De dood van de Belgische IOC-voorzitter Henri de Baillet Latour
Het Internationaal Olympisch Comité besluit op 10 september wie de opvolger wordt van voorzitter Jacques Rogge. Hij was de tweede Belg met deze functie, na Henri de Baillet Latour.

Het graf van Henri de Baillet-Latour. Foto via Erfgoedplus.be
Belgische sportofficials spelen een enorme rol in de geschiedenis van het Internationaal Olympisch Comité: naast Jacques Rogge leverde dit land met Henri de Baillet Latour nog een voorzitter. Nota bene in één van de meest roerige jaren uit de olympische geschiedenis, want juist in de periode van De Baillet Latour gebruikte Adolf Hitler de Spelen van 1936 voor een politiek statement. Maar ook in 1928, toen Amsterdam gastheer was, stond De Baillet Latour aan het roer.
Reeds aan het begin van de vorige eeuw was deze official een bekend gezicht in Nederland. In 1907 organiseerde het IOC in Den Haag een vergadering – de eerste in zijn soort op Nederlands grondgebied – waar de Belg aanwezig was. Dertien jaar later – én een gruwelijke oorlog, die De Baillet Latour in Den Haag doorbracht bij de Belgische legatie – was hij verantwoordelijk voor de Spelen van 1920 in Antwerpen.
Alhoewel deze stad amper was hersteld van de verschrikkingen in de jaren ervoor maakte hij toch zoveel indruk met zijn organisatorische talenten dat hij in 1925 aangewezen werd als de nieuwe IOC-voorzitter. Hiermee werd hij de directe opvolger van Pierre de Coubertin, die hier zelf een grote rol in had gespeeld.
De eerste Zomerspelen die onder zijn leiding plaatsvonden, waren die van 1928 in Amsterdam. Ook in 1936, toen het evenement in Berlijn was, leidde hij het IOC. De Baillet Latour zorgde er zelfs hoogstpersoonlijk voor dat Adolf Hitler niet de hand mocht schudden van Jesse Owens na het winnen van een gouden medaille. Of je schudt de handen van alle kampioenen, zei hij nadat Hitler op de eerste dag een aantal Duitse en Finse winnaars had ontvangen, of van niemand. Hitler koos er daarna voor om geen olympisch kampioenen meer te ontvangen in zijn loge, en dus ook Owens niet.
Vier jaar later was het opnieuw oorlog en viel het IOC grotendeels uit elkaar. Het was zo goed als onmogelijk om in die jaren contacten met elkaar te onderhouden – vooral met een Belgische voorzitter die in bezet gebied leefde. Misschien kwam het door die gebrekkige communicatie dat de wereld in september 1941 opschrok door een foutief bericht dat De Baillet Latour was overleden bij een vliegtuigongeluk. Na de eerste necrologieën bleek het te gaan om zijn zoon.
Of het een met het ander te maken had, is onbekend, maar slechts vier maanden na de dood van De Baillet Latour jr. stierf de IOC-voorzitter volkomen onverwacht. Het was een zware klap voor de organisatie, die al zoveel moeite had om met haar bestuurders in contact te blijven. Zijn begrafenis kon daarom alleen worden bijgewoond door IOC-leden, die in Duitsland woonden of in Duits bezet gebied. Hieronder ook NOC-voorzitter Schimmelpennick van der Oye, die afreisde naar Brussel. Volgens sporthistoricus Ton Bijkerk was het aan de Nederlander te danken dat deze plechtigheid niet werd gekaapt door de nationaalsocialisten.
Enkele prominente Duitsers besloten namelijk aanwezig te zijn bij het afscheid van de IOC-voorzitter. De Rijkssportleider gaf daarnaast een verklaring uit: ‘De president van het Internationale Olympisch Comité, graaf de Baillet Latour, is op den zevenden Januari plotseling te Brussel, ten gevolge van een hartverlamming, overleden. Met de geheele Olympische wereld rouwt ook de Duitsche Olympische Commissie. Zij denkt gaarne terug aan het goede hart dat graaf de Baillet Latour de Duitsche sport toedroeg en aan de vriendschap, die hem met ons verbond. Wij zullen de herinnering aan deze en oprechte figuur in eere houden.’
Op de kist was een IOC-vlag gelegd, omringd door Duitse soldaten, linten en kransen met de kleuren van het Duitse Rijk en andere Nazi-symboliek, die waren neergelegd in naam van Adolf Hitler én het Internationaal Olympisch Comité. Het IOC zelf wist daar echter niets van, en had al helemaal geen toestemming gegeven om zijn overleden voorzitter te eren met dergelijke symbolen.
Daarbij, zo schreven alle kranten in die dagen, lagen kransen van propaganda-afdelingen, van Goebbels zelf, de militair bevelhebber in België en nog veel meer nationaalsocialistisch. Belgische sportvrienden en familieleden konden pas achter deze militaristische erehaag hun laatste groet aanbrengen.
Wat de kranten dan weer niet schreven, was dat Schimmelpennick van der Oye er ook was. Volgens Bijkerk in een artikel in 1999 in het Journal of Olympic History – pdf hier – stapte hij naar voren na een bombastische toespraak in het Duits om namens het IOC het woord te voeren. Ook hij had een krans bij zich – natuurlijk zonder Nazi-symbolen – die hij officieel namens het IOC neerlegde. Hiermee voorkwam Schimmelpennick dat de nationaalsocialisten de olympische symbolen kaapten.
Zoals het hoort verschillen hierover wel de meningen, want volgens de website Philosémitisme Blogspot was de begrafenis doelbewust een nazi-ritueel geweest. Daarvoor gebruikt de site overigens een vreemd argument: er bestaan foto’s van Baillet-Latour, die de nazigroet bracht tijdens de Spelen van 1936. Sterker: bovenaan dit artikel zien we een korrelige afbeedling van allemaal mensen met gesterkte arm.
Niets aan de hand, want in die tijd was dat nog de offciële olympische groet. Voor het Olympisch Stadion in Amsterdam staat zelfs een beeld, dat die groet brengt. Sinds 1948 wordt die groet alleen niet meer gebruikt vanwege die vervelende associatie. Overigens bestaan er genoeg foto’s van De Baillet Latour in de directe omgeving van hakenkruizen, zoals je op deze pagina ziet.
Hoe dan ook: weer een jaar later stierf ook Schimmelpenninck van der Oye. Zowel het IOC als het NOC had zo in de oorlogsjaren zijn voorzitter verloren.
