De Paralympische Winterspelen bestaan vijftig jaar (maar nog steeds zonder schaatsen)
Op 21 februari 1976 begon de eerste editie van de Paralympische Winterspelen. Nederland deed niet mee.
Jean Yves Gosselin was een skiër met één been, nog vóór de Paralympische Winterspelen. Foto uit 1940 via het Nationaal Archief
De Paralympische Zomerspelen kennen we sinds 1960, begonnen in Rome. Zestien jaar later volgde de wintervariant.
Het kan positief zijn te zien, dat vaak veel zwaarder gehandicapten wel vrolijk aan sport doen
Schaatsen voor gehandicapten
Op 4 maart 1978 schreef de Leeuwarder Courant over een opmerkelijk evenement in Thialf, toen nog een schaatsbaan in Heerenveen zónder dak. Zo’n 150 mensen met een handicap hadden daar op het ijs gestaan bij curling en prikslee.
‘De gehandicapte sportlieden dankten dit aan de stuntende DOV, de Leeuwarder gehandicapten sportvereniging Door Ontspanning Valide, die in september haar twintigjarige bestaan gaat vieren. Vorig jaar organiseerde de DOV voor de eerste maal zo’n ijsfestijn, waarvoor in de sociale werkplaats te Leeuwarden aangepaste curlingstenen en speciale sleden werden gemaakt.’
Het was een idee geweest van voorzitter Jan de Vries. “Ik was vroeger zelf een groot schaatsliefhebber. Dit, prikslee en curlingwedstrijden, is de enige manier om zich op het ijs te vermaken voor de minder validen. Velen komen voor het eerst van hun leven op het ijs en het is meestal een hele openbaring voor hen, dat zij ook daarop heel aardig uit de voeten kunnen. Dit zijn wedstrijden, waar ze al maanden van tevoren over praten.”
Volgens De Vries was sport voor mensen met een handicap van groot belang, maar dat gebeurde maar weinig. “Het is spijtig, dat van die mogelijkheid weinig gebruik wordt gemaakt. Voor de meeste minder validen is sport voor eigen revalidatie ontzettend belangrijk. Er zijn velen, die medelijden met zichzelf hebben. Het kan positief zijn te zien, dat vaak veel zwaarder gehandicapten wel vrolijk aan sport doen.”
Winterspelen
Zo ontstond de gedachte om ook eens de Paralympische Winterspelen te organiseren. ‘Het ziet er inmiddels naar uit,’ schreef de Leeuwarder Courant, ‘dat deze Winterspelen al in 1980 voor de eerste maal gehouden zullen worden, waarvoor Noorwegen kandidaat staat.’
Het toont aan hoe weinig er in die tijd bekend was over gehandicaptensport, want die eerste editie was in 1976 al geweest in het Zweedse Örnsköldsvik. Er waren 198 atleten uit zestien landen, zónder een Nederlandse delegatie. Ze streden om 53 gouden medailles in twee sporten: alpineskiën en langlaufen.
In vergelijking met nu is dat heel klein, maar dat gebeurt wel vaker met eerste edities. Die groei zien we meteen als we kijken naar de komende Winterspelen met 79 evenementen in zes verschillende sporten. Er worden een kleine 700 atleten verwacht uit 56 verschillende landen.
Geen aandacht
In de Nederlandse media was niets te vinden over het evenement in Örnsköldsvik, zodat het ook weer niet zo vreemd is dat de Friese gehandicaptensporters in Thialf er nooit van hadden gehoord. Zelfs in het standaardwerkboek over gehandicaptensport Met Pijl en Boog naar Engeland van Jaap Pegels werd er niets over gezegd.
Het zal ermee te maken hebben dat alle onderdelen in de sneeuw waren, waarvoor een halve eeuw geleden weinig belangstelling was in Nederland. In landen waar die sporten wél veel werden beoefend, waren ze langer gewend aan deelnemers met een handicap.
De primeur van een wedstrijd para-skiën was in 1948 in Oostenrijk, aldus Robin Wubben in het boek Van Rome tot Tokio – Zestig jaar Nederland op de Paralympische Spelen. In de jaren zeventig waren de eerste internationale wedstrijden, een voorbode van de Paralympische Winterspelen.
In 1984 werden de eerste Nederlanders gestuurd: Wiel Bouten, Karel Hanse (beide alpineskiërs), Tineke Hekman, Jan Visser (beide langlaufers), Willem Hofma en Henk de Jong (beide priksleeërs).
Marjorie van de Bunt
Marjorie van de Bunt sloot op de Paralympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City haar sportieve loopbaan af met vier medailles. Op de voorgaande twee edities had ze er ook al zes gewonnen. Ze was daarmee de eerste Nederlandse wintersporter, die prijzen won op dit evenement.
In 1994 deed ze in Lillehammer voor de eerste keer mee – zo’n 400 kilometer van haar toenmalige woonhuis in Noorwegen. Ze won er meteen vier medailles: drie keer brons bij het langlaufen en één gouden bij de biatlon.
Met twee gouden medailles was Van de Bunt lange tijd de meest succesvolle Nederlandse wintersporter op de Paralympische Spelen. Bibian Mentel heeft haar inmiddels ingehaald met drie paralympische titels – wederom in de sneeuw.

Marjorie van de Bunt (rechts) tijdens een huldiging in 1988 in Terneuzen, samen met zeilster Klaartje Zuiderbaan. Foto via het Zeeuws Archief
Geen schaatsen
Priksleeën komt nog het meest in de buurt van het langebaanschaatsen. Dat stond van 1980 tot en met 1998 op het programma met Gerda Stokkel als meest succesvolle Nederlander op dit onderdeel. “Het was inderdaad een beetje een kopie van schaatsen,” zegt Stokkel in Van Rome tot Tokio. “En het waren ook de typische schaatslanden die succesvol waren.”
De kans dat het schaatsen zelf een paralympische sport wordt, is voorlopig verwaarloosbaar, zo zei Rita van Driel vier jaar geleden in Van Rome tot Tokio, toen nog als bestuurslid van het Internationaal Paralympisch Comité.
“In verschillende landen zijn er wel initiatieven om iets met schaatsen te doen, maar dat is heel divers. De een doet shorttrack, de ander kunstschaatsen en weer een ander langebaanschaatsen. En de ISU, de internationale schaatsunie, wil niet het voortouw nemen. Het moet van onderaf komen en dat is lastig, omdat iedereen het op zijn eigen manier doet.”
Ook in Nederland wordt nooit een pleidooi gehouden voor langebaanwedstrijden voor schaatsers met een handicap. Van Driel: “En als wij het als hét schaatsland al niet belangrijk vinden, wie dan wel?”
Thialf 2030
Daarom nog een extra-gratis bonustip voor Thialf, dat kandidaat is om het langebaanschaatsen bij de volgende Olympische Winterspelen te huisvesten. Ontwikkel een visie en strategie om het schaatsen op het paralympische programma te plaatsen, desnoods als demonstratiesport. En laat in het bid dan zien hoe dat in Heerenveen kan worden georganiseerd.
Dan staat deze hal opeens kandidaat voor twee grote sportevenementen in 2030, in plaats van één. En dan ook nog met een maatschappelijke visie op de sport, zoals Jan de Vries die in 1978 al formuleerde: “Het kan positief zijn te zien, dat vaak veel zwaarder gehandicapten vrolijk aan sport doen.”


