Olympische SpelenSchaatsen

Bijzondere figuren’: een vergeten discipline

Tijdens de Olympische Spelen van 1908 stond er bij het kunstrijden een onderdeel op het programma dat nu geheel vergeten is. Het gaat hier om de zogenaamde ‘bijzondere figuren’. Winnaar werd de Rus Nikolai Panin, die een dag eerder tijdens de individuele wedstrijd voor mannen nog briesend van woede de strijd gestaakt had. Met deze zege was Panin de eerste Rus die ooit olympisch goud won. 

Door Bert Roosien

De bijzondere figuren vormden een discipline die vooral aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw populair was. Eigenlijk vielen ze het best te vergelijken met de verplichte figuren die toen nog deel uitmaakten van de gewone individuele wedstrijd. Bij beide onderdelen moesten met de schaats figuren in het ijs worden gekrast. Maar waar de verplichte figuren eigenlijk allemaal waren afgeleid van het cijfer acht en duidelijk in de reglementen beschreven stonden, hadden de deelnemers bij het onderdeel bijzondere figuren geheel de vrije hand.

Wel moest vooraf aan de jury een tekening worden overhandigd met de figuren die in het ijs zouden worden gekrast. De jury beoordeelde die dan op de uitvoering en de moeilijheidsgraad.

Voor een wedstrijd bijzondere figuren was het absoluut noodzakelijk dat de ijsvloer geheel schoon en ongerept was, zodat de gekraste figuren goed zichtbaar zouden zijn. De deelnemers zelf moesten vooral een goed gevoel voor evenwicht hebben. Sommige (delen van) figuren werden namelijk met twee benen geschaatst, maar andere juist met één.

Nadat Nikolai Panin – woedend over zijn te lage beoordeling – tijdens de individuele wedstrijd de strijd had gestaakt, kreeg hij bezoek van Georg Sanders, het Russische jurylid. Sanders wees Panin op de wedstrijd bijzondere figuren van de volgende dag. Daar zouden Nikolai’s grootste kansen liggen. En zoals Sanders terecht opmerkte, ‘een tweede schandaal kon de jury zich niet veroorloven’. Panin bedaarde en besloot alsnog in Londen te blijven om de dag erna een nieuwe greep naar de titel te doen.

De volgende dag overhandigde Panin de jury een vel papier met de figuren die hij van plan was te schaatsen. De figuren zagen er zó complex uit dat menigeen ze niet voor mogelijk hield. Maar Panin voerde ze uit met een mathematische precisie. Toen hij zijn optreden had beëindigd, klonk er vanachter de jurytafel een luid applaus. Panin won uiteindelijk de wedstrijd met een recordscore van 218 van de maximaal te behalen 240 punten. Ulrich Salchov had er wijselijk voor gekozen om niet aan de bijzondere figuren deel te nemen.

Met een gouden medaille in zijn koffer keerde Panin naar Rusland terug. Daar was zijn fraaie prestatie zeker niet onopgemerkt gebleven. Dat merkte onze kersverse olympische winnaar toen hij zich de volgende dag weer onder zijn echte naam Kolomenkin op het werk meldde en hij werd opgewacht door het afdelingshoofd. Op de tafel lag een nieuwsblad, met daarin een met rode pen omcirkelde foto van kunstrijkampioen Panin.

De treffende gelijkenis tussen de winnaar van het olympisch goud en de ambtenaar van het departement van Financiën maakte elke ontkenning zinloos. Op autoritaire toon maakte het afdelingshoofd duidelijk dat hij de sportieve ambities van zijn ondergeschikte niet zou tolereren. Nikolai Panin-Kolomenkin mocht kiezen: óf een serieuze baan in de financiële sector, met dan ook het gedrag dat bij die functie hoort, óf in het openbaar in een strakke maillot wat rondjes rijden op een ijsbaan.

Een tussenweg was er niet. En hoewel Nikolai nog tegenwierp dat sport toch gezond was voor lijf en leden en dat zijn gouden medaille had bijgedragen aan het internationale aanzien van Rusland, was zijn chef onverbiddelijk. Zo kwam er met de winst op de Olympische Spelen voor Panin ook meteen een eind aan zijn loopbaan als kunstrijder.

Omdat zijn afdelingshoofd met de schietsport geen moeite had, wierp Nikolai Panin zich vanaf dat moment op zijn andere liefde. Van 1907 tot 1917 was hij Russisch kampioen pistoolschieten. Ook als schutter haalde hij in 1912 de Spelen, maar nu viel hij niet in de medailles.

Ondanks zijn successen in de schietsport bleef Panin betrokken bij het kunstrijden. Hoewel hij zelf niet meer aan wedstrijden deelnam, ging hij door met het trainen en begeleiden van jonge, beloftevolle rijders. Verder stond hij aan de basis van de befaamde Russische Kunstrijschool. In 1910 publiceerde hij de eerste ‘Handleiding voor het Kunstrijden’.

Bij het wereldkampioenschap van 1914 was Panin actief als jurylid. Inmiddels was er – mede door zijn inspanningen – in Sint Petersburg een overdekte ijsbaan verrezen. Die zou later een sleutelrol spelen in de ontwikkeling van de Russische kunstrijsport. Tussen de bedrijven door was hij van 1915 tot 1917 ook nog voorzitter van het Russisch Olympisch Comité.

In 1928 won hij tijdens de Spartakiade in Moskou het pistoolschieten. Hij was toen al 56 jaar. Vanaf 1930 lag het accent weer op de begeleiding van kunstrijtalenten, maar toen zijn land in de periode van de Tweede Wereldoorlog een beroep op hem deed, was dat niet tevergeefs. Met zijn ervaring in de schietsport bleek hij de ideale man voor de training van Russische commando’s.

Panin overleed in 1956. En hoewel hij in het begin van zijn sportieve carrière nog regelmatig werd bespot, heeft het Russische volk hem inmiddels in haar hart gesloten. In 1993 werd zijn beeltenis gebruikt voor een munt van vijftig roebel. Inmiddels is er ook een postzegel met daarop zijn portret.

Advertentie

Reserveer bij bol.com