Olympische Spelen

De Olympische Spelen in de Griekse Oudheid, deel 3

Jan de Leeuw is docent bij Fontys Hogescholen in Tilburg. In de aanloop naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro maakt hij een drieluik over de Olympische Spelen in de Griekse Oudheid. Deel 1 hier. Deel 2 hier.

Door Jan de Leeuw

In de oude Griekse cultuur nam sport een voorname plaats in. Het werd belangrijk gevonden omdat het van mannen goede soldaten maakte. Een fit lichaam en een goede conditie werden gezien als belangrijke voorwaarden om goed te presteren bij sportwedstrijden, maar ook in de militaire strijd.

De Grieken associeerden sport vooral met competitie en wedijver. Denk aan het woord agon, dat strijd en competitie betekent. De gedachte dat het bij sporten op de eerste plaats om deelnemen gaat en dan pas om winnen, stond veraf van de Griekse opvatting over sport. Winnen was alles: het was een deugd en het bracht eeuwige roem. De verliezer telde niet mee: een nederlaag was een ‘onsterfelijke schande’. Typerend voor de Griekse sportcultuur was dan ook dat tweede en derde plaatsen (‘zilver’ en ‘brons’) niet bestonden; alleen de eerste plaats telde.

Het competitie-element domineerde niet alleen in de sport maar in het gehele culturele leven van de Grieken. Men wilde gewoon de beste zijn en de ander overtreffen, in het werk, op het slagveld en in de cultuur. De moraal van eer, wedijver, winnen, voortreffelijk-zijn (aretè) en de ander overtreffen, is ook herkenbaar in allerlei heldengedichten uit de Griekse literatuur.

Bij het beoefenen van de sport ging het om succes, maar zeker ook om de eer van de sporter, de familie, de stam en het dorp/de stad. Typisch voor de klassieke Olympische Spelen is dat het bijna altijd gaat om individuele sport. Niet de teamprestatie was belangrijk, maar de individuele prestatie. Teamsporten kwamen bijna niet voor op het programma van de Spelen.

Sportscholen

Lang voordat in onze tijd fitnessscholen een immense bloei doormaakten in Europa, Amerika en Azië, kenden de oude Grieken al iets vergelijkbaars: de sportscholen. Een sportschool werd ook wel gymnasion genoemd. Dit woord is afgeleid van gymnos, hetgeen naakt betekent. Letterlijk betekent het Griekse gymnasion dan ook: plaats om naakt te zijn.

Van oorsprong had het gymnasion een militaire functie. Het was een instituut om zwaargewapende burgerinfanteristen, vooral afkomstig uit de middenklasse, te trainen voor de oorlog.

Op een gymnasion werd intensief getraind en aan lichaamsverzorging gedaan. Verschillende sporten werden beoefend, vooral de lichte en de zware atletiek. Onderdelen van de lichte atletiek waren lopen over verschillende afstanden. In de Duitse taal spreekt men ook nu nog over Leichtathletik!

Bij de zware atletiek ging het om kracht- en gevechtssporten: boksen, worstelen en Pankration. Deze sporten werden op een aparte plaats beoefend: de palaistra (worstelplaats).

Om een vergelijking te maken met sport in onze hedendaagse samenleving: de gymnasia en palaistrai representeerden de ‘breedtesport’, terwijl de vier heilige kransspelen en ook de andere sportevenementen de ‘topsport’ vertegenwoordigden.

De veelal jonge mannen kregen op het gymnasion ook onderwijs in militaire vakken en cultuur. Bij dit laatste kan gedacht worden aan filosofie, retorica, maar ook basale zaken als lezen en schrijven. Gymnasia waren centra voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

De sportscholen waren ontmoetingsplaatsen voor jong en oud. Ze hadden een publiek karakter. Sportscholen lagen vaak net buiten de bebouwde kern van een stad, vaak bij de rivier (zodat men ook kon baden) en op een plaats waar veel schaduw was. Een stad was in de ogen van de Grieken pas écht een stad als het een sportschool, een Agora (een marktplaats, verzamelplaats) en een raadszaal had.

Sport en opvoeding bij de oude Grieken

In de Griekse oudheid was onderwijs alleen weggelegd voor de elite van de samenleving. Het onderwijs was niet direct bedoeld als voorbereiding op een bepaald beroep. Het was veeleer algemene ontwikkeling en vorming met een nadruk op muzische, intellectuele en lichamelijke aspecten.

Dat laatste – de lichamelijke vorming en ontplooiing – had niet alleen als doel de fitheid en gezondheid van de leerlingen, maar zeker ook de schoonheid van het lichaam. Men vond het belangrijk er mooi uit te zien. Een ontwikkelde geest, een goed karakter in een gezond én mooi lichaam! Voor de Grieken hingen verstand, karakter en uiterlijke schoonheid met elkaar samen.

Het Spartaanse opvoedingsideaal was een streng opvoedingsideaal, aldus C. Hupperts. “De opvoeding was als het ware één militaire training. Bij de geboorte moest de vader het kind controleren op lichamelijke gebreken en een zwakke gezondheid; constateerde hij die, dan moest hij het kind doden door het in een ravijn van het Taygetosgebergte te gooien. Vanaf hun zevende jaar kwamen de kinderen in een trainingskamp. Daar werden hun discipline, gehoorzaamheid en uithoudingsvermogen bijgebracht. Ook al werd de sport niet beoefend om de sport zelf – alles stond in dienst van het militaire ideaal – toch hebben de Spartanen lange tijd de meeste overwinningen in Olympia in de wacht gesleept.”

Lichaamscultuur bij de oude Grieken

De oude Grieken hadden een lenig en gespierd lichaam als schoonheidsideaal. Ook vrouwen spiegelden zich aan dit ideaal. Ze bonden hun borsten af om een figuur te krijgen als een jongen.

In de Griekse sportcultuur domineerde de man. Vrouwen hadden geen toegang tot de sportscholen. De mannen waren tijdens de trainingen in de sportschool veelal naakt of zeer schaars gekleed. Men geneerde zich er niet voor elkaars lichaam te zien. Preutsheid kende men niet, maar adoreerde de schoonheid van het lichaam en deed er alles aan om aan het ideaal van een mooi lichaam te voldoen. Volgehouden oefening was daarbij een probaat middel. Kunstenaars maakten op de sportscholen beeldhouwwerken en vaasschilderingen van de fraaie lichamen van de Griekse mannen.

De oude Grieken kenden een hele cultuur om het lichaam goed te verzorgen en te trainen. Het warme klimaat maakte dat het leven zich veelal buiten afspeelde. Het lichaam was relatief vaak zichtbaar. Voorafgaand aan de training, smeerde de atleet zich in met olijfolie. Het voorkwam dat het lichaam verbrandde door de hete zon. Voor de vechtsporter had de olie als bijkomend voordeel dat de tegenstander moeilijker greep kreeg op zijn lichaam. Bovendien hield de olie de spieren soepel en lenig. Een andere functie van de olijfolie was een hygiënische: de poriën werden afgesloten zodat er geen vuil in het lichaam kwam.

Na een zware training zat het lichaam vol met stof, zand, zweet, olie en soms ook bloed. Met behulp van een schraper werd het lichaam eerst schoon ‘geschraapt’ en vervolgens werd het met water gewassen.

Verder lezen

  • Buuren, W. van, Mol, P.J. (2000), In het spoor van de sport. Hoofdlijnen uit de Nederlandse sportgeschiedenis, Arcadia, Haarlem.
  • Leeuw, J. de (2014), De sportwereld voor het hbo, Damon, Budel.
  • Finley, M. en Pleket, H. (2004), Olympische Spelen in de Oudheid, Polak & Van Gennep, Amsterdam.
  • Hupperts, C. (2009), Olympische Spelen, Sport en opvoeding in de Oudheid, Damon, Budel.
  • Pleket, H.W. (2008), Romeinse keizers en Griekse atleten, in: Leidschrift, jg. 23, nr. 3, december.
  • Reimer, P. (2008), Klassieke oudheid, Spectrum, Houten/Utrecht.
  • Nieuwsbrief (2004), Belust op seks, seksualiteitsbeleving in de Oudheid, Vlaamse vereniging voor seksuologie, Leuven.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen
Mijn gekozen waardering € -