Home > Nieuw > Een rampjaar voor de olympische beweging
NieuwOlympische Spelen

Een rampjaar voor de olympische beweging

De Canadese stad Calgary stemt morgen in een referendum over het bid voor de Winterspelen van 2026. Het is daarom twijfelachtig of de stad nog kandidaat is als het Internationaal Olympisch Comité volgend jaar de organisator aanwijst.

Het logo van de tegenstanders van Calgary 2026

In Nederland denken we met de Olympische Winterspelen van 1988 in Calgary aan Yvonne van Gennip en haar drie gouden medailles. Dat de begroting voor dit evenement compleet was ontspoord, is voor ons minder belangrijk. En dat terwijl die stad in de zomer van 1979 voor de eerste keer sprak over een kandidatuur met de gedachte dat er zo’n 400 miljoen gulden nodig was. Tien jaar later was de totaalrekening ongeveer anderhalf miljard gulden – méér dan een verdrievoudiging.

Dertig jaar geleden leverde zulke overschrijdingen nog weinig gedoe op, want na de succesvolle Zomerspelen van 1984 in Los Angeles wilden steden over de hele wereld dit sportevenement graag organiseren. Tegenwoordig is alles echter anders met steeds meer kritiek op de gigantische kosten. Bij steden als Athene en Rio de Janeiro hebben we tenslotte gezien dat zeventien dagen sportfeest zorgden voor een gigantische financiële en maatschappelijke kater. De Winterspelen van 2014 in Sotjsi hebben méér gekost dan alle voorgaande edities vanaf 1924 bij elkaar opgeteld.

Symbolische nederlagen

Het referendum is voor tegenstanders inmiddels een effectief wapen geworden om die Olympische Spelen buiten de deur te houden, en daarmee die heftige financiële en maatschappelijke naschokken. De eerste keer dat die werd georganiseerd was in 1963 in het Zwitserse Sion; de editie van morgen is alweer de 26e.

Sion stemde in 1963 tegen de kandidatuur, maar dat zorgde toen nog voor weinig ongemak bij het Internationaal Olympisch Comité. In 1988 leed deze organisatie echter een pijnlijke en vooral symbolische nederlaag in Lausanne, sinds 1915 haar thuisstad. Een vernederende 62% stemde tégen de kandidatuur voor de Winterspelen van 1994. Een vergelijkbare dreun was in 2015 toen Hamburg de Zomerspelen van 2024 afwees, nota bene in het land van IOC-voorzitter Thomas Bach.

Jubileumnederlaag

Al die referenda staan niet op zichzelf, maar zijn het gevolg van groeiend internationaal verzet, zo concludeerde professor Wolfgang Maennig van de Universität Hamburg in 2017 na onderzoek. Sinds 2011 worden er steeds meer georganiseerd en dan zijn ze in de afgelopen vijf jaar ook nog eens allemaal gewonnen door de tegenstanders – zes keer op rij!

Zo zijn er sinds 2013 maar liefst dertien steden geweest die hun kandidatuur hebben teruggetrokken, schreven de wetenschappers Dennis Pauschinger en John Lauermann vorige maand. In het geval van Boedapest en Graz was alleen dreigen met een referendum reeds voldoende voor die aftocht. Alhoewel we de uitslag natuurlijk nog moeten afwachten, is het aannemelijk dat Calgary zich morgen aansluit bij deze tendens. De miljoenenbudgetten van de olympische beweging leggen het daarmee keer op keer af tegen kleinschalig protest op lokaal niveau – alsof het zevende elftal van de dorpsclub eerst Bayern München en daarna Real Madrid uitschakelt voor de Champions League.

Indien Calgary morgen inderdaad de kandidatuur verwerpt, wordt dit de vijfde stad dit jaar die zich terugtrekt voor de Winterspelen van 2026. Zo wordt 2018 een rampjaar voor het IOC, dat op 23 juni 2019 beslist waar die Winterspelen zullen zijn. En dan te bedenken dat het IOC precies die dag zijn 125everjaardag viert, waardoor we ons serieus mogen afvragen wat de olympische beweging eigenlijk nog te vieren heeft.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.