Olympische Spelen

De Internationale Doven Spelen van 1928 in Amsterdam

In 1928 was in Amsterdam de zogenaamde Dooven Olympiade. Het was de eerste keer dat het publiek sporters zag met een lichamelijke beperking.

Het Olympisch Stadion in Amsterdam was in de zomer van 1928 gastheer van de Olympische Spelen. De Paralympische Spelen waren er toen nog niet, want die staan officieel pas sinds 1960 op de internationale agenda.

Vijf dagen na afloop van de Amsterdamse Spelen begonnen wél de internationale sportspelen voor doven. ‘Deelgenomen wordt door athleten uit België, Duitschland, Engeland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Tsjecho-Slowakije en Zwitserland’, aldus Het Vaderland op 3 augustus 1928.

‘Het publiek zal de spelen kunnen bijwonen tegen zeer matige prijzen,’ vervolgde de krant. ‘Een plaats op de Marathon- of eeretribune in het Olympisch Stadion kost f 1,20, voor de overige plaatsen wordt slechts 60 cent berekend.’

Parijs 1924

Vier jaar eerder waren deze spelen voor doven voor de eerste keer georganiseerd. Dat was in Parijs, waar toen de Olympische Spelen werden gehouden. De organisatie nodigde hiervoor ook Nederlandse sporters uit. ‘Het is te begrijpen,’ aldus het Algemeen Handelsblad op 22 december 1923, ’dat de doofstommen gaarne eenige vertegenwoordigers naar Parijs willen sturen, om zich daar met hun buitenlandsche lotgenooten in kracht en behendigheid te meten’. Hiervoor werd een speciaal comité gevormd.

Dat er behoefte was aan dergelijk vermaak meldde de Nieuwe Rotterdamsche Courant al in 1922. Binnen de bestaande structuren was er namelijk geen aandacht voor de slechthorenden: ‘In bestaande sportvereenigingen kunnen zij niet opgenomen worden en bovendien zouden zij er niet op hun plaats zijn.’

Een eigen sportevenement na afloop van de Spelen van 1924 was daarom van groot belang, aldus het desbetreffende lemma op Wikipedia: ‘The 1924 Games were “the first games ever” for athletes with a disability, preceding the World Wheelchair and Amputee Games in 1948, which became the Paralympic Games in 1960 but which did not include events for deaf athletes.

De Nederlanders deden het goed in Parijs, zoals de Amsterdamse zwemster Henny van der Heyden, die goud won. Organisatorisch werd grote vooruitgang geboekt door de oprichting van een internationaal doofstommenverbond, en later dat jaar de Nederlandsche Doovensportbond. Nederland werd aangewezen voor de Doven Olympiade van 1928– net als in Parijs na afloop van de Olympische Spelen.

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië plaatste daarop de volgende oproep: ‘Laat Nederland deze gelegenheid aangrijpen om te toonen, dat het zich tot een eer rekent deze gasten op even gulle als hartelijke wijze te ontvangen, laat ook bij deze Spelen de Nederlandsche gastvrijheid hoogtij vieren.’

Een eigen inbreng en eigen prestaties

Het Nederlands Olympisch Comité stelde in ieder geval belangeloos het Olympisch Stadion ter beschikking; de gemeente Amsterdam gaf 500 gulden subsidie. Enkele duizenden guldens werden verder nog ontvangen ‘uit particuliere beurzen’. De Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond was de organisator.

De openingsceremonie was op vrijdag 17 augustus in Bellevue aan de Marnixstraat. Volgens dagblad Het Centrum bood de zaal met de vele vlaggen en talrijke planten ‘een fleurigen aanblik’. De dag erop viel de publieke belangstelling erg tegen, maar dat verbeterde snel. Het Vaderland: ‘Was er den eersten dag vrijwel geen publiek, geheel anders was het den tweeden dag; reeds in het Zwemstadion was een behoorlijke opkomst om het bassin geschaard. Doch ‘s middags waren een 3 tot 5000 toeschouwers in het Stadion bij de voetbalwedstrijden aanwezig.’

Een week lang, tot en met zaterdag 25 augustus, werden er sportieve ontmoetingen gehouden. Als afsluiting kregen de deelnemers in het Rembrandt-Theater een gratis voorstelling en een banket in Bellevue.

Zo was er in 1928 voor de eerste keer gehandicaptensport van internationale allure te zien in Nederland. Het was nog wel in zijn meest prille vorm, want tegenwoordig zijn er naast de Deaflympics ook nog de Paralympische Spelen en de Special Olympics.

Voor het Nederland van 1928 was het echter van groot belang, aldus Serrie Kamerling, die goed op de hoogte is van de geschiedenis van de dovensport: ‘In die tijd werd alleen voor en over dove mensen gedacht en besloten. Dan is het moeilijk om als dove persoon met een eigen inbreng en eigen prestaties serieus genomen te worden. Via deze Sportspelen in Amsterdam gebeurde dat wel.’

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.