NieuwOlympische SpelenSport en politiek

De Volks-Olympiade van 1936 in Barcelona die nooit doorging

In Barcelona vormen sport en politiek een krachtig geheel. Niet alleen bij voetbal, maar in 1936 ook aan het begin van de Spaanse burgeroorlog, die samenviel met de Volks-Olympiade in die stad.

De Volks-Olympiade van 1936 was het socialistische en communistische antwoord op de Olympische Spelen in nazi-Duitsland in datzelfde jaar. Duizenden sporters waren al in Barcelona, toen er in die stad in de nacht van 18 op 19 juli 1936 honderden doden vielen tijdens gevechten tussen rechtse opstandelingen en linkse arbeidersmilities – enkele uren voor de opening van het sportevenement. “De spelen zijn niet doorgegaan, omdat zoo ongeveer alle leden van het comité, dat de spelen had voorbereid, mede naar de wapens hadden gegrepen”, zei de Nederlandse ooggetuige A. F. Muller.

De ware olympische gedachte

Het organiserende comité had vooraf al geen enkele moeite gedaan om het politieke karakter te verzwijgen: “Meer en meer verliest de olympische gedachte onder invloed van de fascistische geest zijn oorspronkelijke betekenis. De Volks-Olympiade te Barcelona heeft zich ten doel gesteld, de ware olympische gedachte te verwerkelijken. Catalonië, dat reeds sinds eeuwen voor zijn onafhankelijke ontwikkeling tegen sociale en nationale onderdrukking vecht, is daartoe het meest geschikte terrein.”

Het zesdaagse programma bevatte daarom sport én politiek. “Er zal een grote conferentie gehouden worden over het doel en de wegen der volkssportbeweging, dewelke voor de deelnemende sportdelegaties een nieuw wapen zullen vormen in de strijd tegen de fascistische geest in de sport.”

De delegatie van de Nederlandsche Arbeiders Sport Bond bestond uit 42 deelnemers. Ze vertrokken als sporters, maar keerden terug als oorlogscorrespondenten. “Aan de prefectuur van politie en op andere plaatsen der stad werden machinegeweren opgesteld”, aldus delegatieleider Muller. “Uit hotel Colon op de Plaza del Cataluna trokken royalisten en fascisten tegen de arbeiderswijken op. Door de politietroepen en de arbeidersmilitie werd de aanval afgeslagen.”

In plaats van een Volks-Olympiade werd er voor de sporters een parade gehouden voor het paleis van de Catalaanse president, waar ook de Nederlanders aan meededen. Voor enkele deelnemers bleef het daar niet bij, schreef het communistische dagblad De Tribune: “Verscheidene buitenlandse athleten hebben zich bij de arbeidersmilitie aangesloten en zijn meegegaan naar Saragossa, teneinde de fascisten uit deze stad te verjagen.” Sommige sporters kwamen nooit meer thuis, maar sneuvelden in Spanje.

De Nederlandse deelnemers verlieten het chaotische Barcelona via het overvolle stoomschip Tiberius. Bokser Bep Kneppers kreeg een heldenontvangst, aldus De Tribune: “In zijn woning kwamen tientallen kameraden en sportvrienden Kneppers begroeten en tot diep in de nacht werd er gepraat.”

De thuiskomst van de Amsterdamse turnster Wiesje Wolzak verliep minder voorspoedig, want in november 1936 werd zij voor enkele maanden geschorst. De sportofficials waren verbolgen, omdat Wolzak zonder toestemming van de bond naar een buitenlandse wedstrijd was afgereisd – zelfs nu die wedstrijd niet was doorgegaan.

Andres Martin had er als secretaris van de Volks-Olympiade voor gezorgd dat de buitenlandse sporters veilig zijn stad konden verlaten, waarna hij zich aansloot bij een arbeidersmilitie. In december 1936 werd hij doodgeschoten als uiterste consequentie dat sport en politiek in Barcelona één zijn.

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.