NieuwOlympische Spelen

De emancipatie van de Olympische Spelen is geen sprint, maar een marathon van honderd jaar

Door een samenloop van omstandigheden staat de Franse sportpionier Alice Milliat volop in de belangstelling. Precies een eeuw geleden richtte zij de eerste internationale vrouwensportbond op.

Alice Milliat  in 1920, foto Bibliothèque nationale de France via Europeana

De volgende Olympische Zomerspelen zijn in Parijs, de stad van Pierre de Coubertin, geestelijk vader van de moderne olympische beweging. De Fransen zullen er in de zomer van 2024 ongetwijfeld veelvuldig op wijzen, net als het feit dat het Internationaal Olympisch Comité in 1894 werd opgericht – óók in Parijs. Dit verhaal is alleen wel exclusief mannelijk, want in de eerste 25 jaar was de olympische beweging van De Coubertin een gesloten herenbastion.

Parijs is echter óók de stad van Alice Milliat, de grote pionier van de internationale vrouwensport. Haar invloed is vergelijkbaar met die van De Coubertin, juist door de aanval te openen op zijn gesloten herenbastion. Een doorslaggevend moment was de oprichting van de Fédération Sportive Féminine Internationale op 31 oktober 1921, de eerste internationale vrouwensportbond. Precies een eeuw geleden begon zo de olympische emancipatie, die in 2024 zal leiden tot de eerste Olympische Spelen met evenveel mannen als vrouwen. Nota bene in Parijs, de stad van Milliat én De Coubertin.

Eerbetoon

Het IOC had er niet bewust voor gekozen om juist in Parijs te komen tot een gelijkwaardig aantal van mannelijke en vrouwelijke deelnemers. Hieraan ging een langdurig proces vooraf, dat begin deze eeuw werd ingezet, toen niemand nog wist waar de Zomerspelen van 2024 zouden zijn.

Deze samenloop van omstandigheden leidt er inmiddels wel toe dat er in Frankrijk een groeiende belangstelling ontstaat voor de nalatenschap van Milliat, in 1884 geboren in Nantes. In haar geboortestad worden vrijdag voor de eerste keer de Allice Milliat Trofeeën uitgereikt voor de beste initiatieven ter bevordering van diversiteit en vrouwensport, georganiseerd door de Foundation, die naar haar is vernoemd. “Vanwege de honderdste verjaardag van de Internationale Vrouwensport Federatie,” zo licht de organisatie toe.

Van de aardbodem

Op 8 maart dit jaar, Internationale Vrouwendag, was er in Parijs ook al een onthulling van een standbeeld van Milliat. In een videoboodschap roemde IOC-voorzitter Thomas Bach haar werk. “Ze zou trots zijn als ze wist van de gendergelijkheid bij de Zomerspelen van 2024.”

De lofzang van Bach illustreert de enorme invloed van Milliat op de olympische emancipatie. In 1920 klopte ze nog tevergeefs aan bij zowel het IOC als de Internationale Atletiek Federatie om vrouwenatletiek toe te laten tot de Spelen van Antwerpen. De Coubertin en zijn collega Sigfrid Edström van de atletiekfederatie beschouwden dat idee als een directe bedreiging van de Europese, aristocratische en mannelijke waarden, zo althans formuleerde Edström zijn bezwaren. Er volgde dus een afwijzing, waarna Milliat overging tot de oprichting van de vrouwensportbond met in 1922 zelfs een zeer succesvol eigen internationaal evenement, de eerste van een reeks.

Onder die druk ging het IOC akkoord om vrouwenatletiek toe te staan in 1928 in Amsterdam. Milliat maakte deze doorbraak zelf mee, als jurylid bij het discuswerpen in Amsterdam, het eerste olympische atletiekonderdeel voor vrouwen. ‘De voorzitster van den Internationalen damessportbond,’ zoals het Algemeen Handelsblad nog wist.

Toch was haar werk van nog lang niet voltooid, want na 1928 verenigde de internationale sportelite zich om de vrouwenatletiek alsnog te verwijderen, inclusief Milliat. Edström maakte dat in 1935 in ieder geval heel duidelijk in een brief aan Avery Brundage, toen de voorzitter van de Amerikaanse atletiekbond: ‘We hebben er geen enkel belang bij haar te steunen. We zien haar het liefst van de aardbodem verdwijnen.’

De emancipatie van de olympische beweging van de afgelopen honderd jaar moeten we dan ook niet vergelijken met een sprint, maar met een marathon, alleen voor mensen met heel veel doorzettingsvermogen. Na honderd jaar komt de nalatenschap van De Coubertin dan eindelijk samen met die van Milliat, in hun eigen Parijs nog wel.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.