautique de Reims” kwam vierde aan.’

Hulde

Ook in de Sumatra Post stond een verslag van de wedstrijd met daarin details over de prijsuitreiking: ‘De oude twee van Minerva, toen zij na hun overwinning terugroeiden, kregen een warme ovatie van de opvarenden en de bemanning. Het was het sterkste gejuich dat zij hebben ingeoogst. Overal elders waren de Hollanders te veel verspreid om meer dan een enkel Laga! hulde! te laten hooren. Maar de roeiers vernamen ze toch, die enkele schreeuwen, en dankten lachend.

Zij hadden getrokken aan de riemen, maar op waren ze niet, de hh. Brandt en Klein, die zoo kranig den naam van de Nederlandsche roeisport hebben opgehouden. Mr. Frikkers bij de prijsuitdeeling, welke trouwens zonder veel omslag en zonder speechen afliep, nam de prijzen voor hen in ontvangst. De verzameling hiervan, bronzen groepen en beelden, schotels, zilveren bekers, enz., een niet zeer artistieke collectie, was vandaag uitgestald aan de voorzijde der tent, waarbinnen de muzikanten gezeten waren.’

Olympisch?

Tot zover de verslagen van de wedstrijden, die dus geen enkele keer als olympisch werden omschreven. In 2012 erkende het IOC deze prestatie opeens toch als een olympische titel, die aan Nederland werd toegeschreven.

Het is ook gek dat deze roeiwedstrijden opeens wël olympisch werden erkend en de andere sporten van de Wereldtentoonstelling níet. In dat geval zijn er namelijk nóg drie Nederlandse sporters, die met terugwerkende kracht recht hebben op een olympische titel: de wielrenners Harrie Meyers en Mathieu Cordang en Gerard Anne van den Bergh bij het schieten. Ook zij wonnen hun wedstrijden bij de Internationale Tentoonstelling, die net zo makkelijk tot de Olympische Spelen kunnen worden gerekend.

De olympische titel van de Nederlandse roeiers is daarmee volgens de huidige norm inderdaad de eerste voor ons land – in ieder geval volgens de richtlijnen van het IOC van 2012. De roeiers zelf alleen hadden er in 1900 geen weet van.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.