NieuwOlympische Spelen

Een afgeschafte traditie: de olympische groet

De Olympische Spelen zitten vol tradities en symboliek, zoals de olympische fakkeltocht vanuit Olympia, de vijf ringen en de openingsceremonie. In de loop der tijd zijn er echter ook tradities gesneuveld, zoals de olympische groet. De geschiedenis staat namelijk nooit stil.

Op 5 juli 1924 begonnen de Olympische Spelen van Parijs. Tijdens deze openingsceremonie werd een nieuwe traditie geboren: de olympische groet. De sporter hief de rechterarm bij het passeren van het staatshoofd, zoals we hierboven zien bij de voetballers uit Uruguay.

Van deze olympische groet wordt vaak verondersteld dat die stamt uit de Romeinse tijd, maar dit verschijnsel werd pas in 1920 internationaal bekend via de Italiaanse fascisten van Benito Mussolini. Ook internationaal werd het snel populair, zoals in Albanië, Bulgarije, Egypte, Griekenland, Joegoslavië, Polen, Roemenië, Spanje, Turkije en de Baltische staten. In juli 1933 werd in Duitsland de vergelijkbare Hitlergroet ingevoerd. ‘Wie niet ervan verdacht wil worden zich bewust afwijzend te houden zal daarom den Hitlergroet brengen.’

Op de Spelen van 1924 in Parijs werd dit gebruik op de officiële poster vastgelegd, waarmee de groet onderdeel was geworden van de olympische traditie. De arm werd wel hoger gestrekt dan bij de fascisten. De Nederlandse roeiers Teun Beijnen en Willy Rösingh deden het in ieder geval bij de ceremonie voor hun gouden medaille, alhoewel ze hun linkerarm hieven. Voor de eerste keer in de Nederlandse pers werd het een ‘olympische groet’ genoemd.

(Tekst gaat verder onder deze afbeelding)

Over de olympische groet schrijf ik ook in mijn boek Door Wilskracht Zegevieren

Hitlergroet 

De olympische groet werd al snel ingehaald door de geschiedenis. Bij de openingsceremonie van 1928 in Amsterdam was het voor de atleten nog geen probleem, maar dat was in 1936 volkomen veranderd vanwege de gelijkenis met de Hitlergroet, al helemaal met de aanwezigheid van de naamgever op het erebalkon van het Olympisch Stadion in Berlijn.

De meerderheid koos daarom liever voor iets anders. ‘De Egyptenaren richtten als groet het hoofd naar rechts, de Australiërs neigden de vlag tot deze bijna den grond raakte, de Zuid-Afrikanen namen als groet hun pet af. Zwitserland groette op zeer orgineele wijze. De standaarddrager wierp zijn vaandel herhaaldelijk de lucht in en ving deze dan weer met groote handigheid op. Costa Rica en Haïti hieven een gejuich aan.’

Tot grote verrassing strekten de leden van het Franse team dan weer wél de arm. ‘Een oorverdoovend gejuich brak los. Geen enkele ploeg, met uitzondering van de Oostenrijksche, viel zulk een geestdriftige ontvangst ten deel, die maar eenigszins te vergelijken was met die van het Fransche team.’

Sporthistoricus beklimt het beeld van de olympische groet in Amsterdam

Standbeeld

Na de Tweede Wereldoorlog is deze groet in onbruik geraakt vanwege de zware beladenheid. Er is nog wel een standbeeld van gemaakt, dat op 17 mei 1928 werd onthuld op het plein voor het Olympisch Stadion in Amsterdam. Het is een metershoog figuur met een gestrekte rechterarm, ‘als een schooljongen die aan zijn vader laat zien dat hij deze week geen nagels gebeten heeft’.

Het was een eerbetoon voor baron Van Tuyll van Serooskerken, in 1912 de oprichter van het Nederlands Olympisch Comité, gemaakt door Gra Rueb. Vanwege de gelijkenis met de Hitlergroet zorgt dit beeld wel steeds voor terugkerende discussies. Dat is begrijpelijk, maar oorspronkelijk verwees dit beeld dus niet naar het fascisme, maar naar een olympische traditie die toen precies vier jaar oud was. Onze blik op de geschiedenis verandert alleen continu, zoals de herinterpretatie van de olympische groet vanaf 1936.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.