NieuwOlympische Spelen

De vergeefse vlucht van de Duitse turnneven Flatow naar Rotterdam

De Duitse turnneven Gustav en Alfred Flatow wonnen gezamenlijk vijf gouden olympische medailles. Deze Joodse sporters vluchtten naar Nederland om te ontsnappen aan de nazi’s, maar werden vanuit Rotterdam alsnog gedeporteerd. Op 28 december 1942 werd Alfred vermoord in Theresienstadt. Een donatie voor dit artikel stellen we op prijs – onderaan deze pagina.

Gedenksteen in Berlijn voor Gustav en Felix Flatow

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn 35 Nederlandse olympiërs omgekomen, waarvan de meerderheid in een concentratiekamp. Geen land ter wereld heeft méér olympiërs verloren door de Holocaust dan Nederland!

Naast deze 35 olympiërs woonden er ook nog twee Duitse voormalige deelnemers aan de Olympische Spelen in ons land. Alfred en Gustav Flatow waren twee turners, die bij elkaar opgeteld zes olympische medailles wonnen: vijf goud en één zilver. Ze waren neven van elkaar met Alfred als deelnemer in 1896 en Gustav in 1896 en 1900.

In hun eigen land ontvingen ze hiervoor geen enkel eerbetoon, maar werden ze juist onthaald op een woedende reactie van de Deutsche Turnerschaft. Deze organisatie stond zeer vijandig tegenover de internationale sportcultuur van de Olympische Spelen, waarbij Pierre de Coubertin ook nog eens Fransman was, volgens de Turnerschaft een aartsvijand van Duitsland. De neven Flatow kregen daarom een wedstrijdverbod van twee jaar opgelegd.

Vluchten naar Rotterdam

Dat de neven Joods waren, maakte het allemaal nog moeilijker, ook bij de Duitse turnorganisatie. Het werd helemaal uitzichtloos na de Duitse machtsgreep van de NSDAP in 1933. Gustav vluchtte meteen naar Nederland en arriveerde in Rotterdam; Alfred volgde vijf jaar later.

Na de Duitse inval zaten ze opnieuw in de val, alhoewel het gezin van Gustav probeerde onder te duiken in Driebergen. Op 30 december 1943 werd zoon Stefan gearresteerd en paar dagen later Flatow en zijn vrouw. Dochter Anni ontsnapte naar Bennekom, maar verdwenen spoorloos. Gustav werd op 29 januari 1945 vermoord in Theresienstadt, op dezelfde plek waar zijn neef op 28 december 1942 al was vermoord.

Zoon Stefan overleefde de oorlog en leidde een anoniem leven in Rotterdam totdat de Duitse sporthistoricus Volker Kluge hem daar in de jaren tachtig opspoorde. Het zorgde voor een heropleving van interesse in het lot van deze turnneven – eerst in de DDR en daarna ook in het westen. Inmiddels is er een speciale postzegel gemaakt en werd in Berlijn een straat naar ze vernoemd.

Ook werd een speciale Flatow-medaille in het leven geroepen voor turners die opvallen door hun sportieve gedrag. Epke Zonderland was in 2017 de eerste niet-Duitser die deze eervolle onderscheiding kreeg overhandigd.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.