NieuwOlympische Spelen

Amsterdam is al honderd jaar een olympische stad – als zevende stad ter wereld

Acht jaar vóór de Olympische Spelen van 1928 werd er in Amsterdam al een officiële olympische finale georganiseerd. Daarmee is de stad de zevende wereldwijd met een eeuw olympische geschiedenis. In samenwerking met het Parool.

Het begin van  honderd jaar olympische geschiedenis 

De zeilers Cornelis, Johan en Frans Hin hadden eigenlijk een straatnaam moeten hebben op het Steigereiland, net als Arnoud van der Biesen en Petrus Beukers. Precies honderd jaar geleden deden zij in de twaalfvoetsjolklasse mee aan de eerste officiële olympische wedstrijd in Amsterdam. Er werd gevaren op het Buiten-IJ, precies tussen het Steigereiland en Durgerdam. Het was het begin van Amsterdam als olympische stad.

Antwerpen 1920

De Olympische Spelen van 1920 werden in Antwerpen gehouden, de herstart van de internationale sport na vier jaar oorlog. Na alle verwoestingen was deze stad nog lang niet hersteld, maar het sportevenement, zo was de gedachte, zou kunnen helpen bij de wederopbouw.

Een mooi idee, maar in de praktijk viel het tegen, zo toont Jasper Truyens aan in zijn boek over Antwerpen 1920, dat deze zomer verscheen. De organisatie had dan ook maar twaalf maanden voorbereidingstijd. ‘Er is geen enkele olympiade waarbij de periode tussen de toewijzing van de Spelen en de start van de olympische competitie zo kort is geweest,’ aldus Truyens. Dat kon dus eigenlijk niet goed aflopen.

Bij het zeilen ging alles al mis voordat de eerste boot in het water lag. Deze wedstrijden werden van 7 tot en met 10 juli gehouden in Oostende, maar de lokale Royal Yacht Club d’Ostende werd nergens bij betrokken. ‘De stad is nóóit vragende partij geweest en werd ook nooit uitgenodigd om zo’n unieke manifestatie daadwerkelijk te ondersteunen,’ verklaarde het verontwaardigde stadsbestuur van Oostende na afloop in dagblad Le Carillon.

Pas vier dagen voor aanvang werd het wedstrijdschema bekend. In deze chaos gingen drie van de zestien verschillende onderdelen niet door wegens gebrek aan deelnemers. Een toeschouwer die toen ter plekke in een drijvende doos zou zijn gesprongen, had bij die onderdelen meteen goud kunnen winnen. Noorwegen behaalde in ieder geval de vijf makkelijkste gouden olympische medailles ooit, omdat er bij die finales geen tegenstander was. Dat tikte lekker aan bij het totaalaantal van dertien Noorse olympische titels van 1920.

De opening van Antwerpen 1920

Nederlandse finale

De wedstrijden voor de twaalfvoetsjolklasse waren het curieuze hoogtepunt van deze zeilwedstrijden. In de ochtend van 7 juli verschenen de enige twee deelnemers: de Nederlandse boten Boreas en Beatrijs III. Dat scheelde de organisatie mooi weer een bronzen plak. Beatrijs III werd bemand door vader Cornelis Hin en zoon Johan. Boreas had Arnoud van der Biesen en Petrus Beukers aan boord.

Deze finale bestond uit drie wedstrijden en werd dus gewonnen door de boot die twee keer als eerste arriveerde. De eerste werd gewonnen door Boreas, maar daarna was het wedstrijdcomité opeens verdwenen. Zo kreeg deze finale de langste onderbreking in de olympische geschiedenis met pas een vervolg op 3 september – 58 dagen later! En dan niet in Oostende, maar in Amsterdam, op verzoek van de Belgische organisatie. Deze strijd ging toch tussen twee Nederlandse boten, dus die konden dat net zo goed in eigen land afhandelen. Het Nederlands Olympisch Comité stemde hiermee in en verplaatste de finale naar het Buiten-IJ, weggepropt bij de Nationale Zeil-, Roei- en Motorbootwedstrijden van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging in datzelfde weekend. Uniek, want voor de eerste keer waren er olympische wedstrijden buiten het organiserende land.

Van dit historische en unieke moment van 3 september 1920 heeft het Stadsarchief Amsterdam gelukkig de inschrijvingslijst als het definitieve bewijs, mét de handtekeningen van de deelnemers. Vader Cornelis Hin was vervangen door zoon Frans, pas veertien jaar oud, en met deze nieuwe bemanning maakte de zeilbroers meteen gelijk met een zege in de tweede finalewedstrijd. De derde heat moest dus de beslissing brengen. ‘Beatrijs liep reeds dadelijk uit,’ zag de verslaggever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, ‘en maakte den afstand zoo groot, dat Boreas geen kans meer had en den wedstrijd opgaf.’

Na 58 dagen was er een winnaar in de olympische zeilfinale in de twaalfvoetsjollenklasse van 1920! Zo werd Amsterdam afgelopen donderdag de zevende stad ter wereld met een olympische geschiedenis van minimaal honderd jaar – na Athene, Parijs, St. Louis, Londen, Stockholm en Antwerpen. Alsof dit allemaal nog niet historisch genoeg is, is Frans Hin ook nog steeds de jongste Nederlandse winnaar van olympisch goud aller tijden.

De familie Hin, Arnoud van der Biesen en Petrus Beukers moeten daarom alsnog worden vernoemd in een straat met uitzicht op het Buiten-IJ. En anders bij een steiger, ook goed.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.