Home > Nieuw > De machtsgreep van Erica Terpstra
NieuwOlympische Spelen

De machtsgreep van Erica Terpstra

Erica Terpstra werd in 2003 voorzitter van NOC*NSF, als eerste en nog steeds enige vrouw in de 106-jarige geschiedenis van deze sportkoepel. Ze versloeg Ruud Vreeman, de kandidaat van de sportkoepel zelf.

Foto via Flickr

Op 23 september 2003 leek het alsof het voorzitterschap van Ruud Vreeman al was geregeld, als opvolger van Hans Blankert. Voorgedragen door NOC*NSF zelf en met een enorm netwerk in de Nederlandse politiek leek hem die functie niet te kunnen ontgaan, ook al omdat hij daarnaast hockey- en cricketcoach was geweest. “Door het lot ben ik hier dan toch terechtgekomen,” zei Vreeman, toentertijd burgemeester van Zaandam.

Het was de eerste keer dat NOC*NSF een voorzittersverkiezing hield onder de bonden, want tot dan toe was de gewoonte om die benoeming zelf af te handelen. De maatschappij was in de greep van de Fortuynisme, waarbij de machtsverhoudingen binnen het gezag grondig werden opgeschud. Het gaf Erica Terpstra de kans zich als tegenkandidaat te profileren.

‘Wij hebben dit niet gewild’

Een maand later was Terpstra volkomen onverwacht de nieuwe voorzitter. Ze had vooral de steun gekregen van de kleine bonden, alhoewel die ieder minder stemmen hadden dan de grote bonden, naar ratio van het aantal leden per bond. Bij elkaar opgeteld zorgden ze toch voor een meerderheid, waarmee Terpstra werd beloond voor haar lobby onder die kleinere bonden, nog los van de bekendheid als voormalig topsporter en staatssecretaris van sport. In 2003 zat Terpstra nog voor de VVD in de Tweede Kamer, met sport in haar portefeuille.

Volgens de aanwezige verslaggevers was de verkiezing van Terpstra een grote teleurstelling voor kamp-Vreeman, waarin ook Hans Blankert, Ton Nelissen en Johan Wakkie zaten. Dagblad Trouw bijvoorbeeld citeerde Wakkie: ‘Wij hebben dit niet gewild, maar we wachten wel af. Tot nu toe zijn het allemaal woorden van mevrouw Terpstra. Zij gaat de bezuinigingen terugdraaien, dat gaan we allemaal meemaken.’ Ook André Bolhuis, toen nog voorzitter van de hockeybond, reageerde teleurgesteld.

De kleine bonden daarentegen vierden met de verkiezing van Terpstra dat ze de invloed van de grote bonden hadden doorbroken, al was het maar voor even. John Volkers kopte in de Volkskrant: Succesvolle opstand van de kleine sportbonden. ‘De kleinere bonden willen af van die regenteske houding’, aldus de Federatie Oosterse Gevechtskunsten. ‘We voelden ons betutteld. Er zat een vorm van protest in veel stemmen voor Erica. Het bestuur volgde wel heel erg gemakkelijk de wensen van de grote bonden.’

Daarbij sloot Henk Stouwdam van NRC Handelsblad zich aan: ‘Het bestuur van NOC*NSF zit nu opgescheept met een ongewenste voorzitter. Het gevolg van onachtzaamheid, lichtzinnigheid en een zekere mate van arrogantie. Er zou voor de gevestigde orde geen vuiltje aan de lucht zijn geweest als Vreeman, burgemeester van Zaanstad, meer aandacht had besteed aan de kleine bonden. Inhoudelijk verschilden de twee kandidaten nauwelijks van opvatting, maar door zijn wat afstandelijke houding verloor Vreeman terrein aan de `warme’ Terpstra.’

Het tijdperk-Terpstra

En dan was er nog Anton Geesink, die blijer was dan alle kleine bonden bij elkaar opgeteld. ‘Ik ben benieuwd wie nu allemaal opstappen bij het bestuur’, hakte hij er meteen op in. ‘Het beleid van de gevestigde orde is afgekeurd. Ze dachten het onderling te kunnen regelen. Eindelijk is geluisterd naar de stem van de sportbonden. Erica heeft het old boys network doorbroken.’

In 2010 nam Terpstra afscheid en werd opgevolgd door Bolhuis, die zeven jaar eerder nog in het verliezende kamp had gezeten. Na een enquête van Sport Knowhow XL bleek dat de meeste reacties op het tijdperk-Terpstra positief waren met een zeven als gemiddeld rapportcijfer. Een vergelijking met haar voorgangers doorstond Terpstra met glans.

Toch was er natuurlijk ook kritiek, met één heel opvallend punt: ‘Vooral kleinere, niet-olympische bonden bleken ontevreden over de wijze waarop Erica Terpstra met hun belangen is omgegaan.’ We zullen het nooit weten, maar dat maakt wel heel nieuwsgiering naar de vraag wat er zou zijn gebeurd als er in 2010 een nieuwe stemming was geweest waaraan Terpstra had meegedaan. Wat zouden die kleine bonden dan hebben gedaan?

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.