Olympische Spelen

De Olympische Spelen in de Griekse Oudheid, deel 1

Jan de Leeuw is docent bij Fontys Hogescholen in Tilburg. In aanloop naar de Olympische Spelen maakt hij een drieluik over de Olympische Spelen in de Griekse Oudheid. We beginnen met de Olympische Spelen als één van de vier Kransspelen.

Over drie weken beginnen de Olympische Zomerspelen in Rio de Janeiro, Brazilië. Het zijn de 28e Spelen in het tijdvak van de moderne Spelen. In 1896 werden de Olympische Spelen opnieuw geïntroduceerd na een afwezigheid van vijftien eeuwen. In de vierde eeuw na Christus had het opkomend christendom een einde gemaakt aan de klassieke Griekse Olympische Spelen.

In de komende weken gaat Jan de Leeuw dieper in op de Olympische Spelen in de Griekse oudheid. Het betreft een drieluik. Deze eerste bijdrage gaat over begin en einde van de klassieke Spelen. Ook wordt de relatie met andere grote sportevenementen gethematiseerd. Maar begonnen wordt met het schetsen van enkele typische kenmerken van de Griekse oudheid.

Door Jan de Leeuw

De oude Griekse cultuur wordt samen met de Romeinse cultuur wel gezien als de grondslag voor de huidige westerse cultuur. De samenleving die we aanduiden als de ‘Griekse oudheid’ (800 voor Chr. tot 200 na Chr.) was een samenhangend geheel van kleine stadstaatjes, statenbonden en gewestelijke federaties, met een zekere eenheid wat betreft cultuur. Iedere stadsstaat (polis) was in principe autonoom en bestond uit een kern en een periferie: een stad met daarom heen het omringende platteland. (Finley en Pleket) Voorbeelden van stadstaten waren Athene, Sparta en Elis (in de buurt van Olympia).

De inwoners beschouwden zichzelf als echte Grieken (in hun eigen taal Hellenes). Ze hadden een gemeenschappelijke taal (het Grieks), vereerden dezelfde goden en hadden verder een gemeenschappelijke cultuur.

De Griekse cultuur was nadrukkelijk een verhalencultuur. Van generatie op generatie werden mythische verhalen doorverteld, waarin goden een belangrijke rol speelden, zoals Zeus (oppergod), Hera (godin van het huwelijk en de levensfasen van de vrouw), Apollo (licht, verstand, inspiratie en kunsten), Aphrodite (liefde en schoonheid), Hermes (handel en reizigers) en Athene (wijsheid).

De Griekse samenleving was een hiërarchische samenleving. Een deel van de mensen was slaaf. De Grieken, en ook later de Romeinen, haalden de slaven vooral uit Klein-Azië. In de tweede en eerste eeuw voor Christus was de slavenhandel op haar hoogtepunt met het Griekse Delos als centrum. In deze plaats werden op de markt elke dag duizenden slaven verhandeld. In de laatste eeuwen voor Christus werd het gebied dat de Griekse samenleving omvatte langzamerhand veroverd door de Romeinen.

Oorsprong en einde van de klassieke Olympische Spelen

Het is niet exact vast te stellen wanneer de eerste Olympische Spelen werden gehouden in de Griekse Oudheid. De eerste Spelen waarvan aantekeningen zijn overgehouden, werden gehouden in 776 voor Christus. De Olympische Spelen in de Griekse Oudheid stonden in het teken van de verering van Zeus, de oppergod.

De Spelen vonden – meer dan 1000 jaar – om de vier jaar plaats. De laatste klassieke Olympische Spelen waren in 394 na Christus. In deze tijd was het christendom een belangrijke factor geworden in de wereld, ook in het Romeinse Rijk.

In de christelijke theologie werd het lichaam als inferieur geduid. Het was ondergeschikt aan het geestelijke, aan God. De mens diende volledig gericht te zijn op het leven in een hiernamaals. Lichamelijke, aardse genietingen waren minder waardevol.

In de eerste eeuwen na Christus was er een spanning gegroeid tussen dit mensbeeld aan de ene kant en de praktijk van de (klassieke) Olympische Spelen aan de andere kant, met haar gerichtheid op het lichaam, lichamelijke prestaties en lichaamscultuur.

In 380 werd het christendom uitgeroepen tot de officiële godsdienst van het Byzantijnse Rijk. Dit gebeurde door de Romeinse keizer Theodosius (379-395). In 394 liet hij een verdict uitgaan waarin de Olympische Spelen werden verboden vanwege hun ‘heidens karakter’.

Godsdienst stond dus aan het begin van de klassieke Olympische Spelen, maar ook aan het einde daarvan. “Nadat de Griekse goden in de loop der eeuwen door de sportwedstrijden op de achtergrond waren gedrongen en de Griekse mensen het onderspit delfden tegen de Romeinen en de barbaren, kwam een nieuwe god aan de macht. Na twaalf eeuwen Zeus nam een hemelse collega uit Palestina de zaak over. (…) Uit zijn naam werden de Olympische Spelen voor vele eeuwen gestaakt toen de Romeinse keizer Theodosius 1 in 393 of 394 alle heiligenvereringen verbood. Godsdienst zou de westerse mens nog vele eeuwen van de sport afhouden. Aandacht voor het lichaam was bij de christenen ongepast.” (Dekkers, 2006, p. 83, 84)

De kopstoot. In gebogen houding liepen de worstelaars op elkaar af. Bron: C. Hupperts, Olympische Spelen, p. 107.
De vier Kransspelen

Naast de Olympische Spelen waren er in de Griekse Oudheid drie andere grote sportevenementen: de Pythische, Isthmische en Nemeïsche Spelen. Samen met de Olympische Spelen vormden deze drie Spelen de Spelenronde.

De vier Spelen werden ook wel aangeduid als de Heilige Kransspelen. Dit hield verband met het gegeven dat de winnaars een krans kregen en geen geldprijs, zoals wel gebeurde bij andere spelen in de Griekse oudheid. De krans voor de winnaar was er een van takken van een heilige olijfboom.

De Kansspelen waren grote festivals met een nationaal (Panhelleens) karakter. De Grote Vier vormden samen als het ware het Grand Slam van de Griekse Oudheid.

De Pythische Spelen werden gehouden ter ere van de God Apollo, beschermer van de mens en patroon van de muziek. Deze Spelen vonden één keer per vier jaar plaats in Delfi. Het accent lag op wedstrijden in declameren, muziekuitvoeringen en later ook bepaalde sporten zoals atletiek en wagenrennen.

De Isthmische Spelen werden opgedragen aan de God Poseidon, God van de Zee. Deze spelen werden gehouden in Korinthe, één maal per twee jaar. Naast sport stonden er ook wedstrijden in muziek, voordracht en schilderen op het programma.

De Nemeïsche Spelen vonden plaats in Nemea en centreerden zich om Zeus, de oppergod. Ook deze spelen werden één keer per twee jaar gehouden.

Ieder jaar vond één van de Spelen plaats. Door deel te nemen aan de Kransspelen kon de Griek, die woonde in een klein staatje of een klein gewest, tot uitdrukking brengen dat hij hoorde tot één volk met één gezamenlijke taal.

Naast de vier kransspelen waren er vele andere sportevenementen in de Griekse samenleving, veelal stedelijke toernooien. Voor goede atleten was er een echte ‘sportmarkt’, met veel mogelijkheden tot competitie. Het prijzengeld maakte het mogelijk dat er al echte sportprofessionals waren. Als men een of meer van de vier Kransspelen had gewonnen, kon men ook meer prijzengeld vragen.

Verder lezen:

  • Buuren, W. van, Mol, P.J. (2000), In het spoor van de sport. Hoofdlijnen uit de Nederlandse sportgeschiedenis, Arcadia, Haarlem.
  • Cavendish R. (red.) (1993), Mythologie van de gehele wereld, Atrium, Alphen aan de Rijn.
  • Dekkers, M. (2006), Lichamelijke oefening, Contact, Amsterdam.
  • Finley, M. en Pleket, H. (2004), Olympische Spelen in de Oudheid, Polak & Van Gennep, Amsterdam.
  • Pieters, M. en De Rynck, P. (2003), Over de Styx, Grieken, Romeinen en de Onderwereld, Atheneum – Polak & Van Gennep, Amsterdam.
  • Reimer, P. (2008), Klassieke oudheid, Spectrum, Houten/Utrecht.
  • Woolf, G. (red.) (2005), Oude beschavingen, Librero, Kerkdriel.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -