Olympische Spelen

Bouwinvest, het Olympisch Stadion en de Citroëngebouwen: een historische eenheid

Stel je de eenheid eens voor van het gebied met de Citroëngebouwen en het Olympisch Stadion, gezien vanuit een vliegtuig, Zoals de Telegraaf al deed in 1930.

Hoofdzetel Citroën

Tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam werd een aantal tijdelijke locaties gebouwd. Op het Stadionplein kwamen twee sporthallen: één voor de krachtsporten en één voor de schermers. Nadat die waren afgebroken, heerste er leegte op het plein tot in 1930 de N.V. Automobiles Citroën bekendmaakte dat daar haar nieuwe hoofdzetel zou verrijzen.

Als architect werd Jan Wils aangetrokken, die ook verantwoordelijk was voor het Olympisch Stadion. Hierdoor kreeg het gebied rond het stadion een architectonische eenheid, waarvoor heel bewust was gekozen door de gemeente Amsterdam. Zoals Tijs Tummers en Bart Sorgedrager in 2000 schreven in het boek Het drieluik van Wils: “Het stadion en de garage vormden immers de belangrijke afsluiting van het zorgvuldig ontworpen Plan Zuid van architect H.P. Berlage.”

Wils benadrukte overigens wel dat de garage een eigen functie kreeg om niet te worden opgeslokt door zijn ligging in ‘de steenen sportstad’. De Telegraaf: “De architect wees er mij op, dat hij getracht heeft in zijn bouworde uit te drukken zoowel een zekere saamhoorigheld met het Stadion als een afzijdigheid er van. Het Citroëngebouw staal immers in elk opzicht, en trouwens op eigen terrein, los van het Stadion.”

Vliegtuigperspectief

Het Vaderland was erg enthousiast na het zien van de eerste bouwtekeningen: “Het nieuwe Citroëngebouw is op dit gebied uniek in den lande.” Het ontwerp is “den bouwmeester van het Olympisch Stadion waardig”, aldus de krant.

De Telegraaf voerde een gedachte-experiment uit in zijn beoordeling van Wils’ werk: “Als ge uit een vliegmachine de reusachtige O van het Stadion diep beneden u ziet, zullen die twee bijna vierkante gebouw-blokjes de Umlauten schijnen op die uitroep-letter.” Een betere manier om de eenheid van stadion en Citroëngebouwen te beschrijven is er niet.

Het tweede Citroëngebouw verscheen pas dertig jaar later, waarvoor opnieuw Wils de opdracht kreeg. En terecht, vond De Tijd De Maasbode: “Jan Wils was toen een van de zeer modernen en zijn werk heeft in de loop der jaren zijn frisheid bewaard.”

De puntjes op de uitroep-letter

Inmiddels is het 2015 en zijn zowel het Olympisch Stadion als de twee Citroëngebouwen in handen van Bouwinvest – en daarmee het complete oeuvre van Wils in dit historische gebied. Geheel toevallig misschien, maar het zorgt wel voor een grote verantwoordelijkheid voor de vastgoedbelegger. Wils schiep zowel een onderlinge saamhorigheid als een eigen identiteit voor elk object op zich.

Diezelfde gedachte moet dienen voor toekomstige ontwikkelingen in dit gebied: onderling verbonden maar ieder met een eigen invulling. Als de puntjes op de I, dus.

Sorry: de umlaut op de uitroep-letter.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.