Olympische SpelenZomerspelen

3 september 1920: Amsterdam organiseert zijn eerste olympische wedstrijd

De Olympische Spelen van 1920 waren in Antwerpen. Op één wedstrijd na, want die was in Amsterdam. 

De olympische zeilfinale van 1920 in de twaalfvoetsjolklasse is een buitenbeentje in de olympische geschiedenis. Ten eerste werd die in twee verschillende landen afgewerkt – nog steeds uniek in de geschiedenis van de Olympische Spelen. Ook de tijdsduur is bijzonder, want het duurde bijna twee maanden voordat de finale was afgehandeld.

Beatrijs liep reeds dadelijk uit en maakte den afstand zoo groot, dat Boreas geen kans meer had en den wedstrijd opgaf.

De Spelen van 1920 waren in Antwerpen, dat nog voor een deel in puin lag door de Eerste Wereldoorlog. België in het algemeen en Antwerpen in het bijzonder waren net begonnen aan de wederopbouw. Door die Spelen, zo was de gedachte, kreeg Antwerpen een extra steuntje in de rug om te werken aan een nieuwe toekomst.

Een mooi idee, maar in de praktijk viel het tegen. Scheidsrechters waren vaak niet capabel of bleven gewoon thuis. Vooral de zeilwedstrijden werden een merkwaardige aangelegenheid: van de zestien verschillende onderdelen kwam er bij twee disciplines helemaal niemand opdagen!

Noorwegen won vijf gouden zeilmedailles, omdat er simpelweg geen tegenstanders waren in die finales… Dat tikte lekker aan bij de dertien olympische titels, die het land dat jaar in België bemachtigde.

Nederlandse finale

De vreemdste wedstrijd was de finale in de twaalfvoetsjolklasse. In de ochtend van 7 juli 1920 verschenen in Oostende de twee Nederlandse boten Boreas en Beatrijs III om deze te varen. De deelnemers wisten al dat ze geen brons zouden winnen bij gebrek aan een derde boot.

De Beatrijs III werd bemand door Cornelis Hin en zijn zoon Johan; de Boreas had Arnoud van der Biesen en Petrus Beukers aan boord. Ze stonden klaar voor vertrek, maar de volgboot voor het wedstrijdcomité was er niet, dus daar moest eerst nog op worden gewacht.

Nadat de wedstrijd eindelijk was begonnen, won Boreas na een uur zeilen met een voorsprong van vijf minuten. Omdat de zee door de harde wind te gevaarlijk was geworden, werd besloten verder te gaan in de haven. Als Boreas daar één keer zou winnen, zou het olymisch kampioen zijn.

Er was alleen een nieuw probleem: de leden van het wedstrijdcomité waren verdwenen, omdat ze zelf een wedstrijd moesten varen! Deze finale werd daarmee voorlopig gestaakt.

De Belgische organisatoren wilden er helemaal van af en vroegen het Nederlands Olympisch Comité om het in Nederland af te ronden, ‘dat op haar beurt aan de Koninklijke Zeil- en Roeivereeniging verzocht had, de wedstrijden te willen uitschrijven’. Tenslotte ging het om twee Nederlandse boten, dus waarom konden die dat niet in eigen land afhandelen? Het NOC stemde hiermee in.

Naar Amsterdam

Op 3 september 1920 werd op het Buiten-IJ bij Amsterdam dan eindelijk de olympische zeilfinale van Antwerpen afgehandeld. Dezelfde twee boten als in Oostende meldden zich, alhoewel Cornelis Hin zich wegens afwezigheid liet vervangen door Frans, zijn andere zoon (pas veertien jaar oud). .

De finale werd daarmee niet alleen in twee verschillende landen gehouden, maar in het geval van Beatrijs III ook met twee verschillende ploegen op één boot. De tegenstanders zaten er blijkbaar niet mee en dienden geen protest in.

Iets na half elf in de ochtend vertrokken de finalisten, maar Boreas werd onmiddellijk weer teruggeroepen omdat die zich had vergist in vaarrichting. ‘Toen zij opnieuw startte, was zij daarmede ongeveer 1 minuut kwijt.’ Omdat er weinig wind stond, werd de wedstrijd ingekort. ‘Op de tweede ronde liep Beatrijs uit en kwam tenslotte ruim 11 ½ minuut eerder aan.’

Hiermee was het 1-1 in de strijd tegen Boreas. De derde wedstrijd zou de beslissing brengen.

‘Om 2 u. 30 min. had de tweede wedstrijd tusschen beide jollen plaats. Er stond zoo mogelijk nog minder wind, zoodat besloten werd, één ronde te laten varen. Beatrijs liep reeds dadelijk uit en maakte den afstand zoo groot, dat Boreas geen kans meer had en den wedstrijd opgaf.’

Na twee maanden was er een beslissing gevallen in deze bijzondere finale: de familie Hin was olympisch kampioen! Hiermee werd Frans Hin met zijn veertien jaren ook nog eens de jongste Nederlandse winnaar van olympisch goud aller tijden.

Het mooiste blijft toch wel dat zeilfinale de eerste olympische wedstrijd op Nederlands grondgebied is geweest – acht jaar vóór de Spelen van 1928 in Amsterdam.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.